​MOUNT COACH: TRIPLE VERCORS

2020. Een jaartal dat we allemaal voor de rest van ons Leven zullen onthouden. En niet met de volle goesting. Zoveel reizen die niet zijn doorgegaan, ervaringen die niet zijn beleefd, vergezichten die niet gezien zijn. Tot vlak voor ons vertrek hield ik mijn hart vast of de Mount Coach Dolomietenstage wel zou kunnen doorgaan. Uiteindelijk was het niet covid-19, maar het weerbericht dat roet (of zeg maar regen en sneeuw) in het eten gooide. En dus moest de planning alsnog last minute omgegooid worden. Waar in Europa mochten wij als Belgen nog heen zonder reisrestricties, waar waren de groene, oranje en rode coronazones, waar was het goed weer en waar waren er lange avontuurlijke kalkwanden te vinden die een waardig plan B zouden vormen? Anderhalf uur bladeren door topo’s en aftoetsen op het internet bracht mij uiteindelijk bij de Vercors. Een prachtige streek waar we op een week tijd drie mooie en even diverse klimgebieden aandeden.

Mont Aiguille in het ochtendlicht

MONT AIGUILLE: AVONTUUR VERZEKERD

Zaterdagavond 5 september werd er dus niet in Cortina d’Ampezzo afgesproken, maar wel op het grasveld van camping ‘Ferme du Pas de l’Aiguille’ in Chichilianne. Letterlijk aan de voet van de Mont Aiguille, geboorteplaats van het alpinisme en hoewel slechts 2.087 meter hoog, één van de meest iconische Bergen van Frankrijk.

Het valt nauwelijks te geloven dat deze Berg voor het eerst in 1492 beklommen is geweest, meer dan 500 jaar geleden! Zelfs vandaag komt deze monoliet nog steeds zeer indrukwekkend over, om het even van welke kant je hem bekijkt of wilt beklimmen. Als moderne sportklimmer heb je hier weinig te zoeken. Als avontuurlijke rotsliefhebber daarentegen des te meer. Ook al zijn sommige routes redelijk goed behaakt, de meeste zijn dit niet en vereisen dat je zelf extra materiaal bijsteekt. En de rots is met momenten zéér brokkelig. Er zijn zelfs routes waarvan de topo specifiek zegt dat je ze beter niet meer klimt als er al een ander cordee boven je in de route zit. Iets wat Ellen en ik aan den lijve mochten ondervinden in ‘les Étudiants’. Gelukkig zat het cordée Fransen onder en niet boven ons, want tot tweemaal toe zijn ze erin geslaagd om grote stukken rots los te trekken. Vreemd, want wij hadden toch ook net diezelfde lengtes geklommen zonder ook maar iets los te trekken. Het is niet omdat je in de Bergen woont, dat je daarom per se Bergwijs bent. Zoveel was duidelijk.

Mont Aiguille Ellen in les Étudiants

De routes op de Mont Aiguille variëren van zo’n 150 tot 320 hoogtemeters. Ook al lijkt het potentieel hier enorm, de brokkeligheid van het gesteente laat maar een beperkt aantal routes toe en momenteel lopen er slechts 16 min of meer begaanbare routes op. De gemakkelijkste is de ‘Voie Normale’, die zelfs het niveau 4 niet overstijgt en daardoor heel het jaar door waanzinnig populair is. Getuige de files op de afdaalroute en de vele krassen van stijgijzers die je hier op de rotsen tegenkomt.

Echte klassiekers zijn de zuidpijler (230 meter; 5c max.), les Diables (230 meter; 6b max.), la Voie du 29 mai (220 meter, 6c max./5c obl.) en de noordoostpijler (320 meter; 5b max.). Laat je echter niet misleiden. Klimmen op de Mont Aiguille is nooit eenvoudig. Getuige ook nog Denis en Tobias die in de route ‘l’Associé du Diable’ nauwelijks haken tegenkwamen en dit in een route die tot 6c ging; Brecht en Simon die in ‘Coluche’ (6b max.) door de rotswand de mephaken niet meer zagen en ergens bovenin hun route ‘op hun buik’ naar een relais mochten kruipen; En Pieter en Bavo bij wie de route ‘Trilio’ dan weer perfect behaakt bleek te zijn. Iets wat gezien het stevige niveau (7b max.) misschien geen overbodige luxe leek.

Na één dag was het voor iedereen duidelijk: de Mont Aiguille beklimmen, dat is kletsen krijgen. Het mag misschien de eerste beklommen Berg uit de geschiedenis van het alpinisme zijn, nu, meer dan 500 jaar later, geeft ze zich nog steeds niet gauw gewonnen.

Tobias Pieter Bavo op het topplateau van Cirque d'Archiane

CIRQUE D’ARCHIANE: MATELOOS RESPECT VOOR DE EERSTBEKLIMMERS

Voor het tweede deel van onze klimweek settelden we ons op de camping municipal in Châtillon-en-Diois. Van hieruit zijn zowel het Cirque d’Archiane als de Paroi de Glandassse gemakkelijk bereikbaar per auto. Maar klimmen in de Vercors staat niet alleen voor avontuurlijke routes afgezekerd op mephaken, het staat ook garant voor lange aanlopen en nog langere afdalingen. En begin september zijn de dagen toch al wat korter. Ons hier zeer van bewust, vertrekken we met zijn allen op deze tweede dag toch net wat te laat naar het Cirque d’Archiane, een indrukwekkend rotsbastion van wel 400 meter hoog.

Tobias en Simon krijgen vandaag de ‘Voie du Levant’ voorgeschoteld. Een route die het niveau 6b+ max. en 5c obl. draagt, maar die er veel fysieker uit ziet dan de topo doet geloven. Iets wat Tobias halverwege doet uitroepen dat hij helemaal niet snapt wat ik hier zo leuk aan vind. Ondertussen zijn Denis, Pieter en Bavo begonnen in Équitation, een stevige zevendegraads route. Ondanks hun snelle vorderingen moeten ze in drie vierde van de route alsnog terugkeren omdat alle boorhaken van hun volgende lengte (een gladde niet af te zekeren dalplaat) aan hun relais hangen te bengelen, vreemd…

Ellen, Brecht en ik zitten ondertussen in de Pilier Livanos, dé klassieker in deze prachtige vallei. De route zigzagt zich met behulp van 16 touwlengtes doorheen deze wand, die zo indrukwekkend is dat je hier nauwelijks nog van een pijler kunt spreken. Onze ‘leading lady’ mag in de derde lengte alles uit de kast halen. De topo spreekt hier van een 5c variant langs links en een zwaardere 6b variant rechtdoor. Boven ons zijn in een overhangend dakje inderdaad oude haken en lintjes te zien, maar echt uitnodigend zien die er nu ook niet uit. Op de tekening stond de originele lijn naar links met stippellijn aangeduid, wat meestal betekent dat de route verborgen is vanuit het perspectief waarvan de schets gemaakt is. Zou dat hier dan betekenen dat we door die gleuf in de rotsen moeten klimmen? Zucht… Ellen durft het aan en gaat om de hoek kijken. Ze ziet zowaar boven MontAiguillehaar terug mephaken verschijnen en komt zelfs terug om haar laatste zekeringspunt los te pikken. Kwestie van touwwrijving te vermijden in het verdere verloop van de lengte. Nog een touwlengte verder zit ze in de echte crux: een zéér luchtige 6c traversee waarin we alledrie onze peren zien. Ook al staat deze lengte gekwoteerd als 5c/A0, ze voelt veel zwaarder aan. Gelukkig volgde hierna nog een rustige derdegraads passage waarna Brecht overpakte voor de volgende vijf lengtes.

Pilier Livanos - Brecht in de zesde lengte

De namiddag was echter al ver gevorderd en het tempo moest omhoog, wilden we nog voor het donker boven geraken. Ik had met mijn touwgenoten afgesproken dat ik de laatste zes lengtes op mij zou nemen en dat ik er ten laatste om 17 uur aan wou beginnen. Indien dat niet kon, zouden we langs de ringband wegstappen. Brecht had de boodschap begrepen en deed stevig door. Langsheen een onafgezekerde 5b dièdre, een goed afgezekerde 6a dülfer en enkele luchtige maar zeer mooie vierdegraads lengtes, leidde hij ons vlot tot het bovenste deel, waar we om 16 u 55 toekwamen…

Mijn eerste twee lengtes gingen supersnel. De derde ook, maar dat moest ook wel, want in de topo stond er de tekst ‘expo’ bij. Deze barst was iets te breed om materiaal in te kunnen steken en dus moest er doorgeklommen worden. Wel was er een passage waarbij ik plots op een oude houten klemblok stond om tegelijkertijd een setje door een oud touwtje in een andere houten klemblok boven mij te hangen. Een val zou het nooit houden, maar ‘iets is beter dan niets’ en dus deed ik door, mezelf afvragend hoe die eerstbeklimmers dat hier in 1959 geflikt hebben: op grote schoenen, met een henneptouw rond hun middel en mephaken en houten klemblokken als zekeringsmiddelen, respect!

En toen kwam de laatste moeilijke lengte, een 6a. Ik dacht dat die door een groot dak liep, maar gelukkig wees Brecht me op de mephaken links van onze relais en mij zo alsnog het juiste pad op stuurde. Er volgden nog twee extreem brokkelige laatste lengtes en nét voor het donker werd stonden we alsnog boven!

Pilier Livanos - Ellen en Brecht net boven voor het donker

Helaas is de top slechts halverwege. Waar ik bij het klimmen nog redelijk zeker van mijn stuk was omdat ik de juiste weg omhoog wel zou vinden, besefte ik goed genoeg dat het moeilijkste stuk op vlak van oriëntatie nog moest komen. Zei de topo immers niet ‘on se perd facilement sur le plateau sommital…’? Allez, de mijne toch, die van Brecht zei dat we eerst langs links moesten afdalen en zeker niet het duidelijke pad naar rechts moesten volgen. Dat leek mij zo onlogisch dat ik toch even wou nalezen wat hij bij zich had. Bleek dat hij de afdaalroute van de Mont Aiguille nog op zak had steken… Gelukkig kwam het gezonde verstand bovendrijven. In plaats van de korte weg door het bos te volgen, bleven we langs de rand van de klif lopen tot het punt waar we met relatieve zekerheid konden zeggen dat we in een steil couloir moesten afdalen. Op den duur kwamen we uit op een rappelstand en wisten we dat we zeker juist zaten. Wat een afdaling van twee uur moest zijn, werd er uiteindelijk één van drie. Om half twaalf kwamen we eindelijk toe aan de auto waar we nog vlug wat brood en kaas aten om dit door te spoelen met een fris pintje en een tas warme koffie.

De dagen nadien klommen Tobias en Bavo nog hun mooiste route van de week doorheen de overhangende Paroi Rouge. Denis en Pieter gingen ook van de Livanos proeven en er werden ook wat andere zijvalleien verkend. De Aiguilles de Bénévise bleken met hun korte aanloop en kortere routes (tot 160 meter hoog) ideaal voor een relatieve rustdag. De Paroi de Glandasse bleek minstens even indrukwekkend als de rotsen in Archiane, maar toen Pieter en Ellen een poging wilden doen in de Leprince-Ringuet pijler, keerden ze na één touwlengte terug omdat er veel te veel stenen naar beneden vielen. Een wijze beslissing.

Bavo in de Paroi Rouge in het Cirque d'Archiane

Er werd ook nog één dag uitgeweken naar het massief van les Trois Becs dat weliswaar op een uur rijden lag, maar waar ook de aanlopen een pak korter waren. Helaas begon het hier te regenen waardoor we niet de hele dag en de hele wand konden benutten. Samen met Bavo en Tobias verloren we meer dan een uur in het zoeken naar het begin van onze route. Van een pad door het bos was nauwelijks sprake. Hier komt duidelijk nóg minder volk klimmen dan in de rest van de Vercors. Getuige ook het feit dat Tobias ineens ook alle relais zelf mocht installeren. Na alweer een dreigende bui, een donderslag en het vooruitzicht op rotte rotsen boven ons, werd ook hier beslist om halverwege de route de handdoek in de ring te gooien en weg te wandelen via een avontuurlijk pad.

Les Trois Becs - Tobias klimt voor

PRESLES: 250 METER PURE VERTICALITEIT

Presles - Simon op de Vire Médiane

Het weerbericht voor de komende dagen voorspelde helaas niet veel goeds meer. Maar gelukkig zou de zon in Presles wél nog van de partij zijn! Dit gebied is normaalgezien de eerste grote test voor nieuwe Mount Coach lichtingen. Door omstandigheden was dat met deze groep niet doorgegaan, dus al bij al was het nog mooi meegenomen dat we naar deze prachtige rotswand konden uitwijken.

Presles, dat is immers een volledig verticale wand van enkele kilometers breed en 250 meter hoog. Vaak kun je boven door je benen naar beneden kijken en nog zien waar je bent beginnen klimmen. Waar de Mont Aiguille gekenmerkt wordt door brokkelige rots, is ze hier juist ongelooflijk compact. Na vier dagen avontuurlijk klimmen in alpiene rots, voelde het plots heel raar om met je volle lichaamsgewicht aan de grepen te gaan hangen. En waar de routes in het Cirque d’Archiane nog hoofdzakelijk afgezekerd waren met mephaken, kom je hier toch vooral boorhaken tegen. Hoewel er ook voldoende routes bestaan die zelf af te zekeren zijn. Voor elk wat wils dus. De haken staan iets verder uiteen dan je zou verwachten. Je kunt hier dan ook beter van een soort avontuurlijk sportklimmen spreken, met haken die om de vier meter geboord zijn. Het merendeel van de routes bevindt zich gemiddeld gezien in de zesde graad. Omdat de haken dus relatief ver uiteen staan, is er hier van setje-trek niet altijd sprake. Je moet de passen tussen de haken echt wel vrij kunnen klimmen, tenzij er specifiek A0 in de topo bij geschreven staat. De teller staat hier ondertussen op meer dan 300 routes…

Het was dus voor ons een heel huzarenstukje om tussen deze weelde aan mogelijkheden de juiste parels te kiezen. Maar het is ons toch gelukt. Tobias en Pieter klommen met ‘Voie Béatrix’ (250m, 6c max.) één van hun mooiste, zij het perfect afgezekerde, routes van de week. Samen met Simon genoot ik superhard van ‘Ecole Buissonnière’ (250m, 6b max.) een route die quasi volledig zelf afgezekerd moest worden, met gelukkig hier en daar boorhaken op cruciale cruxpassen (en godzijdank ook in de 6b lengte).

20 jaar klimmen heeft mij al op veel speciale routes gebracht, maar wat de eerste lengtes na de tussenrichel in petto hadden, was voor mij toch ongezien. Je dient hier in een schoorsteen te klimmen die diep de wand ingaat. Bovendien moet je tot drie keer toe door een gat in het plafond klimmen. Je waande je hier eerder speleoloog dan klimmer. Simon omschreef het heel toepasselijk met de woorden ‘driedimensionaal klimmen’. Bavo zag zijn peren door Denis twee dagen lang te volgen in 7a routes. Wat hem niet alleen een ‘flapper’ opleverde (een serieuze lap vel die van één van zijn vingertoppen geschaafd was tijdens een val), maar ook een bebloede elleboog, dit na een pittige voorklimmersval én een omgeslagen enkel in de afdaalroute. En toch blijven doorgaan die man.

Wij mogen dan misschien uit een plat landje komen en deze rotsen niet in onze achtertuin hebben staan, het mag wel duidelijk zijn dat wij met veel alpiene gevoel onze weg omhoog weten te vinden. En dat is veel, zo niet alles waard. Een goede klimmer is een oude klimmer. En ik hoop dat er nog vele nieuwe Mount Coach lichtingen het Leven mogen zien. Mannen en vrouw, het was mij weer een waar genoegen om met jullie het touw te mogen delen, merci!

Presles - Pieter klimt de 6b+ uitklim van Tocard Facultatif

‘ZELF GAAN KLIMMEN IN DE VERCORS?’

BESTE PERIODE

In principe kan er in de Vercors het hele jaar door geklommen worden. Echter, in de zomer is het er vaak véél te warm en in de winter moet je geluk hebben met een zonnige dag zonder wind. Beste periodes zijn dus het voorjaar en het najaar.
 

AFSTAND

De meeste gebieden in de Vercors liggen op ongeveer 900 km van Brussel.
 

HANDIGE TOPO’S

VERBLIJFSMOGELIJKHEDEN TER PLAATSE

Tekst Arne Monstrey / foto’s © Mount Coach

Mount Coach: in hogere sferen

In hegere sferen

Wat wij vandaag met ‘alpinisme’ bedoelen ontstond in het Franse stadje Chamonix. De ‘witte berg’ droeg ooit de naam Mont Maudit, oftewel ‘vervloekte berg’.* Het was immers het terrein van kwade geesten die best gerust gelaten werden. Tijdens de Verlichting werd deze folklore in twijfel getrokken en werden de eerste pogingen ondernomen dit ‘rijk der geesten’ te betreden en het hoogste punt ervan te bestijgen. Natuurkundige Horace-Bénédict de Saussure loofde een geldprijs uit voor de eerste beklimmers. Pas 15 jaar later werd die ingerekend door Jacques Balmat en dr. Michel Paccard in 1786. Deze prestatie resulteerde in een voorstschrijdende belangstelling voor het bedwingen van bergtoppen, waaruit de hedendaagse sport ontstond.

In dit gebied, rijk aan geschiedenis, vind onze stageweek ‘gevorderd alpinisme’ plaats. Als uitvalsbasis kiezen we de charmante camping Aiguille Noir aan de Italiaanse zijde van het massief. We hebben er zicht op iconische bergtoppen zoals de Grand Jorasses, Dent de Geant en zien de Peuterey graat vlakbij ten hemelen verrijzen. Het decor is indrukwekkend, zijn de spelers er klaar voor? Met Sam Van Brempt, An Laenen en Sanne Bosteels hebben we overschot aan ervaring ter ondersteuning.

Mount Coach: in hoge sferen spaltenberging
Foto’s: © Sam Van Brempt 

De eerste twee dagen vatten aan met drie leerdoelen: het herhalen van technieken voor spaltenberging, ervaring opdoen in het bivakkeren op hoogte en het beklimmen van de Arête du Diable op de Mont Blanc du Tacul.

CAMPING MAUDIT

Camping op de gletsjer
Foto’s: © Sam Van Brempt 

Via de Skyway lift (die ronddraait voor een panoramische klimax) bereiken we Punta Helbronner. Van daar stijgen we ongeveer een uur richting de Cirque de Maudit, waar we ons kamp opstellen en een paar reddingstechnieken opfrissen. Het bivakkeren op de gletsjer is net iets anders dan in de vallei, maar biedt interessante mogelijkheden. Geïnspireerd door het technisch wonder dat ons net vanuit de vallei tot deze hoogte transporteerde richten we ons comfort in.

We graven een grote, ronde kuil om in te koken en eten. Om maximaal te genieten van ons basiskamp zorgen we voor een tafel in het midden en verhoogde leuningen rondomrond. Zo kunnen we altijd optimaal loungen, met uitzicht naar keuze en de zon in het gezicht. Wanneer we in de ondergaande zon ons gevriesdroogd avondmaal uit zakjes lepelen zijn we blij met onze Panoramische Put.

Het uitgraven van een bar laten we achterwege, belangrijker is het uitgraven van onze voortenten. We leren dat deze techniek helpt om de koude lucht in de tent op te vangen, maar ook om stijgijzers aan te doen en eventueel te koken in de tent wanneer het weer omslaat. Tot slot graven we nog een Hygiënisch Hol, compleet met billenschutting, voor onverstoord en verantwoord ontlasten in het hooggebergte.

Prachtige zonsopgang tijdens beklimming
Foto’s: © Sam Van Brempt 

ARÊTE DU DIABLE, MT. BLANC DU TACUL – HOOGTEGEWENNING

De volgende morgen (nacht) loopt de wekker om twee uur af. In het donker eten we ons ontbijt en tanken snel de nodige caffeïne.

Onze tocht leidt verder de gletsjer op, waar­bij we spectaculair zicht hebben op de bekende Kuffner graat. We slaan al snel rechtsaf om de Col du Diable op te klimmen. Een sneeuw- en rotsgeul van rond de 45° voert ons tot het begin van de Arête du Diable, waar een ongelooflijke zonsopgang ons begroet. Hier begint het rotsklimwerk dat ons naar de top zal brengen. Het maximale klimniveau ligt ergens rond de 5b. Niet moeilijk dus, maar met botinnen en een rugzak is het toch interessant en uitdagend. Overgins is het vierdegraads terrein in dit massief niet te onderschatten, zo blijkt. Veel kruip, en klauterwerk over blokken en tussen torens benadrukken het avontuurlijke karakter van de toer.

Vijf torens, ieder boven de 4000 meter dienen we te overschrijden, met enkele rappels tussendoor, voor we de laatste wand mixte terrein kunnen opklimmen naar de top. Het routeverloop laat niet toe naast elkaar te klimmen, we zijn genoodzaakt achter mekaar te klimmen en zo gestaag mogelijk te vorderen. Onze vroege start elimineert bijkomende tijdsdruk, maar de hoogte laat zich na een paar uur voelen. Ook steekt rond de namiddag een snijdende wind op. Het alpiene karakter van de beklimming neemt toe! Een lange afdaling over de noordflank van de Mont Blanc du Tacul, Col du Midi en Glacier du Géant brengt ons naar ons kamp. De afdaling verloopt traag, we zijn al 16 uur onderweg en voelen ons wat zwak door hoogte en vermoeidheid. Met moeite eten we ons avonmaal en leggen ons te slapen in onze tentjes.

De volgende dag herhalen we nog enkele laatste reddingstechnieken en dalen af naar de camping in Val Veny. Een ontspannen namiddag en Italiaanse pizza’s wachten ons.

Alpiene Hooggebergte Stage Mount Coach
Foto’s: © Sam Van Brempt 

MONTE BIANCO, DE PAUSELIJKE WEG

Na een verdiende rust trekken we woensdagochtend de wat minder gefrequenteerde vallei van de Miagegletsjer in. We hopen in de Quintino Sella hut te overnachten om via de Tournette Spur de Mont Blanc te overschrijden. Als een van de grootste gletsjers van Europa voelt deze lange, met steenpuin bezaaide ijsmassa bijna ‘Himalayaans’ aan. Helaas moeten we onze doelstelling herzien wanneer blijkt dat de instijg via de Mont Blanc gletsjer er niet optimaal bijligt. De namiddagzon en warmte van de voorbije weken hebben voor een kegel van losgesmolten stenen aan de onderkant van de ijsgeul die we zouden moeten inslaan gezorgd. We houden de optie ruim een kwartier in het oog, maar wanneer we het gebergte horen en zien rommelen is deze uitgesloten.

Onze gidsen Sam, An en Sanne stellen de mogelijkheden voor en we besluiten in groep om de Italiaanse normaalroute over de Mont Blanc te nemen, de ‘Pausroute’. Deze is vernoemd naar de eerste beklimmer die later Paus werd. Zeiden we al dat dit gebied rijk aan geschiedenis was?

We passen onze koers aan richting de Gonella hut, waar we in het winterruim kunnen over­nachten en in de ondergaande zon ons objectief voor de volgende dag zien schitteren. De beklimming is eerder fysiek dan technisch uitdagend. 1800 hoogtemeters leiden langs een initieel sneeuwveld om dan langs makkelijke sneeuwgraten tot 4810 meter boven zeeniveau de top van Europa te bereiken. Het klimmen verloopt behoorlijk vlot, al zijn enkelen onder ons wat beïnvloed door de hoogte, waardoor twee cordées wat trager vorderen. De zichten zijn adembenemend, maar we besluiten toch niet te picnicken op het platte hoogtepunt. De hoogte, koude en een lange afdaling in het voor­uit­zicht sporen ons aan om snel verder te gaan.

Via de Trois Montsroute, die nog enkele interessante uitdagingen in petto heeft, dalen we tot we de Mont Blanc du Tacul passeren. Hier zijn we op bekend terrein, deze afdaling deden we immers een paar dagen eerder al. Eens beneden draaien we opnieuw de Pointe Lachenal om, om de schijnbaar eindeloze Glacier de Géant over te ‘stoempen’. Overnachten doen we in het winterruim van de Torino hut.

Rotsklimmen
Foto’s: © Sam Van Brempt 

OM HET AF TE LEREN 

De voorlaatste dag van onze stageweek voorspelt regen vanaf de voormiddag. We denken echter snel genoeg te zijn om nog snel de traversée d’Aiguilles d’Entrèves ‘in onze zak te steken’. Deze korte beklimming loopt over een rotsgraat met spectaculair zicht op de Mont Blanc en Mont Blanc du Tacul met onder andere de Grand Capucin aan de Franse kant, en Courmayeur ver beneden aan de Italiaanse kant. De beklimming verloopt vlot en is werkelijke genusskletterei. Wanneer we de Torino hut opnieuw bereiken vallen er druppels uit de hemel, en pakken we onze spullen om af te dalen.

Graatbeklimming Ellen Barber
Foto’s: © Sam Van Brempt 

IL GUSTO ITALIANO

Met een onweer dat voorspeld is rond de avond in Val Veny neer te strijken besluiten we de namiddag van de voorlaatste stagedag royaal te benutten. Dichtbij kopen we enkele versgevangen forellen, die we à la Bosteels klaarmaken: gerold in gazettenpapier, tussen de kolen van een houtvuur. Het feestmaal duurt de hele namiddag. ’S Avonds besluiten we dat de forellen niet voldoende waren om de aangesproken energiereservers bij te vullen en schakelen we over op een pizzabuffet. Ondertussen houden onze gidsen een improvisatiespreekbeurt over expeditieklimmen en de verschillende plekken waar zij al geweest zijn. Ze inspireren ons om zelf een mooi project te bedenken voor het einde van onze opleiding volgende zomer, maar maken ons wel bewust van de risico’s en verantwoordelijkheden naar elkaar toe.

HET IS GOED GEWEEST

Ons laatste objectief voor de week is een oversteek van de Pyramide Calcaire. Een makkelijke beklimming waar geen vaste bescherming op te vinden is, die onze routenavigatie moet prikkelen. Het regent echter de hele nacht lang, dus is het enige mogelijke besluit om de aftocht te blazen. Met een meer dan geslaagde week achter de rug leggen we ons hier makkelijk bij neer. Het is goed geweest. Voor even… Chamonix, we’ll be back!

Mount Coach in hoge sferen foto op de top
Foto’s: © Sam Van Brempt 

– Tekst Pieter Steyaert / foto’s © Sam Van Brempt 

Mount Coach wordt ondersteund door de Klim- en Bergsportfederatie en genereuze sponsors: PetzlRabLowe AlpineJulbo EyewearZamberlanK2Kariboe Leuven.

Meer weekend, meer bergen, meer mount coach

Meer weekend.

Na een succesvolle stage, met goed weer is de groep serieus gemotiveerd om nog een weekendje extra naar de alpen te gaan. De meeste moeten hier helaas wel best veel kilometers voor af leggen, omdat ze tussendoor nog even een paar dagen moesten gaan werken. Maar een verlengd weekend, daar moet je van profiteren. Het plan van wat we juist gaan doen wordt pas goed en wel in de autorit gemaakt. We hadden vorige week Sanne, An, Denis en Sam al goed ondervraagd over welke beklimming we konden doen. En deze hadden met alle plezier al een hoop voorstellen op tafel gegooid. Maar allemaal uiteraard afhankelijk van het weer.

Meer bergen.

Het oog van Pieter viel meteen op een klassieker; Frendo spur. Een route die alles in zich heeft, behalve een lange aanloop of afdaling. Dit was voor ons zeker niet erg aangezien we al wel een serieuzere portie wandelen achter de rug hadden van de week er voor. De route begint met een uurtje wandelen vanaf het midden station van de lift die naar aguille du midi gaat en de route eindigt bovenaan deze lift. Omdat we al een hele nacht hadden gereden leek het ons verstandiger om de lift al naar boven te pakken, maar daar eerst nog te slapen en pas ’s nachts ergens te vertrekken naar onze route. Een goede beslissing want met alle corona maatregelen moesten we 2 uur wachten op onze lift naar boven. Om de dag dan toch nog zinvol in te vullen besloten we nog te gaan multi-pitchen. We kozen voor Aiguille du Peigne : Face W des Papillons – Le Lutin des Neiges. Een route die start met een 6b, gevolgd door een 5c, een 3 om een grasveld over te gaan, dan nog een 6a en 3x 6b. Het graniet was moeilijker dan ik eerst had verwacht en het vertrouwen op mijn voeten was er totaal niet. Dit maakte deze beklimming een stevige uitdaging. Door het late vertrek uur waren we ook pas tegen 20.30 terug aan het bivak. En was het al donker voor we allemaal in onze slaapzak lagen. Een klimprestatie die een beetje tegensloeg was mentaal zwaar. Gelukkig zou het morgen makkelijker zijn. De Frendo zijn zwaarste stuk is 5C. Met een rugzak en D botinnen weliswaar…

Brecht die zo elegant mogelijk probeert te klimmen.

Meer Mount Coach

 Gisteren, toen het nog licht was hadden we al goed gekeken naar waar de aanloop juist zou zijn. We zagen dat alles in de vallei omgeven is door seracs. (Een serac is een groot blok ijs dat ergens hangt en mogelijk zou kunnen vallen) We kozen ons pad zodat we zeker niet onder de seracs door zouden moeten gaan. Of dat dit pad nu het meest begane was daar twijfel ik nog aan. Maar een uur later stonden we veilig en wel als eerste cordee aan de route. 5 min. later volgde er nog 3 cordee’s waarvan er nog 2 cordee’s belgen waren. De route begint met een hoop losse stenen, maar gaat al snel over in vastere rots waar we onze klimskills al goed konden gebruiken. Hoewel het klimniveau  niet hoog is, vond ik het vaak toch al wel moeilijke passages, zeker met een zware rugzak. Mijn compagnon Bavo ging er geregeld wat vlotter door dan mij. Na 1,5 uur alles voor te klimmen geef ik mijn positie dan ook graag af aan Bavo. Alles verloopt vlot tot we op een gegeven moment even de weg kwijt zijn. Pieter en Brecht kiezen om langst beneden te gaan en wij kiezen een weg hogerop. Onze weg ligt vol met steenpuin en doet me denken aan een uitspraak van An. “In de bergen moet je een beetje op eierdopjes kunnen lopen.” We vorderen nu veel trager en zijn voorzichtig met iedere stap die we zetten. Het duurt 3 kwartier voor we Brecht en Pieter terug zien. Hun weg was ook niet de meest gebruikte maar ook zij zijn veilig boven geraakt. De rest van de route verloopt vlot tot we op een spectaculaire sneeuwgraad komen. Zeer smal en steil naar beneden aan de flanken. Het betere “sneeuwstoempwerk” komt in ons naar boven en we knoeften de sneeuw door.

het betere sneeuwstoemp werk

Boven deze sneeuw is pas de echte kers op de taart. Een sneeuwhelling van 65 °, welke onder de zon is veranderd naar een ijshelling van 75°.  Het was al snel duidelijk dat we onze ijsbijlen zouden nodig hebben. 75° stond er op de topo. Het leken mij er wel 85°. De ene zag er hier al wat meer naar uit dan de andere, maar we moesten er eender hoe over. Na onze goede rotsklimtechnieken is het contrast met de ijsklimtechnieken schrijnend. Van al het vlotte klimwerk schiet hier nu niets over. We zijn onzeker, onze kuiten verzuren bij iedere stap die we zetten en het ijs is zeer veranderlijk en soms bikkelhard. We kunnen maar amper traverseren en de cordee onder ons, van Pieter en Brecht, krijgt vaak de volle laag. (sorry guys) De helling is maar 80 meter volgens de topo maar 3 uur verder is iedereen het beu. We zien een gids ons langs onder voorbij spurten met een klant, haakafstanden die wij niet durven maken. Onze vijzen (we hadden er maar 4 per cordee) worden vaak na 5m en 7m al gedraaid. Dan moeten we al relais bouwen en vorderen dus echt in slow motion. Extra: sinds de sneeuw graat klim ik weer op kop, nu even mentaal sterk houden en blijven gaan. Bavo is stilletjes aan het afzien en leert ondertussen bij dat een ijsbijl met een sling een welkom rustpunt is. Ik zie wat rots en denk: “Hier moet ik zijn. Ik wil rots onder mijn voeten en ik wil zitten!” Ik ben duidelijk niet de enige die dat denkt. De rest volgt me maar al te graag. En wat een geluk, iets verder op de rots is een perfect plekje om met 4 te gaan zitten. We kunnen hier in de zon zitten en even genieten van een zware dag. Na een half uur rust zijn we weg en blijkt dat we 15m verder al boven zijn. We zijn allemaal moe, de dag was zwaarder dan we hadden verwacht en we missen nog een groot stuk vertrouwen op het ijs. We moeten hier nog duidelijk aan verder werken. Toch blij dat we dit hebben gedaan, vertrekken we naar een bivak plaats in de buurt van ârete Cosmique. Iemand van ons is jarig en dat wordt in het bivak dan ook zo uitbundig mogelijk gevierd. Er is dessert voor iedereen en zelfs een slokje whisky! Tevreden kruipen we allemaal op tijd in onze warme slaapzak.

En nu?

We hebben nog een dag. Vandaag besluiten we het wat rustiger aan te doen. We pakken geen alpiene start en gaan zelfs nog rustig een koffie drinken in hut de Cosmique. Na onze koffie gaan we verder naar ârete Cosmique. Een gemakkelijkere beklimming die niet lang is en eindigt in het liftstation. Het is een rustige maar mooie beklimming. Ideaal om een weekend mee af te sluiten. Iedereen tevreden keren we terug naar Chamonix om verder te dromen naar het volgende avontuur.

Mount Coach wordt ondersteund door de Klim- en Bergsportfederatie en genereuze sponsors: PetzlRabLowe AlpineJulbo EyewearZamberlanK2Kariboe Leuven.

Mount Coach: Winter is coming

Een nieuw seizoen, een nieuw avontuur.
We zijn helemaal in het begin van onze Mount Coach carriere begonnen met skiën. We weten dat de winter in de bergen zeer knap kan zijn. Maar deze winter leren we dat de bergen ook mentaal en fysiek hard kunnen zijn.

Iets anders dan de Alpen.
Nelson, een Mount coacher van enkele lichtingen terug, vindt dat de winter in onze streken veel te kort is en zet daarom zijn zinnen op Noorwegen. Daar heeft hij zich gesetteld in Oppdal, een dorpje in de buurt van Trondheim. Hij vindt het daar zo fantastisch dat hij deze vreugde ook met ons wil delen en stelt zijn woning open voor zes leergierige klimmertjes. Geweldig, zo’n kans mogen we niet laten liggen. Logistiek allemaal iets moeilijker dan de Alpen maar zeker niet onmogelijk. Onze gids Sanne twijfelt eerst over deze bestemming, want hij is er nog nooit geweest. Maar na één is hij meteen overtuigd. Zoveel ijzige watervallen en zo weinig mensen. Ideaal les gebied, zeker met een local die er alle goede plekjes kent. Voor ons is het, nog voor we de eerste bijl hebben geplant, al een hele beleving. De meeste onder ons hebben nog nooit zo’n soort bergen gezien. Het lijken net allemaal heuvels, alleen zijn deze heuvels dan wel 1500m hoog. Ze zien er niet super stijl uit, maar er zijn wel ijswatervallen van 1000m non-stop verticale massa’s ijs.

Stilte voor de storm.
Het is zo’n 10°C onder nul. De eerste dag gaat van start met uitleg over
hoe we onze crampons goed moeten gebruiken in het ijs. Daarna leren we
hoe we met de juiste slagtechniek onze ijsbijl in het ijs kunnen hakken. Als
we het op de grond wat onder de knie hebben, mogen we vertrekken in de
hoogte. De eerste lengtes doen we toprope, en om duidelijk te maken hoe
belangrijk voetenwerk is bij ijsklimmen, moeten we de bijlen beneden laten. Na de eerste lengte maken de meeste onder ons kennis met de “screaming barfies”. Dit is de omschrijving van pijn die je voelt als je afgekoelde handen plots terug hard beginnen op te warmen. Wat een helse, ongemakkelijke pijn! Je weet niet wat je overkomt, kan er niets aan doen en wil beginnen roepen ook al weet je dat dit niets gaat uithalen. Gelukkig is de pijn na een tweetal minuten weer verdwenen. Ook al leek de tijd op dat moment wel even stil te staan. De tweede dag gaan we over naar het leren plaatsen van ijsvijzen. Wat is een goede plaatsing voor mijn vijs en waar moet ik op letten. Op het einde van de dag klimmen we ook onze eerste routes voor. Allen op gemakkelijke stukken (WI3).

Out of the comfort zone
De temperatuur is vandaag tien graden lager dan gisteren. ’S Morgens
worden er in de auto’s temperaturen van -27°C gemeten. We
zijn ondertussen dag drie en hebben helaas wat minder geluk. In
het gebied dat we hebben uitgekozen is zeker dertig man van het
leger aan het oefenen. Gelukkig hebben de gidsen Denis, Sanne en An voor een plan B gezorgd. We rijden iets verder maar de aanloop naar deze locatie is toch iets verder dan verwacht. Wat op zich jammer is van de tijd,
maar de prachtige natuur maakt dit al gauw weer goed. We gaan
een heuvel over en zien geen wegen meer. Er ligt enkel een dikke
laag sneeuw, ergens een kleine rivier en een hoop ijswatervallen.
De temperatuur is in korte tijd veel gedaald. En dat zorgt voor het
fenomeen “telloren”. In de theorielessen hadden we hier al van
gehoord en vertelde men ons dat de buitenste laag van het ijs door
de koude enorm hard wordt, terwijl de binnenkant van de ijswaterval
nog warmer en zachter is. Wanneer men dan met de ijsbijl goed
inhakt op het ijs, komen er grote platen van het harde ijs los. Soms
zo groot als een bord, of zoals de naam insinueert, ‘de teloor waar ge
‘s ochtends je bokes met choco op smeert’. Dit maakt het allemaal
mentaal wat moeilijker. Ons vertrouwen in het ijs vermindert en zorgt
ervoor dat we minder secuur te werk gaan. De armen verzuren extra
hard en de vijzen worden al iets rapper in het ijs gedraaid

Het oog van de orkaan
De temperaturen zijn nog steeds extreem. Gisteren hebben we
allemaal mentaal flink afgezien. Een tikkeltje meer dan we vooraf
in gedachten hadden. Vandaag is het hoofdmotto “meer vertrouwen
kweken”. Hoewel ik gisteren hard heb afgezien en het allemaal niet
meer zo leuk vond, is dit vandaag wel weer veranderd. Het massief is
makkelijk. Met meerdere lengtes WI4. Enkele single pitches en twee
korte multi-pitches. Het ijs was nog hard, maar het ging allemaal wat
vlotter en beter dan gisteren. Na lengte twee te hebben geklommen,
begon ik het echt leuk te vinden. En dat had ik na gisteren eigenlijk
niet verwacht. Af en toe wat verzuring in de armen maar dat hoort er
bij. Na zeventig meter klimmen zijn we boven. Een ervaren ijsklimmer
doet dit in twee pitches, wij hebben het in vier pitches gedaan. Maar
het maakt allemaal niet uit, het is hier rustig en mooi en dat is wat
telt. Het is nog steeds koud, maar de wind is gaan liggen daardoor
voelt het een pak aangenamer dan de voorbije dagen.

Het doel
Het eigenlijke doel van deze stage is dat iedereen in een multipitch
WI4 kan voorklimmen. Vandaag staat dit dan ook op het programma.
We splitsen ons in enkele groepen. Ik zit vandaag in een cordee met
Bavo en Denis. De waterval is honderdvijftig meter hoog en, denk ik,
verloopt ook honderdvijftig meter horizontaal. Dit maakt dat we een
achttal touwlengtes voor de boeg hebben. Ik neem de eerste helft
voor mijn rekening en klim telkens voorop.Het begin gaat vlot, maar de moeilijkste lengte moet nog komen. Vol goede moed vertrek ik in deze lengte, na vier meter zinkt de moed me in de schoenen. Mijn armen zijn super verzuurd, ik vertrouw het ijs niet en zie nergens plaatsen om te rusten. Waar ga ik straks mijn relais bouwen? Waar moet ik die volgende ijsvijs zetten? Hoe lang kan ik hier zo blijven hangen? Al deze vragen rijzen bij me op. Maar dan hoor ik Denis zeggen: “Niet te veel nadenken over problemen die er nog niet zijn!”

En de rust keert een beetje terug. Stukje voor stukje ga ik verder. Het
duurt lang. Ik ben aan het klimmen en toch merk ik dat het traag
vooruit gaat. Bavo en Denis zijn ondertussen denk ik vastgevroren
aan het ijs. Uiteindelijk vind ik dan toch een goede plek voor een
relais, uit de vallijn en met een klein platform om te staan. Oef, even
rusten en zekeren. Maar veel rust is me niet gegund want de twee
naklimmers staan in enkele minuten al bij mij… Nog één lengte en
het is aan Bavo om terug voor te klimmen. Het gaat weer iets beter
en ik kan er terug van genieten. Eenmaal boven in deze lengte, ben
ik blij dat ik Bavo voor mag laten gaan. Ook voor hem begint het
makkelijk en wordt het moeilijker tegen het einde. Maar al bij al
gaat dit toch redelijk vlot. Eenmaal boven worden we beloond met
een mooi zicht over de bergen en een ondergaande zon. Dit wil ook
zeggen dat we ons naar beneden moeten haasten voor het donker is.

De orkaan?
Op onze laatste klimdag is de temperatuur iets gestegen, maar ook de
wind is aangewakkerd. We willen een waterval beklimmen waarvan
de aanloop iets groter is. We hadden de waterval enkele dagen
geleden zien liggen en ze ziet er erg knap uit. Vrolijk en met veel
enthousiasme gaan we ze tegemoet. Hoe hoger we komen hoe meer
wind er staat. De sneeuw blaast in ons gezicht. Alles wordt ijziger
en we doen onze crampons aan. We zijn nog maar een zeshonderd
meter van de waterval verwijderd wanneer Denis aanmaant te
stoppen. De sneeuw wordt constant van de waterval geblazen. Maar
erger nog deze waait op de grond en creëert lawinegevaar. Op onze
stappen terugkeren is de boodschap. We vinden het jammer, maar
hebben iets bij kunnen leren. We hebben met eigen ogen kunnen
zien wat lawinegevaar inhoudt. We “kennen” de theorie wel, maar
praktijkervaring hebben we duidelijk nog niet. Beneden aan de auto’s
maken we een plan B en beslissen om te gaan mixed klimmen. Dit
wil zeggen ijsklimmen gemengd met rotsklimmen. Onze gids kent
een mooie plek. We moeten zekeren vanop een bevroren rivier. Het
gevoel is anders. Alles is wat delicater en het hakwerk is iets minder
bruut. Ondanks alles is dit nog een zeer leerrijke dag geworden.

Mount Coach wordt ondersteund door de Klim- en Bergsportfederatie en genereuze sponsors: PetzlRabLowe AlpineJulbo EyewearZamberlanK2Kariboe Leuven.

MC8: Orco impressions

Eind oktober trok de groep van Mount Coach 8 naar het in herfstkleuren gehulde Valle Dell’Orco. In dit mini-Yosemite vond hun scholing in barstklimmen en het gebruik van mobiele zekeringen plaats. Er viel meer dan één lesje te leren. Indrukwekkend was het zeker. Een greep uit de getuigenissen…

Wat was jouw favoriete route?

SIMON: “Rattlesnake op de Caporale was een ideale route te vervanging van de doorweekte klassieker Diedro Sanchez. In deze route kom je alles tegen van gladde dülfers tot perfecte handbarsten en van enge schoorstenen tot megasubtiel plaatklimmen. Ideaal dus om de aparte granietstijl te leren kennen.”

TOBIAS: “Jedi Master was een absolute topper. Deze multi-pitch van 6 lengtes is een heuse aanrader. Hoewel ik normaal echt geen fan ben van dalklimmen is mijn idee in deze route toch iets veranderd. En als kers op de taart is er nog een knappe barst die begint als dülfer en iets later verder gaat met mooie handjams. In deze lengte heb ik dan ook voor het eerst gevoeld hoe een handjam eigenlijk echt moet voelen.”

Tobias in de mooie barstlengte van Jedi Master

Offwidth of vingerbarst?

BRECHT: “Off-width. Tijdens de alpiene zomerstage moesten we op een bepaald moment een off-width overwinnen. Hier heb ik ferm op mijn doos gekregen. ‘Wat een lelijke klimstijl’ dacht ik! Maar Orco heeft mijn mening hierover veranderd. Het gevoel wanneer je bovenkomt uit een off-width barst is een bevrijding, een opluchting en een gevoel van overwinning. En welke klimmer wilt er niet graag eens een supergrote cam in de rots plaatsen?”

SIMON: “Deze vraag is hetzelfde als de keuze geven tussen heel je lichaam openschuren of enkel de toppen van je vingers een beetje klemmen. Dus geef mij maar een subtiel vinger barstje.

ELLEN: “Ik heb het meest afgezien in het offwidth op een rare masochistische manier vind ik het wel leuk. Maar vingerbarsten zijn ook wel leuk , eigenlijk de elegantste versie van barstklimmen.””

Brecht in La Fessura de la Desperazione met zijn new found love voor off-widths

Wat was de grootste les voor jou?

PIETER: “Op graniet zijn voetgrepen overbodig. It’s all in the mind.”

BRECHT: “Het vertrouwen in mobiele zekeringen. Op een goedgeplaatste nut of cam kan je gerust vallen, maar ik moest hier toch een mentale klik voor maken. Na een paar valletjes op cams en nuts begon het vertrouwen in het materiaal te komen.”

ELLEN: “Het is één ding om te weten dat uw cams zouden moeten houden en een ander ding om het echt genoeg te vertrouwen om te vallen.”

BAVO: “Een jam mag al eens zeer doen, zonder wrijving blijft die niet zitten.”

Ellen werkt op haar jamming techniek en vallen op cams op de Kosterlitz boulder

Nuts/Cams?

TOBIAS: “Cams, cams, cams, cams. Het vertrouwen op nuts moet nog hard groeien. Maar ik probeer zo nu en dan wel eens.”

ELLEN: “Nuts about nuts.”

PIETER: “Cams zijn veel gebruiksvriendelijker en sneller dan nuts. Maar nuts zijn zo eerlijk en pretentieloos. Ik zou nooit zonder nuts vertrekken.”

Wat was jouw favoriete maaltijd?

PIETER: “Death by Gnocchi! Of misschien de lasagna di Sabrina…”

BRECHT: “De ontelbare antipasta’s! Duizenden hapjes, ongelooflijk! Mensen die goed willen eten na het klimmen zijn in de ‘Albergo La Cascata’ helemaal op hun plaats.”

SIMON: “Hoewel de tiramisu het moeilijkste was van alles om binnen te krijgen na ons dagelijks 50-gangen-menu ging dit heerlijk dessert er altijd nog wel in.”

Simon demonstrating some tiramisu-powered climbing

Wat is jouw offwidth-power-scream?

BAVO: “Volledig buiten adem geraken terwijl ik amper vooruitga, voor schreeuwen is geen adem over.”

TOBIAS: “*prrrwiieet* Het geluid van stress-scheetjes omdat je nergens een cam kan plaatsen en de vorige al 4 m onder je zit.”

ELLEN: “Like a Scottish Highlander going to battle.”

Wat was het grappigste moment van de stage voor jou?

PIETER: “Sabrina moest duidelijk haar voorraadkast leegkrijgen. Onze maagcapaciteit werd duchtig op de proef gesteld. Antipasti, primo piatto, secundi piatto, dessert, het hield niet op. Na de beruchte Gnocchi avond werden Ellen en ik midden in de nacht wakker bovenop het beddengoed, kleren nog aan, alle lichten aan… Talk about a food coma…”

TOBIAS: “Ik wou tegen Ellen zeggen dat ik mijn trui had achter gelaten.  Helaas heeft mijn Engelse taalknobbel me hard in de steek gelaten en zei ik in de plaats van sweater -> trousers. Dit heeft me dan uiteraard ook wel een beetje achtervolgt…”

SIMON: “De imitatie van Firmin Crets uitgevoerd door Filip Marcus.”

BAVO: “2e lengte van legoland, plots staat er een baby gems nieuwsgierig te loeren op nog geen 5m afstand…”

Baby gems laat zien hoe het moet

Wat is jou favoriete cam?

BAVO: ” De ‘mental support 5’ cam” van Filip in Nicchia delle Torture, de grootste die hij nog had, maar een #6 had vermoedelijk de rots wel aan beide kanten nog kunnen raken. Zeker niet overdreven om te stressen op die plaats, nog maar een meter verder tijdens het naklimmen plaats ik een mooie footslip…”

PIETER: “Black diamonds zijn mijn favorietjes, als ik een gele kan plaatsen is mijn dag geslaagd.”

SIMON: “Mijne favoriet is toch wel de 0.5 van black diamond. “

Bavo in zijn happy place met zo veel barstklimmen

Mount Coach wordt ondersteund door de Klim- en Bergsportfederatie en genereuze sponsors: Petzl, Rab, Lowe Alpine, Julbo Eyewear, Zamberlan, K2, Kariboe Leuven.

100% Alpine, of toch zoiets.

23/06 – Ergens in Vlaanderen maken zes gespannen individuen zich klaar om op vakantie te vertrekken. Het is de start van de MC8 zomerstage. Er komt deze keer heel wat bij kijken. Er moeten stijgijzers, piolets, nuts, friends, ijsvijzen en nog veel ander speelgoed mee. Nog voor we vertrekken is het al duidelijk dat we veel gaan leren. Dit materiaal is namelijk nieuw voor velen van ons. ‘s Avonds, als iedereen op camping Victoria in het Oostenrijkse Salzburg is aangekomen, krijgen we van Sam en An nog een snelcursus van wat er in onze rugzak moet. An stelt ook de vraag : “Wat verwachten jullie van deze stage?” Waarop het antwoord van de groep is: ”100% Alpinist worden!”

30/06 – Om 7.00 gaat de wekker. Bah! Zo vroeg en dat in onze vakantie?! Na een stevig ontbijt rijden we naar de start van de instijg die ons naar de Kürsinger hut zal leiden. De zon schijnt onverbiddelijk hard, maar de dappere Mount Coachers stappen stevig door. Na één uur doen Sam en An ons stoppen: “Eén uur stappen, 5 min pauze om te drinken, is een goed tempo.” Oef, zalig, even rust, maar niet voor lang. We moeten nog 16 km stappen met 1500 hoogtemeters. Terwijl we vorderen en toch wel een beetje afzien ontrolt er zich ook een schitterend landschap. Bergen komen te voorschijn en links en rechts valt het water kletterend naar beneden in knappe watervallen. Wauw! Dankzij deze pracht worden ontluikende bleinen en zware rugzakken al snel vergeten. Aan de hut aangekomen, kunnen we verder genieten: links ligt een gletsjer, voor ons een meer en op elke top is nog sneeuw te zien. Yes, wij zijn er. Dit wordt onze speeltuin. De tijd die ons rest voor het avondmaal wordt nuttig besteed. Sam en An tonen hoe we ons moeten inbinden, welke soorten cordées er zijn, en hoe we op rotsen en sneeuwplekken moet vorderen. Oké, ik voel me al 2% alpinist. Nu nog snel eten en proberen niet in slaap te vallen voor het dessert.

01/07 – Triiiiing! Triiiiiing! Wat!? Het is nog maar 05.00. Toch moeten we er al uit. Vandaag op het programma: de Keeskögel. Een ideaal programma voor beginners volgens de topo. We nemen de Westgraat omhoog. Halverwege onze tocht  komen we een brede offwidth barst tegen, die los door een toren op de graat loop. Dit obstakel is makkelijk te omzeilen, maar we kiezen ervoor om de uitdaging aan te gaan. We leren meteen dat klimmen met een volle rugzak en D-bottinen een ander paar mouwen is. Een 6a gewaardeerde lengte zou ons niet teveel tijd mogen kosten. Toch blijkt het behoorlijk spannend te zijn! Eens overwonnen volgt dan ook een uitgebreide bespreking van botin-klimtechnieken en het inventieve gebruik van rugzak als nut. We zijn fier op onszelf en reiken enkele ‘alpinistenpunten’ uit. Breed glimlachend vorderen we door eenvoudig maar brokkelig terrein. Op het einde nog een sneeuwhelling over en het kruis is zichtbaar. Wij zijn er, onze eerste echte alpiene beklimming is een feit! Wat zijn we trots op onszelf. Ik voel me vandaag al zeker 8% alpinist. In de tocht terug naar beneden, nemen de stagebegeleiders nog even een omweg, waar we ons over gletsjers gaan voortbewegen. Sam en An leggen ons nieuwe inbindmethodes uit. Wat verderop, verandert het terrein van sneeuw naar ijs. Tijd om onze stijgijzers aan te doen, waar dan ook weer wat uitleg bij hoort. Echter komen boze wolken onze pret bederven en haasten we ons terug naar de hut! 

02/07 – 04.00. Nog vroeger vandaag. Maar het vooruitzicht zorgt voor een opgewekt ontwaken. We maken ons snel klaar, want er is slecht weer voorspeld in de namiddag. We willen eerst een top doen en in de afdaling spaltenberging oefenen. Geen licht programma. De top die we vandaag gaan beklimmen is maar liefst 3666m hoog. Het is dan ook de 4de grootste berg van Oostenrijk. Als dat geen alpine punten waard zijn… We nemen de normaalroute vanuit de Kürsingerhut en vorderen vlot. Het is een lange, makkelijke weg over een besneeuwde gletsjer. Als we bijna boven zijn is het wel even verschieten, Pieter voelt de grond onder zijn voeten wegzakken, maar hij blijft gelukkig in de sneeuw hangen. Er zitten dus duidelijk spalten onder de sneeuw verstopt. Als we de top hebben bereikt en terug naar beneden gaan, zoeken Sam en An de perfecte spalt om te oefenen. Hier krijgen weer een hoop technieken aangeleerd. Hoe maak ik een T-anker? Hoe doe je een bevrijding met een cordée van 3 en van 4? En om alles echt te maken mocht er ook steeds iemand in de spalt vallen. Woohoow! Spanning en avontuur. Na al deze oefeningen gaan we verder op de gletsjer om wat ijsvijzen in te draaien, een abalakov anker te maken en nog wat te oefenen op vorderen op een gletsjer. Ook vandaag hebben we zeker weer wat alpine punten verdiend.

03/07 – 04.00 Het wordt meer en meer een routine. We zijn in no-time klaar voor onze laatste dag aan de Kürsingerhut. Plan van de dag, de Grosser Geiger. Vandaag begint de aanloop naar beneden. Maar niet veel later mogen we door de sneeuwvlaktes omhoog ploeteren. Vervolgens is er een graat beklimming waar we de weg maar moeilijk kunnen vinden en al snel belanden we tussen vele losse blokken. Voorzichtigheid is geboden en iedereen herinnert zich de woorden van An: “Een goede alpinist moet op eieren kunnen lopen.” En dat doen we dus ook. De afdaling gaat vlot en dus is er nog tijd voor een les. Wat doe je als je begint te glijden op een steile sneeuwvlakte? Sam toont enkele technieken waarna ons mogen uitleven op deze gigantische glijbaan. Na deze les haasten we ons terug naar de hut, want we moeten vandaag ook nog beneden in het dal zien te geraken. Een lange dag die toch wel een punt extra waard is.

04/07 – We staan rustig op en proberen wat te recupereren. We krijgen nog een beetje theorie en maken onze zakken klaar voor de volgende top. Vandaag doen we de instijg naar de Stüdlhütte. Deze moderne hut ligt aan de Stüdlgrat, wat meteen onze route op de Grossglockner zal worden. 

05/07 – 04.30 De hut is ‘s morgens verschrikkelijk druk. We haasten ons en vertrekken naar onze beklimming. Ook hier heerst drukte.Zowel voor als achter ons zitten andere cordées. Al bij al gaat de beklimming nog vlot vooruit. De afdaling daarentegen gaat minder vlot. Alle touwgroepen die de top van Oostenrijks hoogste berg halen moeten via de normaalroute afdalen. Niet ideaal, aangezien dit ook de drukste route omhoog is, met wachtrijen als gevolg. We besluiten om een andere, minder drukke, route te nemen. Tegen de middag staan we terug waar we ‘s morgens vertrokken waren. Ook vandaag gaan we terug tot in het dal. We zijn moe en voldaan. De hoogste berg van Oostenrijk beklimmen is achter de rug en dit geeft ons weeral wat alpine punten. We zijn het er over eens dat we allen veel hebben bijgeleerd, maar dat we ook nog een lange weg te gaan hebben. Wat een mooie vakantie. Als afsluiter gaan we nog ergens eten met als dessert kaiserschmarrn.

From (sub)zero to hero. Skistage Mount Coach 8

Gearing up for the Vallée Blanche descent!

ENGLISH VERSION BELOW

In de paasvakantie werd de aftrap gegeven voor het 8ste Mount Coach Academy traject. Chamonix vormde het decor voor de eerste stage: freeride skiën. Met twee absolute beginners in de groep en vier die hooguit al ooit eens een ski gevoeld hadden was er veel werk aan de winkel. Deze groep zou tegen het eind van de week namelijk succesvol moeten kunnen afdalen langs de Vallée Blanche…

Lees verder

Mount Coach Academy 8: meet the team!

ENGLISH VERSION BELOW

Op een frisse zaterdagochtend staan acht zenuwachtige individuen op een parking in Bouillon klaar om zich te wagen aan de ingangstesten voor de achtste Mount Coach Academy. Zes gelukkigen zullen gedurende 2,5 jaar de bergsport in al z’n disciplines doorgronden onder begeleiding van ervaren instructeurs en met ondersteuning van de Klim- en bergsportfederatie en genereuze sponsors. Het traject vereist een grote motivatie en inzet als basisvoorwaarden, doch dient er ook het een en ander bewezen te worden tijdens het selectieweekend.

Lees verder