KOSTERLITZ & CHICKENWINGS

mount coach orco

30 oktober 2021 – Het voltallige Mount Coach 9 team zit samengepakt in een busje, onderweg naar de derde stage van het MC-traject. Hun bestemming ligt zo’n 1000km verderop in Valle dell’Orco, Italië. Deze vallei staat gekend onder de klimmers voor haar sublieme barstlijnen en is volgens velen het beste tradklimmassief van de Alpen. Dat belooft! Op de massieven Sergent, Caporal en Torre di Aimonin staan er enkele lange multipitchtradklimroutes te wachten. In de topo staat te lezen hoeveel engagement daarbij telkens van de klimmer verwacht wordt. We beloven onszelf uit te dagen, maar laten de grote risico’s voor wat ze zijn. Voor velen onder ons is het de eerste échte tradklimweek, dus blijft het nog wat aftasten.

orcoDAG 1 – MISTIG DAAR BUITEN

We komen aan in Italië. En voor wie de vorige stage-verslagen van MC9 al vergeten mocht zijn, we zitten met een wederkerend probleem: ‘Slecht weer vandaag’. De weersvoorspellingen hadden ons op voorhand verwittigd, maar uitwijken was geen optie. We zochten nog naar volwaardig barst-alternatief in de zon, maar dat zat er deze herfstvakantie niet in. Dan maar tandjes bijten in Orco… Yes we can! Positief blijven is de boodschap. En eerlijk gezegd, zo’n herfstige vallei in de mist… Dat ziet er nog niet zo verkeerd uit.

Tijdens het ontbijt houden we de tarmac goed in de gaten. “Droge tarmac is droge rots”, leren we van stageleider Denis. En jawel, na een paar regendansjes en “Caffè Grande’s” lijken de eerste ochtenddruppels op te drogen. We gooien onze klimzakken in de koffer en trekken erop uit. Stageleiders Denis en Bavo brengen ons naar een klein singlepitch-massiefje ‘Droide‘, waar een handvol routes relatief droog zijn. De mist blijft zich moeien die dag, dus wachten we niet op de perfecte condities en meten ons de eerste 6a’s en 6b’s van de stage aan. Dat loopt behoorlijk vlot bij de meesten! Voorklimmen op dal blijft pittig in de regen, maar de ruwe graniet is ons goed gezind.

De stageleiders trekken de hogere niveaus voor ons open, zodat we ook daar een aantal pogingen in kunnen wagen. Verschillende teamleden scoren daarmee nieuwe ‘personal bests’ en het enthousiasme in de groep dikt aan. We klimmen tot de zon er genoeg van heeft en doen daarna nog even verder om de laatste routes af te werken. Bewapend met ons Petzllicht vinden we onze weg terug naar de auto en trekken we terug naar ons logement.

orcoDe hut waar we verblijven is een artikel op zich waard. We bevinden ons in de ‘Albergo Gran Paradiso’. Dat houdt qua accommodatie op zich niet veel spectaculairs in. Maar de uitbaatster is op z’n minst opmerkelijk te noemen. Sabrina kijkt er persoonlijk op toe dat we het naar onze zin hebben. Deze Italiaanse dame is dan ook gezegend met een groot hart en een nog grotere maag. Na de zoveelste tradklimstage van Mount Coach is de groep er als vriend aan huis. En bij Sabrina staan we intussen gekend voor onze goede eetlust. De maaltijden worden met de dag uitgebreider, en als je er iets van zegt krijg je de volgende dag alleen maar meer op je bord. Het lijkt wel oorlog met de keuken. Sabrina ziet er het amusement wel van in. Telkens kijkt ze lieflachend toe, terwijl het hele team puffend boven hun overvolle borden hangt.

Gelukkig wordt het vroeg donker in Italië op deze tijd van het jaar. We hebben dus voldoende tijd om al het eten naar binnen te spelen. 4 voorgerechten, 2 hoofdschotels én een groot dessert later waggelen we naar de slaapkamers. Hopend op beter weer voor de volgende dag.

DAG 2 – SUNSHINE EVERYDAY

Hoop doet leven! De vieze weerwolken zijn op dag 2 ver te zoeken en dat wordt geapprecieerd. De rots is voldoende droog om te multipitchen, dus trekken we er dit keer écht op uit.

Tijdens deze tradklimstage is het opnieuw de bedoeling dat elk teamlid één volledige dag het voortouw neemt. Het is aan de voorklimmer om zelf de aanvang van de route te zoeken en naar de top te navigeren. Hij/zij baant zo de weg voor de andere naklimmer(s). Meestal trekt zo’n voorklimmer erop uit met 1 set nuts en 2 volledige racks friends. Met het reddingsmateriaal dat daar bij komt zitten onze materiaallussen overladen vol. Onze achterwerken wegen daarmee iets zwaarder dan normaal. Echt handig klimmen is dat niet, maar we zitten tenminste niet halverwege de route zonder beveiligingsmateriaal.

In Orco heerst er blijkbaar wat onenigheid over het al-dan-niet behaken van de routes. Sommige mensen zijn van mening dat bepaalde lijnen best wat haken kunnen gebruiken, en anderen vinden dat pure flauwe kul. Het plaatsen van haken naast de barsten zou namelijk wat engagement en klimplezier wegnemen, dus passeren er geregeld eens wat klimmers met de slijpschijf.

In principe kan het ons weinig deren of er wel of geen haken aanwezig zijn. We kwamen hier sowieso om eigenhandig onze zekeringspunten te installeren. Maar af en toe blijkt zo’n haak toch z’n nut te hebben. Op bepaalde dalwanden, waar gaten en spleten niet voorkomen bijvoorbeeld, pikt het soms toch zonder die vertrouwde bolts.

Cedric De Smet Dinsdag 7u00: “Ik hoor de wekker af gaan, ik kijk naar buiten en… YES! Grand beau. Meteoblue was juist, na 2 dagen regen en miezer hebben we eindelijk stralend weer. Vol energie zet ik mij aan de ontbijttafel en terwijl ik enkele croissantjes naar binnen werk worden de laatste voorbereidingen gemaakt voor de multipitch van vandaag. De topo wordt nauwgezet bestudeerd en de spanning zit er toch wel wat in. Gaan we de route vinden? Gaan we voldoende zekeringen kunnen plaatsen? En houden die zekeringen in feite wel… Met een rugzak vol cams en een broek vol goesting vertrekken we naar de rots!

orcoAangekomen aan de Torre Di Aimonin gooien we de touwen uit en vertrekken we op ontdekking in de wondere wereld van graniet. Dalletjes met kleine voetjes, prachtige hoekversnijdingen en barsten in alle mogelijke maten en vormen wisselen elkaar af. Hoewel er een fris windje staat, is het toch genieten aan de rots. De hele vallei is gehuld in prachtige herfstkleuren en boven de boomgrens zie je de eerste sneeuw al liggen.

Omdat de weersvoorspellingen niet zo denderend waren hebben we de hele wand ook voor ons alleen. Wat een ambiance! We klimmen verder tot de zon achter de bergen verdwijnt. We zetten onze koplampen aan en dalen verder af naar het dorpje waar Sabrina ons opwacht met een overvloedig avondmaal.

Na een paar keer vallen een paar keer blokken en veel geschreeuw was mijn eerste barst overwonnen, wat een gevecht!

CLIMB, EAT, SLEEP, REPEAT

Even terug naar het begin… Want barst- en tradklimmen, wat is dat eigenlijk? We gaan ervan uit dat de gemiddelde Monte-lezer ongeveer wel weet waarover het gaat. Maar eigenlijk is dat te kort door de bocht. Beide termen worden vaak samen in de mond genomen, maar er is een nuance. Daarom een korte toelichting.

Barstklimmen, of crack klimmen, is voornamelijk in Noord-Amerika ontstaan. Dat verklaart waarom we in deze tak van de klimsport veel Engelse termen tegenkomen zoals: Fistjam, Handjam, Fingerlock, Off-width, Chickenwing… Ze omschrijven de breedte van de barsten en de soorten jams die je daarbij dient toe te passen.

Crack klimmen speelt zich op rotswanden af waar de routes de barstlijnen volgen die erin lopen. Zo’n barst bestaat meestal uit relatief rechte hoeken, wat maakt dat je vaarwel kunt zeggen tegen de meeste bakken en krimpers die je op andere rotsmassieven tegenkomt.

Van echte hand’grepen’ is er dus weinig sprake. Je baant je hier een weg naar boven met behulp van verschillende “jams” of “klemmingen” die je maakt met je handen, armen en andere ledematen. Hier kan je redelijk creatief mee omspringen, wat voor jou werkt – werkt.

Je hoort het al, zo’n hand op klemming in een barst steken, en daar met je volledige gewicht op gaan hangen… Het kan soms pijn doen. Vandaar misschien dat deze vorm van klimmen minder populair is onder de klimmers. Onterecht, als je het ons vraagt, want die jams hebben zeker hun charme.

Het is een techniek die je in de vingers moet krijgen, maar dat komt sneller dan je denkt. Neem de Fistjam bijvoorbeeld. Daar steek je een platte hand recht in de barst, draait deze een kwartslag en maakt dan een vuist. Door de verbreding van je hand zit deze nu goed vast. De kristalvormingen in het graniet geven je voldoende frictie om er je volle gewicht aan te hangen. Meer dan een volwaardige handgreep dus, en bovendien één van de beste die je kan wensen. In Valle Dell’Orco zit het er vol van.

Elke barst die wat smaller of breder is vergt al wat meer moeite. Minder ideaal, maar vindingrijk zijn helpt. Voor je aan de route begint wikkel je je handen in klimmerstape of trek je rubberen crack-gloves aan. Deze beschermen je tegen de scherpe puntjes in de rots. Zo liggen je handen niet volledig open na de eerste lengte.

TradklimmenBen je daar volledig mee vrijwaard? Nee, dat zou wat optimistisch zijn. Verwacht je aan kapotte nagelriemen en blauwe plekken. Niets dat niet geneest, als je voorzichtig bent.

Tradklimmen, ook gekend als traditioneel klimmen, adventure klimmen en klimmen op friends en nuts, wijst op de manier waarop de routes afgezekerd zijn. Het is de traditionele manier van klimmen, voor de intrede van de boorhaken in de jaren ‘70. Een tradklimmer herken je dan ook aan zijn zwaar beladen gordel. Daaraan bengelen, naast de vertrouwde setjes, musketons, rappel- en reddingsmateriaal, ook wat nieuwe vriendjes.

De ‘friends / cams en nuts’ zijn mobiele zekeringen die er best indrukwekkend uitzien. En thank god voor deze innovatie. Klimmen zoals in ‘den goeden ouden tijd’, op mephaken, houten klemblokken en in-barsten-geklemde-moerbouten, had andere koek geweest. Dan ben je beter af met deze veredelde scharnieren. Oké, ze blijven niet altijd even goed op hun plek zitten, maar dat is vaak te wijten aan je eigen kunde en ervaring.

orcoTrad- en barstklimmen vereist dus wel wat oefening. En laat dat nu exact zijn waarvoor we hier gekomen zijn.

Onze stageleider Denis kent de hele regio op z’n duimpje en wijst ons de ene prachtroute na de andere aan. Quasi elke barst en steen weet hij liggen in Orco, ideaal voor wat tips over het verloop en advies op maat. Het hele team is dan ook laaiend enthousiast om van deze ‘Vertical Thinker’ te mogen bijleren.

Het liep niet altijd van het leien dakje, maar naast een vastgetrokken touw en het weer dat soms met onze voeten kwam spelen, hadden we het niet beter kunnen wensen. Bedankt aan stageleiders Denis en Bavo én onze sponsors voor weer een mooie week in de Alpen! Next up is de ski-stage met Kerst en de ijsklimstage in de Krokus. Je kan het allemaal meevolgen op onze Instagram-pagina @mountcoachloic

Spaltenspringen en sneeuwglijden

Sam Van Brempt fotograaf

Tekst: Loïc Puylaert, Foto’s: Sam Van Brempt

Op vrijdagnamiddag pikt Niels het hele MC9-team op in een splinternieuwe bolide die we huurden voor de stage. Eens alle spullen en Mount-coachers in de wagen waren gepropt rijden we richting avontuur. Iedereen zit er al een tijd naar uit te kijken: onze eerste alpiene stage. Niels kent een goede bivakplaats die op de weg ligt, enkele kilometers voor Basel. We stoppen voor een korte nacht en vertrekken de volgende ochtend snel richting het startpunt van onze stage. Net naast de Flüelapass in Zwitserland staan lesgevers Sanne en Sam ons op te wachten. We zijn klaar om er direct in te vliegen…

We beginnen met het overlopen van de basisbegrippen en -handelingen. Voor enkelen is dat grotendeels herhaling, voor anderen is het concentreren geblazen om alle info zo snel mogelijk op te nemen. Sam en Sanne hebben er duidelijk evenveel zin in als wij. Ze weten van gas geven. We beëindigen de korte maar intensieve les met wat oefeningen in het veld.

Daarna is het tijd om een slaapplaats te zoeken en de route voor de volgende dag te plannen. We zetten onze zinnen op Piz Radönt. De cordées worden samengesteld, en de rugzakken worden gemaakt. De volgende ochtend vertrekken we met een flinke dosis motivatie naar de top van de dag. Bij de aanloop merk ik al snel dat het voor zware personen soms vermoeiender kan zijn om door sneeuw te stappen aangezien die sneller door de harde sneeuwlaag zakken en tot het middel in de sneeuw zakken.

Tijdens deze route, en doorheen de hele stage, werden we eraan herinnerd dat zelfs in een vaak geklommen route er veel stenen los zitten en je dus attent moet blijven. De beklimming verloopt vlotjes en iedereen is blij om terug te kunnen genieten van de bergen, na verschillende maanden achter een bureau doorgebracht te hebben. Het is nu tijd voor 1 van de 2 grote wissels in ons winning alpine team. An staat ons op te wachten op de parking na onze route, klaar om samen met ons naar het Italiaanse decor te vertrekken: het Ortlergebied. Op dat moment nemen we afscheid van Sanne. Aangekomen in Italië richten we onze blikken op de Monte Cevedale via de Casati-hut. Op weg naar de hut wordt de oriëntatiekennis nog even opgefrist, gevolgd door een uitgebreide sneeuwscholing. We leren al snel dat er veel komt kijken bij het sneeuw-en ijsklimmen: typische cordées voor gletsjers, hoe en waar ijsvijzen plaatsen, een ijs-relais maken op Abalakov, het ijsklimmen an sich, etc..

Na deze stevige portie ijs en sneeuw trekken we verder naar de Casatihut en smeden we plannen voor de volgende dag. De opfrissing van onze oriëntatiekennis komt daarbij goed van pas. Ik zal toegeven dat ik blij ben een kenner naast me te hebben die me tips kan geven waar nodig. Ook zo iemand nodig? Bel zeker Christian.

Het weer is ons echter niet gunstig gezind, en een beklimming van de Monte Cevedale zit er niet in. In plaats daarvan zijn we een spalt gaan zoeken om in te springen. Sommigen noemen dit ook ‘spaltenberging’, de bedoeling is dus wel degelijk om de persoon terug uit de spalt te krijgen na het springen. De spalt blijkt echter niet groot genoeg voor al het enthousiasme in de groep. De afdruk van iemands achterwerk in een hompje sneeuw onderaan de spalt is daar het bewijs van.

We vervolledigen onze sneeuw- en ijs-les met wat ‘glijden op sneeuw’, door anderen gekend als ‘remtechnieken’. Hier zit ook een leerdoel achter, zijnde zo snel mogelijk stoppen. Ik ga eerlijk zijn, ik had soms het gevoel dat we een tweede doel hadden, zo snel mogelijk glijden vooraleer we de remtechnieken gebruikten.

Door weersomstandigheden is het tijd voor de 2de grote wissel van ons winning alpine team. We verlaten het Ortlergebied en vertrekken richting het Berninamassief. We hadden onze zinnen gezet op de oostgraat van Piz Morteratsch genaamd Cresta de la Spraunza.

‘s Ochtendsvroeg vertrekken we vanuit de Bovalhütte. De condities zien er echter niet optimaal uit: het miezert sneeuwvlokjes en de top heeft een dikke wolkenjas aangetrokken. Wat gaat dat geven?

We besluiten te geloven in de meest optimistische weersvoorspelling en zetten door. Er volgt een impressionante graatbeklimming met winterse taferelen. Halverwege trekken we onze stijgijzers aan om hun functionaliteit op rots te testen. Dat is even wennen voor de meesten, maar ons vertrouwen in het materiaal groeit met elke stap. De technieken en de handelingen krijgen een vaste plaats in ons werkgeheugen, al kan er nog gewerkt worden aan snelheid en efficiëntie. Na het bereiken van de top (3751 meter) dalen we terug af naar de hut, nét op tijd voor het avondeten.

We besluiten om ons de volgende dag te verplaatsen naar een andere hut verderop in het Bernina-gebied. De hut ligt niet te ver van Piz Palü (3901 meter), een berg die al enkele dagen tot onze verbeelding spreekt. Onderweg naar de hut testen we opnieuw onze oriëntatieskills en gaan we nog maar eens voor een les spaltenspringen 2.0, maar deze keer met grotere spalten en nieuwe reddingstechnieken.

Eén voor één duikelen we de prachtige ijsgang in. De redding gebeurt ditmaal met een Zwitserse takel, wat best een heftig karwei blijkt te zijn, zeker op een papperige, zonovergoten gletsjer. Gelukkig helpen de slachtoffers aan het andere touweinde en prusikken ze zich een weg naar de oppervlakte.

Na een laatste check of we niemand in de spalt vergeten zijn hernemen we onze tocht naar boven. Langs Niels’ kant moet er toch wat heimwee gespeeld hebben, want nog geen twee minuten na de oefening floept hij alweer een spalt in. Voor écht deze keer, gelukkig zonder al te veel complicaties.

Intussen zit het er goed in gebakken: eens aangekomen in de hut, start het plannen van de volgende dag. We besluiten om de Piz Palü traverse aan te pakken om zo wat meer sneeuw-ervaring op te doen. De traverse loopt over 3 toppen welke overwegend in sneeuw gehuld zijn. Wanneer we toch een stuk rotsgraat tegenkomen, zien we dit opnieuw als een leerkans en houden we onze crampons aan. De beklimming is een aangename afsluiter voor het hele Mount Coach team.

Onderweg naar beneden ondervinden we het effect van de zon op sneeuw. Wat die ochtend nog ‘croute’ was, is nu ‘slush’ met het nodige geploeter tot gevolg. We zakken steeds dieper en dieper de papsneeuw in. Voor de laatste steile helling is er dan ook niets beter op te vinden dan naar beneden te sleeën, wat bovendien plezant en effectief blijkt te zijn! Tot slot rest er ons nog de vallei uit te wandelen. Dit doen we over een apere (open) gletsjer om het genot van deze leerrijke stage nog zo lang mogelijk te rekken.

In de auto onderweg naar huis wordt er noestig gesnurkt, chauffeurs Loïc en Niels houden de wacht. De bergen zullen gemist worden. Dat we maar snel mogen terugkeren. We maken plannen om onze eerste ervaringen in barstklimmen op te zoeken in Ettringen. De voorbereidingen op de granietstage in Orco laten niet op zich wachten.

Volg de avonturen van het hele Mount Coach team op Instagram! @Mountcoach

Cra-cra-crack, supercrack

Tekst Annelore Orije / Foto’s Arne Monstrey en MC9

Als een dolleman plenst Cedric over een verzopen camping. “Cra-cra-crack supercrack!” buldert hij enthousiast uit. Zijn leuze haalt hij uit de topo van Presles, die immers boordevol veelbelovende routenamen staat als deze…

Zijn euforie wordt gedeeld met de rest van de groep, al zou het sombere weer je anders doen vermoeden. Geen drashbui is het kersverse team echter te veel, want klimmen zal er gedaan worden – eindelijk, verdomme. Na de zoveelste lockdown is het tijd voor de eerste stage van Mount Coach 9: vier dagen multipitchen in Presles. We klimmen er op een uit-kalksteen-gesleten falaise van grijze, witte en okerkleurige rots, welke meer dan 6 km lang door het panorama golven.

De planning van de Mount Coach opleiding werd na de selecties in februari vlijtig bijgeschaafd. Zo ging de skistage de mist in, wat normaal gezien de ideale teambuilding betekent voor de 6 jonge uitverkoren bergsporters. Voor deze groep helaas geen buikkrampen van het lachen om iemand die face-first de poedersneeuw in duikt.

Maar aan teambuilding geen gebrek. Sinds de selectie werd er al menig in “bubbeltjes” geklommen op de Belgische massieven om toch maar wat extra training achter de kiezen te krijgen. Een nodige deugd, want multipitchen in Presles schijnt geen evidentie te zijn.

Een zonovergoten ‘Douce France’ is de lichting evenmin gegund, maar ook dat blijkt zijn voordelen te hebben. Want, zoals de jarige Loïc gevat opmerkt: “Als het regent zie je geen traantjes.”

Onder het goedkeurend oog van stageleiders Denis Hoste en Arne Monstrey klimmen de zes Mount Coachers in spe zich de ziel uit het lijf. Het opzet van de stage is dat éénieder een hele dag voorklimt, terwijl twee andere naklimmers bèta-vergarend toekijken. De kunsten van het klimmen met duotouw werd de groep in een eerder weekend voorgedaan op de Belgische rotsmassieven Freyr en Dave. Ook het plaatsen van allerhande ijzerwerk krijgen ze daar in de vingers.

Voldoende lesmateriaal om in te oefenen dus. Niels, Cedric en Arne klimmen de eerste dag in ‘Kit ou double’. Een route van 8 lengtes bomvol dièdres, offwidth-barsten en handbarsten. Vree tof, als je het aan Niels vraagt.

Halverwege de route is het wel even zoeken. Het trio klimt vermoedelijk de foute richting uit in een exposé 6B-passage. Op één piton na zijn daar plots geen haken te vinden. Niels besluit dan maar om zijn eerste échte trad-relais te bouwen. Naklimmer Arne keurt de hele opstelling goed en Niels vervolgt het voorklimmen in de juiste richting.

Het merendeel van de multipitch speelt zich voornamelijk in de wand af. Maar de laatste lengtes zorgen voor wat contrast. De klimmers worden uit de wand gejaagd, naar een verticale plaat met 150 tot 170 meter lucht onder je voeten. Da’s toch even wennen. Om de klim af te maken volgt nog een kleine bombé alvorens de top gevierd kan worden. Een veelbelovend begin van de stage!

Même pas peur

De weersvoorspellingen voor de volgende stagedag laten aan de wensen over. Een hele dag is het miezeren geblazen, wat ons speelveld een vettige glijbaan maakt. Miel, Annelore en Arne trekken naar Même pas peur, een muitipitch bestaande uit 10 lengtes met een hoogte van 250 meter. De eerste lengtes liggen er kletsnat bij. Miel maakt daar echter niet zo’n probleem van en trekt zijn klimschoenen aan. Hij klimt voorzichtig maar gestaag de eerste lengtes door. De cordée krijgt een prachtig gevarieerde route voorgeschoteld. Waar het de ene lengte koelkastknuffelen is, wordt er in de volgende lengte rondgestrooid met pockets en chimneys. Een dubbele dülfer maakt het gamma van variëteiten compleet.

Op de top worden ze verwelkomd door Cedric en Christian die daar al een uurtje van het uitzicht aan het genieten zijn. We trekken wat schaamteloze topselfies en maken ons klaar voor de terugkeer naar het dal. Plots valt Cedric’s oog op iets vreemds in het landschap. Een Snickers? Arne kijkt verwonderd op. “Die is voor mij!” zegt hij. En zo blijkt. Op wat klimmerstape (die de Snickers aan het paaltje bindt) staat geschreven ‘We Love Arne’. Het blijkt het fraaie werk te zijn van Robbe van Mount Coach 7 die dezelfde plek 10 dagen eerder passeerde. Deze onverwachte afsluiter maakte de dag eens zo geslaagd. Benieuwd wat de anderen hebben aangevangen in de regen.

De volgende dag trekken Niels en Miel samen in een route die voornamelijk over dal gaat. De regen is er opnieuw bij. Klaarblijkelijk geen cadeau voor deze beklimming.

Na de eerste lengte komt Niels aan op een hangrelais pal in de regen. Miel klimt na en vertrekt dan in de tweede lengte: een 6C op een natte dal. Moeten we nog meer zeggen? Het is doenbaar, maar knoerthard. Op een bepaald moment vindt Miel amper nog grepen.

Op een droge dag had deze passage moeilijk geweest, maar met het natte weer wordt deze passage quasi onmogelijk. De voeten op wrijving glippen voortdurend weg. Miel probeert en probeert maar komt niet vooruit. Na één uur hangt hij nog steeds aan dezelfde haak. Tegelijkertijd wacht Niels aan de hangrelais, zijn billen zijn intussen gevoelloos geworden. De enige optie om de volgende set te halen is om deze al springend in te klippen. Miel maakt de sprong, klipt het setje in en springt nog een tweede keer om naar het setje te grijpen. Straf klimwerk van de jongste in het team! Na deze ‘dynoclip’ vervolgt het duo nog even hun regenpret, maar na de vierde lengte is het welletjes geweest. Met een rappel staken ze hun missie.

Aan de voet van de rots treft Miel zijn doornatte approach-schoenen aan die hij daar eerder die ochtend had achtergelaten. Dat Niels zijn schoenen met de zool naar boven had neergelegd, werd nu toch minder vreemd beschouwd. Sometimes you win, sometimes you learn. Gelukkig is Miel een echte doorzetter en schijnt niets hem te deren. Met de zoete nasmaak van avontuur trekken beide klimmers richting camping.

Tegen dag vier is verzuring een understatement geworden. Het team trekt nog een laatste keer de wand op voor wat korte multipitches en sluit daarmee de stage af. Daarmee zit de eerste MC9-stage erop.

Dankbaar blikken de zes bergsporters terug op de vele leerrijke momenten die hen werden aangereikt door de ijzersterke coaches Denis Hoste en Arne Monstrey.

Op naar de volgende stage: Zomeralpinisme in het Ortlergebied in Italië!

De Presles-stage in 5 woorden volgens Christian

Wat met veel woorden gezegd kan worden, kan Christian met minder. Het rekenwonder van de groep heeft namelijk meer met cijfers dan met letters. Toch mag zijn bijdrage aan dit verslag niet ontbreken, vandaar Presles in het kort:

– Regen
– Sfeer
– Type-two-fun
– Verzuring
– Teambuilding

MOUNT COACH 9: MEET THE TEAM

Niels Brack

Dat we met z’n allen uitkijken naar ‘wanneer we terug mogen’ was er aan te merken bij de afgelopen selectie voor Mount Coach Academy. Een recordaantal van 22 gegadigden meldden zich om deel uit te maken van de negende lichting Mount Coachers. Deze doorgedreven alpiene opleiding richt zich op jonge snaken die gepassioneerd zijn om de bergsport in al haar veelzijdigheid te doorgronden. Met de steun van de Klim- en Bergsportfederatie, enkele ijzersterke coaches en genereuze sponsors doorlopen ze een traject van een kleine drie jaar met als einddoel het volbrengen van een zelfstandig ondernomen expeditie. Een kans die niet voor iedereen is weggelegd. Maar eerst dien je de revue te passeren van Mount Coach-peetvaders Sanne Bosteels en Koen Hauchecorne in een reeks uitdagende ingangstesten.

Wanneer de laatste motivatiebrieven in Koens en Sanne’s mailboxen terechtkomen, zijn de meesten onder ons zich al enkele weken gefocust aan het voorbereiden op de fysieke en psychologische proeven. We zijn een week van de Nadri-test verwijderd en hier en daar zal iemand al eens wat minder vast gesnurkt hebben. Door hetgeen we niet hoeven te vermelden, zijn de testen namelijk aardig in de war gestuurd. Waar deze beproeving normaal binnen op plastic grepen afgenomen wordt, mag deze lichting het beste uit zichzelf halen op de ontelbare regletten van klimmuur Renaat Muys te Bornem. De dagen die volgen worden menig nagels kort gebeten terwijl Sanne en Koen zich buigen over een eerste schifting tot 13 beloftevolle jongeren.

Traditiegetrouw zou het eerstvolgende weekend een forse wandeling van Bouillon naar Vresse gepland staan, moest er geen lusvormig alternatief op de proppen gekomen zijn. Het nieuwe traject strekt zich uit over een goeie 35 kilometer waarin je meer dan 1000 hoogtemeters moet stijgen, in de adembenemende valleien rond Freyr. Gezien de onbekende factor van het nieuwe traject starten sommigen wat behoudend, maar halverwege staat ieders turbo toch volledig opengedraaid. En omdat ook Mount Coach niet aan clichés kan ontsnappen zit het venijn vanzelfsprekend in de staart. Zij die al op de majestueuze rotswanden van Freyr zijn gaan klimmen kunnen zich ongetwijfeld inbeelden hoe deze laatste kilometers gelopen zijn. Een straffe 5u20 na het startsignaal komen de eersten lichtjes vermoeid aan, de anderen stromen niet veel later mondjesmaat binnen. Veel rust en ademruimte (niet te veel in uw stoflap happen!) wordt de kandidaten echter niet gegund. Een aanzienlijke vragenlijst met breinbrekers uit de driehoeksmeetkunde, meteorologie en andere vakgebieden van het alpinisme wordt hen onder de ogen geschoven. Het valt ook op dat wanneer vragen onderling besproken worden, niemand de behoefte heeft zijn persoonlijke antwoorden aan te passen. Ondanks het competitieve karakter van sommige testen is het duidelijk dat iedereen het elkaar gunt de ‘final cut’ te halen. Hadden ze van bovenstaande opdracht nog geen klamme handjes gekregen, dan stonden Sanne en Koen later klaar met een heus vragenvuur om hier verandering in te brengen. Goed vermoeid kruipen de kandidaten op tijd elk in hun eigen tentje, want de dag er op volgt nog een rotsklimproef.

De daaropvolgende ochtend haalt iedereen nog een laatste keer het onderste uit de kan op de nog iets wat brokkelige rotswanden van een klein klimgebiedje dat zo in de Monte-rubriek ‘onbekend is onbeklommen’ zou passen. Je ziet ondertussen Koen en Sanne hier en daar al een blik delen en tegen de namiddag volgt de apotheose van het weekend: het tweetal scheidt zich af van de anderen en moet nog enkele zware, soms hartverscheurende, knopen doorhakken. Een tiental minuten later draaien ze zich om, de nieuwe lichting Mount Coachers is bekend. Het resultaat is zoals de afdronk van een intense bak Mount Roast koffie: sterk van karakter en prikkelend voor de zintuigen. Mogen we je voorstellen aan:

Miel Cox

MIEL COX (19, BESLACK NORTH)

Een ijverige student met een fascinatie voor de bergen en natuur. Van jongs af aan trekt hij er geregeld op uit in het gezelschap van zijn broers en zus. Zo verzamelde Miel al heel wat dierbare bergsport-herinneringen.

Dat zijn ervaring als coole kikker op exposed highlines boven de Verdon ons ten goede mag komen bij beklimmingen langs winderige en smalle bergkammen!

Christian Suys

CHRISTIAN SUYS (20, BPA)

Student wiskunde en monitor bij de hooggebergtecursus van de BPA. Wanneer hij niet bezig is met wiskundige stellingen te bewijzen, is hij altijd in de bergen te vinden. Nog voor hij tot twintig kon tellen wandelde hij al naar hutten of beklom hij zijn eerste toppen. Met zijn wiskundige talenten kijken we naar hem voor de ‘marginal gains’.

Loic Puylaert

LOÏC PUYLAERT (24, LUAK)

Zoekt steeds nieuwe challenges en manieren om zijn limieten te verleggen. Deze onvermoeibare Jak zal de uithouding van het team ongetwijfeld opdrijven. Hij was dan ook de enige die na het selectieweekend doodleuk zei “Gasten, ik moet door, anders ben ik ben ik te laat voor mijn hockeytraining!” En dit terwijl de anderen het stilaan welletjes vonden. Bergsport is een wereld op zich, en Loïc voelt zich er helemaal in thuis.

cedric de smet

CEDRIC DE SMET (21, LUAK)

Is naast Mount Coacher ook trotse voorzitter van de LUAK. Gebeten door het klimvirus bleef hij zijn weg zoeken in de klimwereld. Bij elk stapje groeide de passie meer en meer. Nu Mount Coach zijn pad kruist, belooft zijn engagement alleen maar groter te worden. Hopelijk stijgt hij even snel op de bergflanken als door de bestuurlijke organen van de LUAK

Niels Brack

NIELS BRACK (25, VERTICAL THINKING)

Gemakkelijk te herkennen door zijn niet-zo-fraaie snor. Laten we hopen dat de andere mannen hier de komende drie jaar geen voorbeeld aan nemen. Het meest voelt hij zich thuis op zijn ski’s in waist deep powder. Wanneer Niels niet fysiek of met zijn gedachten in de bergen kan zijn is hij druk bezig met programmeren als Digital Innovation Engineer.

Annelore Orije

ANNELORE ORIJE (27, KAJOE)

Aan de klimmers uit de Wallstreet hoeven we haar niet meer voor te stellen. ‘Die van achter den toog’ brengt een extra vleugje oestrogeen in MC9. Grootgebracht in een gezin met 5 dochters zal ze zeker de evenknie zijn van haar mannelijke collega’s! Daarnaast maakte ze van haar passie haar job en deed ze alpiene ervaring op bij de Leading Ladies.

Mount Coach is een project van Klim-en Bergsportfederatie vzw en wordt mede mogelijk gemaakt door onze genereuze sponsors: Rab, Petzl, Lowe Alpine, Zamberlan, Julbo, Care Plus, Klean Kanteen, Smartwool, K2 -De Kampeerder, Mounteqshop en Kariboe Leuven.

​MOUNT COACH: TRIPLE VERCORS

2020. Een jaartal dat we allemaal voor de rest van ons Leven zullen onthouden. En niet met de volle goesting. Zoveel reizen die niet zijn doorgegaan, ervaringen die niet zijn beleefd, vergezichten die niet gezien zijn. Tot vlak voor ons vertrek hield ik mijn hart vast of de Mount Coach Dolomietenstage wel zou kunnen doorgaan. Uiteindelijk was het niet covid-19, maar het weerbericht dat roet (of zeg maar regen en sneeuw) in het eten gooide. En dus moest de planning alsnog last minute omgegooid worden. Waar in Europa mochten wij als Belgen nog heen zonder reisrestricties, waar waren de groene, oranje en rode coronazones, waar was het goed weer en waar waren er lange avontuurlijke kalkwanden te vinden die een waardig plan B zouden vormen? Anderhalf uur bladeren door topo’s en aftoetsen op het internet bracht mij uiteindelijk bij de Vercors. Een prachtige streek waar we op een week tijd drie mooie en even diverse klimgebieden aandeden.

Mont Aiguille in het ochtendlicht

MONT AIGUILLE: AVONTUUR VERZEKERD

Zaterdagavond 5 september werd er dus niet in Cortina d’Ampezzo afgesproken, maar wel op het grasveld van camping ‘Ferme du Pas de l’Aiguille’ in Chichilianne. Letterlijk aan de voet van de Mont Aiguille, geboorteplaats van het alpinisme en hoewel slechts 2.087 meter hoog, één van de meest iconische Bergen van Frankrijk.

Het valt nauwelijks te geloven dat deze Berg voor het eerst in 1492 beklommen is geweest, meer dan 500 jaar geleden! Zelfs vandaag komt deze monoliet nog steeds zeer indrukwekkend over, om het even van welke kant je hem bekijkt of wilt beklimmen. Als moderne sportklimmer heb je hier weinig te zoeken. Als avontuurlijke rotsliefhebber daarentegen des te meer. Ook al zijn sommige routes redelijk goed behaakt, de meeste zijn dit niet en vereisen dat je zelf extra materiaal bijsteekt. En de rots is met momenten zéér brokkelig. Er zijn zelfs routes waarvan de topo specifiek zegt dat je ze beter niet meer klimt als er al een ander cordee boven je in de route zit. Iets wat Ellen en ik aan den lijve mochten ondervinden in ‘les Étudiants’. Gelukkig zat het cordée Fransen onder en niet boven ons, want tot tweemaal toe zijn ze erin geslaagd om grote stukken rots los te trekken. Vreemd, want wij hadden toch ook net diezelfde lengtes geklommen zonder ook maar iets los te trekken. Het is niet omdat je in de Bergen woont, dat je daarom per se Bergwijs bent. Zoveel was duidelijk.

Mont Aiguille Ellen in les Étudiants

De routes op de Mont Aiguille variëren van zo’n 150 tot 320 hoogtemeters. Ook al lijkt het potentieel hier enorm, de brokkeligheid van het gesteente laat maar een beperkt aantal routes toe en momenteel lopen er slechts 16 min of meer begaanbare routes op. De gemakkelijkste is de ‘Voie Normale’, die zelfs het niveau 4 niet overstijgt en daardoor heel het jaar door waanzinnig populair is. Getuige de files op de afdaalroute en de vele krassen van stijgijzers die je hier op de rotsen tegenkomt.

Echte klassiekers zijn de zuidpijler (230 meter; 5c max.), les Diables (230 meter; 6b max.), la Voie du 29 mai (220 meter, 6c max./5c obl.) en de noordoostpijler (320 meter; 5b max.). Laat je echter niet misleiden. Klimmen op de Mont Aiguille is nooit eenvoudig. Getuige ook nog Denis en Tobias die in de route ‘l’Associé du Diable’ nauwelijks haken tegenkwamen en dit in een route die tot 6c ging; Brecht en Simon die in ‘Coluche’ (6b max.) door de rotswand de mephaken niet meer zagen en ergens bovenin hun route ‘op hun buik’ naar een relais mochten kruipen; En Pieter en Bavo bij wie de route ‘Trilio’ dan weer perfect behaakt bleek te zijn. Iets wat gezien het stevige niveau (7b max.) misschien geen overbodige luxe leek.

Na één dag was het voor iedereen duidelijk: de Mont Aiguille beklimmen, dat is kletsen krijgen. Het mag misschien de eerste beklommen Berg uit de geschiedenis van het alpinisme zijn, nu, meer dan 500 jaar later, geeft ze zich nog steeds niet gauw gewonnen.

Tobias Pieter Bavo op het topplateau van Cirque d'Archiane

CIRQUE D’ARCHIANE: MATELOOS RESPECT VOOR DE EERSTBEKLIMMERS

Voor het tweede deel van onze klimweek settelden we ons op de camping municipal in Châtillon-en-Diois. Van hieruit zijn zowel het Cirque d’Archiane als de Paroi de Glandassse gemakkelijk bereikbaar per auto. Maar klimmen in de Vercors staat niet alleen voor avontuurlijke routes afgezekerd op mephaken, het staat ook garant voor lange aanlopen en nog langere afdalingen. En begin september zijn de dagen toch al wat korter. Ons hier zeer van bewust, vertrekken we met zijn allen op deze tweede dag toch net wat te laat naar het Cirque d’Archiane, een indrukwekkend rotsbastion van wel 400 meter hoog.

Tobias en Simon krijgen vandaag de ‘Voie du Levant’ voorgeschoteld. Een route die het niveau 6b+ max. en 5c obl. draagt, maar die er veel fysieker uit ziet dan de topo doet geloven. Iets wat Tobias halverwege doet uitroepen dat hij helemaal niet snapt wat ik hier zo leuk aan vind. Ondertussen zijn Denis, Pieter en Bavo begonnen in Équitation, een stevige zevendegraads route. Ondanks hun snelle vorderingen moeten ze in drie vierde van de route alsnog terugkeren omdat alle boorhaken van hun volgende lengte (een gladde niet af te zekeren dalplaat) aan hun relais hangen te bengelen, vreemd…

Ellen, Brecht en ik zitten ondertussen in de Pilier Livanos, dé klassieker in deze prachtige vallei. De route zigzagt zich met behulp van 16 touwlengtes doorheen deze wand, die zo indrukwekkend is dat je hier nauwelijks nog van een pijler kunt spreken. Onze ‘leading lady’ mag in de derde lengte alles uit de kast halen. De topo spreekt hier van een 5c variant langs links en een zwaardere 6b variant rechtdoor. Boven ons zijn in een overhangend dakje inderdaad oude haken en lintjes te zien, maar echt uitnodigend zien die er nu ook niet uit. Op de tekening stond de originele lijn naar links met stippellijn aangeduid, wat meestal betekent dat de route verborgen is vanuit het perspectief waarvan de schets gemaakt is. Zou dat hier dan betekenen dat we door die gleuf in de rotsen moeten klimmen? Zucht… Ellen durft het aan en gaat om de hoek kijken. Ze ziet zowaar boven MontAiguillehaar terug mephaken verschijnen en komt zelfs terug om haar laatste zekeringspunt los te pikken. Kwestie van touwwrijving te vermijden in het verdere verloop van de lengte. Nog een touwlengte verder zit ze in de echte crux: een zéér luchtige 6c traversee waarin we alledrie onze peren zien. Ook al staat deze lengte gekwoteerd als 5c/A0, ze voelt veel zwaarder aan. Gelukkig volgde hierna nog een rustige derdegraads passage waarna Brecht overpakte voor de volgende vijf lengtes.

Pilier Livanos - Brecht in de zesde lengte

De namiddag was echter al ver gevorderd en het tempo moest omhoog, wilden we nog voor het donker boven geraken. Ik had met mijn touwgenoten afgesproken dat ik de laatste zes lengtes op mij zou nemen en dat ik er ten laatste om 17 uur aan wou beginnen. Indien dat niet kon, zouden we langs de ringband wegstappen. Brecht had de boodschap begrepen en deed stevig door. Langsheen een onafgezekerde 5b dièdre, een goed afgezekerde 6a dülfer en enkele luchtige maar zeer mooie vierdegraads lengtes, leidde hij ons vlot tot het bovenste deel, waar we om 16 u 55 toekwamen…

Mijn eerste twee lengtes gingen supersnel. De derde ook, maar dat moest ook wel, want in de topo stond er de tekst ‘expo’ bij. Deze barst was iets te breed om materiaal in te kunnen steken en dus moest er doorgeklommen worden. Wel was er een passage waarbij ik plots op een oude houten klemblok stond om tegelijkertijd een setje door een oud touwtje in een andere houten klemblok boven mij te hangen. Een val zou het nooit houden, maar ‘iets is beter dan niets’ en dus deed ik door, mezelf afvragend hoe die eerstbeklimmers dat hier in 1959 geflikt hebben: op grote schoenen, met een henneptouw rond hun middel en mephaken en houten klemblokken als zekeringsmiddelen, respect!

En toen kwam de laatste moeilijke lengte, een 6a. Ik dacht dat die door een groot dak liep, maar gelukkig wees Brecht me op de mephaken links van onze relais en mij zo alsnog het juiste pad op stuurde. Er volgden nog twee extreem brokkelige laatste lengtes en nét voor het donker werd stonden we alsnog boven!

Pilier Livanos - Ellen en Brecht net boven voor het donker

Helaas is de top slechts halverwege. Waar ik bij het klimmen nog redelijk zeker van mijn stuk was omdat ik de juiste weg omhoog wel zou vinden, besefte ik goed genoeg dat het moeilijkste stuk op vlak van oriëntatie nog moest komen. Zei de topo immers niet ‘on se perd facilement sur le plateau sommital…’? Allez, de mijne toch, die van Brecht zei dat we eerst langs links moesten afdalen en zeker niet het duidelijke pad naar rechts moesten volgen. Dat leek mij zo onlogisch dat ik toch even wou nalezen wat hij bij zich had. Bleek dat hij de afdaalroute van de Mont Aiguille nog op zak had steken… Gelukkig kwam het gezonde verstand bovendrijven. In plaats van de korte weg door het bos te volgen, bleven we langs de rand van de klif lopen tot het punt waar we met relatieve zekerheid konden zeggen dat we in een steil couloir moesten afdalen. Op den duur kwamen we uit op een rappelstand en wisten we dat we zeker juist zaten. Wat een afdaling van twee uur moest zijn, werd er uiteindelijk één van drie. Om half twaalf kwamen we eindelijk toe aan de auto waar we nog vlug wat brood en kaas aten om dit door te spoelen met een fris pintje en een tas warme koffie.

De dagen nadien klommen Tobias en Bavo nog hun mooiste route van de week doorheen de overhangende Paroi Rouge. Denis en Pieter gingen ook van de Livanos proeven en er werden ook wat andere zijvalleien verkend. De Aiguilles de Bénévise bleken met hun korte aanloop en kortere routes (tot 160 meter hoog) ideaal voor een relatieve rustdag. De Paroi de Glandasse bleek minstens even indrukwekkend als de rotsen in Archiane, maar toen Pieter en Ellen een poging wilden doen in de Leprince-Ringuet pijler, keerden ze na één touwlengte terug omdat er veel te veel stenen naar beneden vielen. Een wijze beslissing.

Bavo in de Paroi Rouge in het Cirque d'Archiane

Er werd ook nog één dag uitgeweken naar het massief van les Trois Becs dat weliswaar op een uur rijden lag, maar waar ook de aanlopen een pak korter waren. Helaas begon het hier te regenen waardoor we niet de hele dag en de hele wand konden benutten. Samen met Bavo en Tobias verloren we meer dan een uur in het zoeken naar het begin van onze route. Van een pad door het bos was nauwelijks sprake. Hier komt duidelijk nóg minder volk klimmen dan in de rest van de Vercors. Getuige ook het feit dat Tobias ineens ook alle relais zelf mocht installeren. Na alweer een dreigende bui, een donderslag en het vooruitzicht op rotte rotsen boven ons, werd ook hier beslist om halverwege de route de handdoek in de ring te gooien en weg te wandelen via een avontuurlijk pad.

Les Trois Becs - Tobias klimt voor

PRESLES: 250 METER PURE VERTICALITEIT

Presles - Simon op de Vire Médiane

Het weerbericht voor de komende dagen voorspelde helaas niet veel goeds meer. Maar gelukkig zou de zon in Presles wél nog van de partij zijn! Dit gebied is normaalgezien de eerste grote test voor nieuwe Mount Coach lichtingen. Door omstandigheden was dat met deze groep niet doorgegaan, dus al bij al was het nog mooi meegenomen dat we naar deze prachtige rotswand konden uitwijken.

Presles, dat is immers een volledig verticale wand van enkele kilometers breed en 250 meter hoog. Vaak kun je boven door je benen naar beneden kijken en nog zien waar je bent beginnen klimmen. Waar de Mont Aiguille gekenmerkt wordt door brokkelige rots, is ze hier juist ongelooflijk compact. Na vier dagen avontuurlijk klimmen in alpiene rots, voelde het plots heel raar om met je volle lichaamsgewicht aan de grepen te gaan hangen. En waar de routes in het Cirque d’Archiane nog hoofdzakelijk afgezekerd waren met mephaken, kom je hier toch vooral boorhaken tegen. Hoewel er ook voldoende routes bestaan die zelf af te zekeren zijn. Voor elk wat wils dus. De haken staan iets verder uiteen dan je zou verwachten. Je kunt hier dan ook beter van een soort avontuurlijk sportklimmen spreken, met haken die om de vier meter geboord zijn. Het merendeel van de routes bevindt zich gemiddeld gezien in de zesde graad. Omdat de haken dus relatief ver uiteen staan, is er hier van setje-trek niet altijd sprake. Je moet de passen tussen de haken echt wel vrij kunnen klimmen, tenzij er specifiek A0 in de topo bij geschreven staat. De teller staat hier ondertussen op meer dan 300 routes…

Het was dus voor ons een heel huzarenstukje om tussen deze weelde aan mogelijkheden de juiste parels te kiezen. Maar het is ons toch gelukt. Tobias en Pieter klommen met ‘Voie Béatrix’ (250m, 6c max.) één van hun mooiste, zij het perfect afgezekerde, routes van de week. Samen met Simon genoot ik superhard van ‘Ecole Buissonnière’ (250m, 6b max.) een route die quasi volledig zelf afgezekerd moest worden, met gelukkig hier en daar boorhaken op cruciale cruxpassen (en godzijdank ook in de 6b lengte).

20 jaar klimmen heeft mij al op veel speciale routes gebracht, maar wat de eerste lengtes na de tussenrichel in petto hadden, was voor mij toch ongezien. Je dient hier in een schoorsteen te klimmen die diep de wand ingaat. Bovendien moet je tot drie keer toe door een gat in het plafond klimmen. Je waande je hier eerder speleoloog dan klimmer. Simon omschreef het heel toepasselijk met de woorden ‘driedimensionaal klimmen’. Bavo zag zijn peren door Denis twee dagen lang te volgen in 7a routes. Wat hem niet alleen een ‘flapper’ opleverde (een serieuze lap vel die van één van zijn vingertoppen geschaafd was tijdens een val), maar ook een bebloede elleboog, dit na een pittige voorklimmersval én een omgeslagen enkel in de afdaalroute. En toch blijven doorgaan die man.

Wij mogen dan misschien uit een plat landje komen en deze rotsen niet in onze achtertuin hebben staan, het mag wel duidelijk zijn dat wij met veel alpiene gevoel onze weg omhoog weten te vinden. En dat is veel, zo niet alles waard. Een goede klimmer is een oude klimmer. En ik hoop dat er nog vele nieuwe Mount Coach lichtingen het Leven mogen zien. Mannen en vrouw, het was mij weer een waar genoegen om met jullie het touw te mogen delen, merci!

Presles - Pieter klimt de 6b+ uitklim van Tocard Facultatif

‘ZELF GAAN KLIMMEN IN DE VERCORS?’

BESTE PERIODE

In principe kan er in de Vercors het hele jaar door geklommen worden. Echter, in de zomer is het er vaak véél te warm en in de winter moet je geluk hebben met een zonnige dag zonder wind. Beste periodes zijn dus het voorjaar en het najaar.
 

AFSTAND

De meeste gebieden in de Vercors liggen op ongeveer 900 km van Brussel.
 

HANDIGE TOPO’S

VERBLIJFSMOGELIJKHEDEN TER PLAATSE

Tekst Arne Monstrey / foto’s © Mount Coach

Mount Coach: in hogere sferen

In hegere sferen

Wat wij vandaag met ‘alpinisme’ bedoelen ontstond in het Franse stadje Chamonix. De ‘witte berg’ droeg ooit de naam Mont Maudit, oftewel ‘vervloekte berg’.* Het was immers het terrein van kwade geesten die best gerust gelaten werden. Tijdens de Verlichting werd deze folklore in twijfel getrokken en werden de eerste pogingen ondernomen dit ‘rijk der geesten’ te betreden en het hoogste punt ervan te bestijgen. Natuurkundige Horace-Bénédict de Saussure loofde een geldprijs uit voor de eerste beklimmers. Pas 15 jaar later werd die ingerekend door Jacques Balmat en dr. Michel Paccard in 1786. Deze prestatie resulteerde in een voorstschrijdende belangstelling voor het bedwingen van bergtoppen, waaruit de hedendaagse sport ontstond.

In dit gebied, rijk aan geschiedenis, vind onze stageweek ‘gevorderd alpinisme’ plaats. Als uitvalsbasis kiezen we de charmante camping Aiguille Noir aan de Italiaanse zijde van het massief. We hebben er zicht op iconische bergtoppen zoals de Grand Jorasses, Dent de Geant en zien de Peuterey graat vlakbij ten hemelen verrijzen. Het decor is indrukwekkend, zijn de spelers er klaar voor? Met Sam Van Brempt, An Laenen en Sanne Bosteels hebben we overschot aan ervaring ter ondersteuning.

Mount Coach: in hoge sferen spaltenberging
Foto’s: © Sam Van Brempt 

De eerste twee dagen vatten aan met drie leerdoelen: het herhalen van technieken voor spaltenberging, ervaring opdoen in het bivakkeren op hoogte en het beklimmen van de Arête du Diable op de Mont Blanc du Tacul.

CAMPING MAUDIT

Camping op de gletsjer
Foto’s: © Sam Van Brempt 

Via de Skyway lift (die ronddraait voor een panoramische klimax) bereiken we Punta Helbronner. Van daar stijgen we ongeveer een uur richting de Cirque de Maudit, waar we ons kamp opstellen en een paar reddingstechnieken opfrissen. Het bivakkeren op de gletsjer is net iets anders dan in de vallei, maar biedt interessante mogelijkheden. Geïnspireerd door het technisch wonder dat ons net vanuit de vallei tot deze hoogte transporteerde richten we ons comfort in.

We graven een grote, ronde kuil om in te koken en eten. Om maximaal te genieten van ons basiskamp zorgen we voor een tafel in het midden en verhoogde leuningen rondomrond. Zo kunnen we altijd optimaal loungen, met uitzicht naar keuze en de zon in het gezicht. Wanneer we in de ondergaande zon ons gevriesdroogd avondmaal uit zakjes lepelen zijn we blij met onze Panoramische Put.

Het uitgraven van een bar laten we achterwege, belangrijker is het uitgraven van onze voortenten. We leren dat deze techniek helpt om de koude lucht in de tent op te vangen, maar ook om stijgijzers aan te doen en eventueel te koken in de tent wanneer het weer omslaat. Tot slot graven we nog een Hygiënisch Hol, compleet met billenschutting, voor onverstoord en verantwoord ontlasten in het hooggebergte.

Prachtige zonsopgang tijdens beklimming
Foto’s: © Sam Van Brempt 

ARÊTE DU DIABLE, MT. BLANC DU TACUL – HOOGTEGEWENNING

De volgende morgen (nacht) loopt de wekker om twee uur af. In het donker eten we ons ontbijt en tanken snel de nodige caffeïne.

Onze tocht leidt verder de gletsjer op, waar­bij we spectaculair zicht hebben op de bekende Kuffner graat. We slaan al snel rechtsaf om de Col du Diable op te klimmen. Een sneeuw- en rotsgeul van rond de 45° voert ons tot het begin van de Arête du Diable, waar een ongelooflijke zonsopgang ons begroet. Hier begint het rotsklimwerk dat ons naar de top zal brengen. Het maximale klimniveau ligt ergens rond de 5b. Niet moeilijk dus, maar met botinnen en een rugzak is het toch interessant en uitdagend. Overgins is het vierdegraads terrein in dit massief niet te onderschatten, zo blijkt. Veel kruip, en klauterwerk over blokken en tussen torens benadrukken het avontuurlijke karakter van de toer.

Vijf torens, ieder boven de 4000 meter dienen we te overschrijden, met enkele rappels tussendoor, voor we de laatste wand mixte terrein kunnen opklimmen naar de top. Het routeverloop laat niet toe naast elkaar te klimmen, we zijn genoodzaakt achter mekaar te klimmen en zo gestaag mogelijk te vorderen. Onze vroege start elimineert bijkomende tijdsdruk, maar de hoogte laat zich na een paar uur voelen. Ook steekt rond de namiddag een snijdende wind op. Het alpiene karakter van de beklimming neemt toe! Een lange afdaling over de noordflank van de Mont Blanc du Tacul, Col du Midi en Glacier du Géant brengt ons naar ons kamp. De afdaling verloopt traag, we zijn al 16 uur onderweg en voelen ons wat zwak door hoogte en vermoeidheid. Met moeite eten we ons avonmaal en leggen ons te slapen in onze tentjes.

De volgende dag herhalen we nog enkele laatste reddingstechnieken en dalen af naar de camping in Val Veny. Een ontspannen namiddag en Italiaanse pizza’s wachten ons.

Alpiene Hooggebergte Stage Mount Coach
Foto’s: © Sam Van Brempt 

MONTE BIANCO, DE PAUSELIJKE WEG

Na een verdiende rust trekken we woensdagochtend de wat minder gefrequenteerde vallei van de Miagegletsjer in. We hopen in de Quintino Sella hut te overnachten om via de Tournette Spur de Mont Blanc te overschrijden. Als een van de grootste gletsjers van Europa voelt deze lange, met steenpuin bezaaide ijsmassa bijna ‘Himalayaans’ aan. Helaas moeten we onze doelstelling herzien wanneer blijkt dat de instijg via de Mont Blanc gletsjer er niet optimaal bijligt. De namiddagzon en warmte van de voorbije weken hebben voor een kegel van losgesmolten stenen aan de onderkant van de ijsgeul die we zouden moeten inslaan gezorgd. We houden de optie ruim een kwartier in het oog, maar wanneer we het gebergte horen en zien rommelen is deze uitgesloten.

Onze gidsen Sam, An en Sanne stellen de mogelijkheden voor en we besluiten in groep om de Italiaanse normaalroute over de Mont Blanc te nemen, de ‘Pausroute’. Deze is vernoemd naar de eerste beklimmer die later Paus werd. Zeiden we al dat dit gebied rijk aan geschiedenis was?

We passen onze koers aan richting de Gonella hut, waar we in het winterruim kunnen over­nachten en in de ondergaande zon ons objectief voor de volgende dag zien schitteren. De beklimming is eerder fysiek dan technisch uitdagend. 1800 hoogtemeters leiden langs een initieel sneeuwveld om dan langs makkelijke sneeuwgraten tot 4810 meter boven zeeniveau de top van Europa te bereiken. Het klimmen verloopt behoorlijk vlot, al zijn enkelen onder ons wat beïnvloed door de hoogte, waardoor twee cordées wat trager vorderen. De zichten zijn adembenemend, maar we besluiten toch niet te picnicken op het platte hoogtepunt. De hoogte, koude en een lange afdaling in het voor­uit­zicht sporen ons aan om snel verder te gaan.

Via de Trois Montsroute, die nog enkele interessante uitdagingen in petto heeft, dalen we tot we de Mont Blanc du Tacul passeren. Hier zijn we op bekend terrein, deze afdaling deden we immers een paar dagen eerder al. Eens beneden draaien we opnieuw de Pointe Lachenal om, om de schijnbaar eindeloze Glacier de Géant over te ‘stoempen’. Overnachten doen we in het winterruim van de Torino hut.

Rotsklimmen
Foto’s: © Sam Van Brempt 

OM HET AF TE LEREN 

De voorlaatste dag van onze stageweek voorspelt regen vanaf de voormiddag. We denken echter snel genoeg te zijn om nog snel de traversée d’Aiguilles d’Entrèves ‘in onze zak te steken’. Deze korte beklimming loopt over een rotsgraat met spectaculair zicht op de Mont Blanc en Mont Blanc du Tacul met onder andere de Grand Capucin aan de Franse kant, en Courmayeur ver beneden aan de Italiaanse kant. De beklimming verloopt vlot en is werkelijke genusskletterei. Wanneer we de Torino hut opnieuw bereiken vallen er druppels uit de hemel, en pakken we onze spullen om af te dalen.

Graatbeklimming Ellen Barber
Foto’s: © Sam Van Brempt 

IL GUSTO ITALIANO

Met een onweer dat voorspeld is rond de avond in Val Veny neer te strijken besluiten we de namiddag van de voorlaatste stagedag royaal te benutten. Dichtbij kopen we enkele versgevangen forellen, die we à la Bosteels klaarmaken: gerold in gazettenpapier, tussen de kolen van een houtvuur. Het feestmaal duurt de hele namiddag. ’S Avonds besluiten we dat de forellen niet voldoende waren om de aangesproken energiereservers bij te vullen en schakelen we over op een pizzabuffet. Ondertussen houden onze gidsen een improvisatiespreekbeurt over expeditieklimmen en de verschillende plekken waar zij al geweest zijn. Ze inspireren ons om zelf een mooi project te bedenken voor het einde van onze opleiding volgende zomer, maar maken ons wel bewust van de risico’s en verantwoordelijkheden naar elkaar toe.

HET IS GOED GEWEEST

Ons laatste objectief voor de week is een oversteek van de Pyramide Calcaire. Een makkelijke beklimming waar geen vaste bescherming op te vinden is, die onze routenavigatie moet prikkelen. Het regent echter de hele nacht lang, dus is het enige mogelijke besluit om de aftocht te blazen. Met een meer dan geslaagde week achter de rug leggen we ons hier makkelijk bij neer. Het is goed geweest. Voor even… Chamonix, we’ll be back!

Mount Coach in hoge sferen foto op de top
Foto’s: © Sam Van Brempt 

– Tekst Pieter Steyaert / foto’s © Sam Van Brempt 

Mount Coach wordt ondersteund door de Klim- en Bergsportfederatie en genereuze sponsors: PetzlRabLowe AlpineJulbo EyewearZamberlanK2Kariboe Leuven.

Meer weekend, meer bergen, meer mount coach

Meer weekend.

Na een succesvolle stage, met goed weer is de groep serieus gemotiveerd om nog een weekendje extra naar de alpen te gaan. De meeste moeten hier helaas wel best veel kilometers voor af leggen, omdat ze tussendoor nog even een paar dagen moesten gaan werken. Maar een verlengd weekend, daar moet je van profiteren. Het plan van wat we juist gaan doen wordt pas goed en wel in de autorit gemaakt. We hadden vorige week Sanne, An, Denis en Sam al goed ondervraagd over welke beklimming we konden doen. En deze hadden met alle plezier al een hoop voorstellen op tafel gegooid. Maar allemaal uiteraard afhankelijk van het weer.

Meer bergen.

Het oog van Pieter viel meteen op een klassieker; Frendo spur. Een route die alles in zich heeft, behalve een lange aanloop of afdaling. Dit was voor ons zeker niet erg aangezien we al wel een serieuzere portie wandelen achter de rug hadden van de week er voor. De route begint met een uurtje wandelen vanaf het midden station van de lift die naar aguille du midi gaat en de route eindigt bovenaan deze lift. Omdat we al een hele nacht hadden gereden leek het ons verstandiger om de lift al naar boven te pakken, maar daar eerst nog te slapen en pas ’s nachts ergens te vertrekken naar onze route. Een goede beslissing want met alle corona maatregelen moesten we 2 uur wachten op onze lift naar boven. Om de dag dan toch nog zinvol in te vullen besloten we nog te gaan multi-pitchen. We kozen voor Aiguille du Peigne : Face W des Papillons – Le Lutin des Neiges. Een route die start met een 6b, gevolgd door een 5c, een 3 om een grasveld over te gaan, dan nog een 6a en 3x 6b. Het graniet was moeilijker dan ik eerst had verwacht en het vertrouwen op mijn voeten was er totaal niet. Dit maakte deze beklimming een stevige uitdaging. Door het late vertrek uur waren we ook pas tegen 20.30 terug aan het bivak. En was het al donker voor we allemaal in onze slaapzak lagen. Een klimprestatie die een beetje tegensloeg was mentaal zwaar. Gelukkig zou het morgen makkelijker zijn. De Frendo zijn zwaarste stuk is 5C. Met een rugzak en D botinnen weliswaar…

Brecht die zo elegant mogelijk probeert te klimmen.

Meer Mount Coach

 Gisteren, toen het nog licht was hadden we al goed gekeken naar waar de aanloop juist zou zijn. We zagen dat alles in de vallei omgeven is door seracs. (Een serac is een groot blok ijs dat ergens hangt en mogelijk zou kunnen vallen) We kozen ons pad zodat we zeker niet onder de seracs door zouden moeten gaan. Of dat dit pad nu het meest begane was daar twijfel ik nog aan. Maar een uur later stonden we veilig en wel als eerste cordee aan de route. 5 min. later volgde er nog 3 cordee’s waarvan er nog 2 cordee’s belgen waren. De route begint met een hoop losse stenen, maar gaat al snel over in vastere rots waar we onze klimskills al goed konden gebruiken. Hoewel het klimniveau  niet hoog is, vond ik het vaak toch al wel moeilijke passages, zeker met een zware rugzak. Mijn compagnon Bavo ging er geregeld wat vlotter door dan mij. Na 1,5 uur alles voor te klimmen geef ik mijn positie dan ook graag af aan Bavo. Alles verloopt vlot tot we op een gegeven moment even de weg kwijt zijn. Pieter en Brecht kiezen om langst beneden te gaan en wij kiezen een weg hogerop. Onze weg ligt vol met steenpuin en doet me denken aan een uitspraak van An. “In de bergen moet je een beetje op eierdopjes kunnen lopen.” We vorderen nu veel trager en zijn voorzichtig met iedere stap die we zetten. Het duurt 3 kwartier voor we Brecht en Pieter terug zien. Hun weg was ook niet de meest gebruikte maar ook zij zijn veilig boven geraakt. De rest van de route verloopt vlot tot we op een spectaculaire sneeuwgraad komen. Zeer smal en steil naar beneden aan de flanken. Het betere “sneeuwstoempwerk” komt in ons naar boven en we knoeften de sneeuw door.

het betere sneeuwstoemp werk

Boven deze sneeuw is pas de echte kers op de taart. Een sneeuwhelling van 65 °, welke onder de zon is veranderd naar een ijshelling van 75°.  Het was al snel duidelijk dat we onze ijsbijlen zouden nodig hebben. 75° stond er op de topo. Het leken mij er wel 85°. De ene zag er hier al wat meer naar uit dan de andere, maar we moesten er eender hoe over. Na onze goede rotsklimtechnieken is het contrast met de ijsklimtechnieken schrijnend. Van al het vlotte klimwerk schiet hier nu niets over. We zijn onzeker, onze kuiten verzuren bij iedere stap die we zetten en het ijs is zeer veranderlijk en soms bikkelhard. We kunnen maar amper traverseren en de cordee onder ons, van Pieter en Brecht, krijgt vaak de volle laag. (sorry guys) De helling is maar 80 meter volgens de topo maar 3 uur verder is iedereen het beu. We zien een gids ons langs onder voorbij spurten met een klant, haakafstanden die wij niet durven maken. Onze vijzen (we hadden er maar 4 per cordee) worden vaak na 5m en 7m al gedraaid. Dan moeten we al relais bouwen en vorderen dus echt in slow motion. Extra: sinds de sneeuw graat klim ik weer op kop, nu even mentaal sterk houden en blijven gaan. Bavo is stilletjes aan het afzien en leert ondertussen bij dat een ijsbijl met een sling een welkom rustpunt is. Ik zie wat rots en denk: “Hier moet ik zijn. Ik wil rots onder mijn voeten en ik wil zitten!” Ik ben duidelijk niet de enige die dat denkt. De rest volgt me maar al te graag. En wat een geluk, iets verder op de rots is een perfect plekje om met 4 te gaan zitten. We kunnen hier in de zon zitten en even genieten van een zware dag. Na een half uur rust zijn we weg en blijkt dat we 15m verder al boven zijn. We zijn allemaal moe, de dag was zwaarder dan we hadden verwacht en we missen nog een groot stuk vertrouwen op het ijs. We moeten hier nog duidelijk aan verder werken. Toch blij dat we dit hebben gedaan, vertrekken we naar een bivak plaats in de buurt van ârete Cosmique. Iemand van ons is jarig en dat wordt in het bivak dan ook zo uitbundig mogelijk gevierd. Er is dessert voor iedereen en zelfs een slokje whisky! Tevreden kruipen we allemaal op tijd in onze warme slaapzak.

En nu?

We hebben nog een dag. Vandaag besluiten we het wat rustiger aan te doen. We pakken geen alpiene start en gaan zelfs nog rustig een koffie drinken in hut de Cosmique. Na onze koffie gaan we verder naar ârete Cosmique. Een gemakkelijkere beklimming die niet lang is en eindigt in het liftstation. Het is een rustige maar mooie beklimming. Ideaal om een weekend mee af te sluiten. Iedereen tevreden keren we terug naar Chamonix om verder te dromen naar het volgende avontuur.

Mount Coach wordt ondersteund door de Klim- en Bergsportfederatie en genereuze sponsors: PetzlRabLowe AlpineJulbo EyewearZamberlanK2Kariboe Leuven.

Mount Coach: Winter is coming

Een nieuw seizoen, een nieuw avontuur.
We zijn helemaal in het begin van onze Mount Coach carriere begonnen met skiën. We weten dat de winter in de bergen zeer knap kan zijn. Maar deze winter leren we dat de bergen ook mentaal en fysiek hard kunnen zijn.

Iets anders dan de Alpen.
Nelson, een Mount coacher van enkele lichtingen terug, vindt dat de winter in onze streken veel te kort is en zet daarom zijn zinnen op Noorwegen. Daar heeft hij zich gesetteld in Oppdal, een dorpje in de buurt van Trondheim. Hij vindt het daar zo fantastisch dat hij deze vreugde ook met ons wil delen en stelt zijn woning open voor zes leergierige klimmertjes. Geweldig, zo’n kans mogen we niet laten liggen. Logistiek allemaal iets moeilijker dan de Alpen maar zeker niet onmogelijk. Onze gids Sanne twijfelt eerst over deze bestemming, want hij is er nog nooit geweest. Maar na één is hij meteen overtuigd. Zoveel ijzige watervallen en zo weinig mensen. Ideaal les gebied, zeker met een local die er alle goede plekjes kent. Voor ons is het, nog voor we de eerste bijl hebben geplant, al een hele beleving. De meeste onder ons hebben nog nooit zo’n soort bergen gezien. Het lijken net allemaal heuvels, alleen zijn deze heuvels dan wel 1500m hoog. Ze zien er niet super stijl uit, maar er zijn wel ijswatervallen van 1000m non-stop verticale massa’s ijs.

Stilte voor de storm.
Het is zo’n 10°C onder nul. De eerste dag gaat van start met uitleg over
hoe we onze crampons goed moeten gebruiken in het ijs. Daarna leren we
hoe we met de juiste slagtechniek onze ijsbijl in het ijs kunnen hakken. Als
we het op de grond wat onder de knie hebben, mogen we vertrekken in de
hoogte. De eerste lengtes doen we toprope, en om duidelijk te maken hoe
belangrijk voetenwerk is bij ijsklimmen, moeten we de bijlen beneden laten. Na de eerste lengte maken de meeste onder ons kennis met de “screaming barfies”. Dit is de omschrijving van pijn die je voelt als je afgekoelde handen plots terug hard beginnen op te warmen. Wat een helse, ongemakkelijke pijn! Je weet niet wat je overkomt, kan er niets aan doen en wil beginnen roepen ook al weet je dat dit niets gaat uithalen. Gelukkig is de pijn na een tweetal minuten weer verdwenen. Ook al leek de tijd op dat moment wel even stil te staan. De tweede dag gaan we over naar het leren plaatsen van ijsvijzen. Wat is een goede plaatsing voor mijn vijs en waar moet ik op letten. Op het einde van de dag klimmen we ook onze eerste routes voor. Allen op gemakkelijke stukken (WI3).

Out of the comfort zone
De temperatuur is vandaag tien graden lager dan gisteren. ’S Morgens
worden er in de auto’s temperaturen van -27°C gemeten. We
zijn ondertussen dag drie en hebben helaas wat minder geluk. In
het gebied dat we hebben uitgekozen is zeker dertig man van het
leger aan het oefenen. Gelukkig hebben de gidsen Denis, Sanne en An voor een plan B gezorgd. We rijden iets verder maar de aanloop naar deze locatie is toch iets verder dan verwacht. Wat op zich jammer is van de tijd,
maar de prachtige natuur maakt dit al gauw weer goed. We gaan
een heuvel over en zien geen wegen meer. Er ligt enkel een dikke
laag sneeuw, ergens een kleine rivier en een hoop ijswatervallen.
De temperatuur is in korte tijd veel gedaald. En dat zorgt voor het
fenomeen “telloren”. In de theorielessen hadden we hier al van
gehoord en vertelde men ons dat de buitenste laag van het ijs door
de koude enorm hard wordt, terwijl de binnenkant van de ijswaterval
nog warmer en zachter is. Wanneer men dan met de ijsbijl goed
inhakt op het ijs, komen er grote platen van het harde ijs los. Soms
zo groot als een bord, of zoals de naam insinueert, ‘de teloor waar ge
‘s ochtends je bokes met choco op smeert’. Dit maakt het allemaal
mentaal wat moeilijker. Ons vertrouwen in het ijs vermindert en zorgt
ervoor dat we minder secuur te werk gaan. De armen verzuren extra
hard en de vijzen worden al iets rapper in het ijs gedraaid

Het oog van de orkaan
De temperaturen zijn nog steeds extreem. Gisteren hebben we
allemaal mentaal flink afgezien. Een tikkeltje meer dan we vooraf
in gedachten hadden. Vandaag is het hoofdmotto “meer vertrouwen
kweken”. Hoewel ik gisteren hard heb afgezien en het allemaal niet
meer zo leuk vond, is dit vandaag wel weer veranderd. Het massief is
makkelijk. Met meerdere lengtes WI4. Enkele single pitches en twee
korte multi-pitches. Het ijs was nog hard, maar het ging allemaal wat
vlotter en beter dan gisteren. Na lengte twee te hebben geklommen,
begon ik het echt leuk te vinden. En dat had ik na gisteren eigenlijk
niet verwacht. Af en toe wat verzuring in de armen maar dat hoort er
bij. Na zeventig meter klimmen zijn we boven. Een ervaren ijsklimmer
doet dit in twee pitches, wij hebben het in vier pitches gedaan. Maar
het maakt allemaal niet uit, het is hier rustig en mooi en dat is wat
telt. Het is nog steeds koud, maar de wind is gaan liggen daardoor
voelt het een pak aangenamer dan de voorbije dagen.

Het doel
Het eigenlijke doel van deze stage is dat iedereen in een multipitch
WI4 kan voorklimmen. Vandaag staat dit dan ook op het programma.
We splitsen ons in enkele groepen. Ik zit vandaag in een cordee met
Bavo en Denis. De waterval is honderdvijftig meter hoog en, denk ik,
verloopt ook honderdvijftig meter horizontaal. Dit maakt dat we een
achttal touwlengtes voor de boeg hebben. Ik neem de eerste helft
voor mijn rekening en klim telkens voorop.Het begin gaat vlot, maar de moeilijkste lengte moet nog komen. Vol goede moed vertrek ik in deze lengte, na vier meter zinkt de moed me in de schoenen. Mijn armen zijn super verzuurd, ik vertrouw het ijs niet en zie nergens plaatsen om te rusten. Waar ga ik straks mijn relais bouwen? Waar moet ik die volgende ijsvijs zetten? Hoe lang kan ik hier zo blijven hangen? Al deze vragen rijzen bij me op. Maar dan hoor ik Denis zeggen: “Niet te veel nadenken over problemen die er nog niet zijn!”

En de rust keert een beetje terug. Stukje voor stukje ga ik verder. Het
duurt lang. Ik ben aan het klimmen en toch merk ik dat het traag
vooruit gaat. Bavo en Denis zijn ondertussen denk ik vastgevroren
aan het ijs. Uiteindelijk vind ik dan toch een goede plek voor een
relais, uit de vallijn en met een klein platform om te staan. Oef, even
rusten en zekeren. Maar veel rust is me niet gegund want de twee
naklimmers staan in enkele minuten al bij mij… Nog één lengte en
het is aan Bavo om terug voor te klimmen. Het gaat weer iets beter
en ik kan er terug van genieten. Eenmaal boven in deze lengte, ben
ik blij dat ik Bavo voor mag laten gaan. Ook voor hem begint het
makkelijk en wordt het moeilijker tegen het einde. Maar al bij al
gaat dit toch redelijk vlot. Eenmaal boven worden we beloond met
een mooi zicht over de bergen en een ondergaande zon. Dit wil ook
zeggen dat we ons naar beneden moeten haasten voor het donker is.

De orkaan?
Op onze laatste klimdag is de temperatuur iets gestegen, maar ook de
wind is aangewakkerd. We willen een waterval beklimmen waarvan
de aanloop iets groter is. We hadden de waterval enkele dagen
geleden zien liggen en ze ziet er erg knap uit. Vrolijk en met veel
enthousiasme gaan we ze tegemoet. Hoe hoger we komen hoe meer
wind er staat. De sneeuw blaast in ons gezicht. Alles wordt ijziger
en we doen onze crampons aan. We zijn nog maar een zeshonderd
meter van de waterval verwijderd wanneer Denis aanmaant te
stoppen. De sneeuw wordt constant van de waterval geblazen. Maar
erger nog deze waait op de grond en creëert lawinegevaar. Op onze
stappen terugkeren is de boodschap. We vinden het jammer, maar
hebben iets bij kunnen leren. We hebben met eigen ogen kunnen
zien wat lawinegevaar inhoudt. We “kennen” de theorie wel, maar
praktijkervaring hebben we duidelijk nog niet. Beneden aan de auto’s
maken we een plan B en beslissen om te gaan mixed klimmen. Dit
wil zeggen ijsklimmen gemengd met rotsklimmen. Onze gids kent
een mooie plek. We moeten zekeren vanop een bevroren rivier. Het
gevoel is anders. Alles is wat delicater en het hakwerk is iets minder
bruut. Ondanks alles is dit nog een zeer leerrijke dag geworden.

Mount Coach wordt ondersteund door de Klim- en Bergsportfederatie en genereuze sponsors: PetzlRabLowe AlpineJulbo EyewearZamberlanK2Kariboe Leuven.

MC8: Orco impressions

Eind oktober trok de groep van Mount Coach 8 naar het in herfstkleuren gehulde Valle Dell’Orco. In dit mini-Yosemite vond hun scholing in barstklimmen en het gebruik van mobiele zekeringen plaats. Er viel meer dan één lesje te leren. Indrukwekkend was het zeker. Een greep uit de getuigenissen…

Wat was jouw favoriete route?

SIMON: “Rattlesnake op de Caporale was een ideale route te vervanging van de doorweekte klassieker Diedro Sanchez. In deze route kom je alles tegen van gladde dülfers tot perfecte handbarsten en van enge schoorstenen tot megasubtiel plaatklimmen. Ideaal dus om de aparte granietstijl te leren kennen.”

TOBIAS: “Jedi Master was een absolute topper. Deze multi-pitch van 6 lengtes is een heuse aanrader. Hoewel ik normaal echt geen fan ben van dalklimmen is mijn idee in deze route toch iets veranderd. En als kers op de taart is er nog een knappe barst die begint als dülfer en iets later verder gaat met mooie handjams. In deze lengte heb ik dan ook voor het eerst gevoeld hoe een handjam eigenlijk echt moet voelen.”

Tobias in de mooie barstlengte van Jedi Master

Offwidth of vingerbarst?

BRECHT: “Off-width. Tijdens de alpiene zomerstage moesten we op een bepaald moment een off-width overwinnen. Hier heb ik ferm op mijn doos gekregen. ‘Wat een lelijke klimstijl’ dacht ik! Maar Orco heeft mijn mening hierover veranderd. Het gevoel wanneer je bovenkomt uit een off-width barst is een bevrijding, een opluchting en een gevoel van overwinning. En welke klimmer wilt er niet graag eens een supergrote cam in de rots plaatsen?”

SIMON: “Deze vraag is hetzelfde als de keuze geven tussen heel je lichaam openschuren of enkel de toppen van je vingers een beetje klemmen. Dus geef mij maar een subtiel vinger barstje.

ELLEN: “Ik heb het meest afgezien in het offwidth op een rare masochistische manier vind ik het wel leuk. Maar vingerbarsten zijn ook wel leuk , eigenlijk de elegantste versie van barstklimmen.””

Brecht in La Fessura de la Desperazione met zijn new found love voor off-widths

Wat was de grootste les voor jou?

PIETER: “Op graniet zijn voetgrepen overbodig. It’s all in the mind.”

BRECHT: “Het vertrouwen in mobiele zekeringen. Op een goedgeplaatste nut of cam kan je gerust vallen, maar ik moest hier toch een mentale klik voor maken. Na een paar valletjes op cams en nuts begon het vertrouwen in het materiaal te komen.”

ELLEN: “Het is één ding om te weten dat uw cams zouden moeten houden en een ander ding om het echt genoeg te vertrouwen om te vallen.”

BAVO: “Een jam mag al eens zeer doen, zonder wrijving blijft die niet zitten.”

Ellen werkt op haar jamming techniek en vallen op cams op de Kosterlitz boulder

Nuts/Cams?

TOBIAS: “Cams, cams, cams, cams. Het vertrouwen op nuts moet nog hard groeien. Maar ik probeer zo nu en dan wel eens.”

ELLEN: “Nuts about nuts.”

PIETER: “Cams zijn veel gebruiksvriendelijker en sneller dan nuts. Maar nuts zijn zo eerlijk en pretentieloos. Ik zou nooit zonder nuts vertrekken.”

Wat was jouw favoriete maaltijd?

PIETER: “Death by Gnocchi! Of misschien de lasagna di Sabrina…”

BRECHT: “De ontelbare antipasta’s! Duizenden hapjes, ongelooflijk! Mensen die goed willen eten na het klimmen zijn in de ‘Albergo La Cascata’ helemaal op hun plaats.”

SIMON: “Hoewel de tiramisu het moeilijkste was van alles om binnen te krijgen na ons dagelijks 50-gangen-menu ging dit heerlijk dessert er altijd nog wel in.”

Simon demonstrating some tiramisu-powered climbing

Wat is jouw offwidth-power-scream?

BAVO: “Volledig buiten adem geraken terwijl ik amper vooruitga, voor schreeuwen is geen adem over.”

TOBIAS: “*prrrwiieet* Het geluid van stress-scheetjes omdat je nergens een cam kan plaatsen en de vorige al 4 m onder je zit.”

ELLEN: “Like a Scottish Highlander going to battle.”

Wat was het grappigste moment van de stage voor jou?

PIETER: “Sabrina moest duidelijk haar voorraadkast leegkrijgen. Onze maagcapaciteit werd duchtig op de proef gesteld. Antipasti, primo piatto, secundi piatto, dessert, het hield niet op. Na de beruchte Gnocchi avond werden Ellen en ik midden in de nacht wakker bovenop het beddengoed, kleren nog aan, alle lichten aan… Talk about a food coma…”

TOBIAS: “Ik wou tegen Ellen zeggen dat ik mijn trui had achter gelaten.  Helaas heeft mijn Engelse taalknobbel me hard in de steek gelaten en zei ik in de plaats van sweater -> trousers. Dit heeft me dan uiteraard ook wel een beetje achtervolgt…”

SIMON: “De imitatie van Firmin Crets uitgevoerd door Filip Marcus.”

BAVO: “2e lengte van legoland, plots staat er een baby gems nieuwsgierig te loeren op nog geen 5m afstand…”

Baby gems laat zien hoe het moet

Wat is jou favoriete cam?

BAVO: ” De ‘mental support 5’ cam” van Filip in Nicchia delle Torture, de grootste die hij nog had, maar een #6 had vermoedelijk de rots wel aan beide kanten nog kunnen raken. Zeker niet overdreven om te stressen op die plaats, nog maar een meter verder tijdens het naklimmen plaats ik een mooie footslip…”

PIETER: “Black diamonds zijn mijn favorietjes, als ik een gele kan plaatsen is mijn dag geslaagd.”

SIMON: “Mijne favoriet is toch wel de 0.5 van black diamond. “

Bavo in zijn happy place met zo veel barstklimmen

Mount Coach wordt ondersteund door de Klim- en Bergsportfederatie en genereuze sponsors: Petzl, Rab, Lowe Alpine, Julbo Eyewear, Zamberlan, K2, Kariboe Leuven.