Tags

, , , ,

Ik kan de tijd niet echt vinden om een deftig verslag over mijn laatste trip te schrijven. hier toch iets dat in de buurt komt, sorry voor het warrig boeltje…

Ikzelf heb geen auto, een van mijn grootste problemen is om telkens in de Alpen te geraken. Als iemand me vraagt voor enkele dagen te gaan klimmen kan ik dan ook moeilijk weigeren. Zo kreeg ik een tijd geleden een mailtje van Jeroen Vels, een Nederlandse klimmer die met Wouter Van Dijck eveneens Denali gaat beklimmen.

De plannen waren snel gemaakt en woensdagnacht vertrokken we richting Chamonix. Eerlijk toegeven slim was het niet maar uiteindelijk hadden we die nacht maar 2 uurtjes slaap achter de rug. In Cham aangekomen was het zoeken naar een goede wand; Lagarde op de droites had Jeroen al geklommen, ik klom vorig jaar de Ginat, Colton Brooks lag er maar droog bij….. Een van grootste kanshebbers was de zwitserse route op de Courtes. Tot Jeroen de woorden Nant Blanc en Britse Route liet vallen, eentje die al een jaartje in mijn hoofd rondhangt.

De Nant Blanc wand van Aiguille Verte/ Sans Nom. Groen is de Britse route, wij klommen de rode lijn.

’S avonds namen we de laatste lift richting Grand Montets en maken we nog een verkennende wandeling naar de graat van Petite Verte. Van hieruit kan je praktisch de gehele wand bekijken. We zien 1 cordée halverwege Charlet-Platonov, verder zitten er 2 cordées in het onderste deel van Gabarrou-Silvy (ik had er wat van gehoord maar om die jongens nu te zien prutsen in die barsten zonder ijs, wat een prachtige lijn! ). De top hangt in de wolken dus de uitklim kunnen we niet zien. Er was ons wel toevertrouwd dat de laatste goulotte zelfs in de zomer ijs heeft, op foto’s was dit ook duidelijk te zien. We maakten een snelle berekening, tegen half 5 in de route tegen 6 uur ’s avonds op de top van de Verte en een nachtelijke afdaling richting Chamonix. In de rugzak zit mijn synthetisch jasje, 2 liter water, een bivakzak, 6 marsen en 2 powergels.

Jeroen nabij het graatje van Petite Verte, ©2010 Sam Van Brempt

2 cordées in Gabarrou-Silvy, ©2010 Sam Van Brempt

Om 2 uur ’s nachts zetten we de wekker. We hebben geslapen in de verwarmde toiletten wat het opstaan aangenamer en sneller maakt, tegen half 3 zijn we vertrekkensklaar. De aanloop is niet moeilijk maar toch best lang. We gaan naar de graat van Petite Verte waar we aan de andere kant een 200 tal meter moeten afklimmen. Vervolgens rapellen we in een couloir dat ons op de gletsjer brengt. Na geploeter over de gletsjer belanden we tegen 5 u ’s morgens aan de start van onze route.

Slapen in het liftstation

Slapen in het liftstation, ©2010 Jeroen Vels

Sam aan de eerste rapel richting gletsjer

Sam aan de eerste rapel richting de Nant Blanc gletsjer, ©2010 Jeroen Vels

We staan onderaan de start van de Engelse route, een 10 tal loodrechte meters moeten ons naar “gemakkelijker” terrein brengen, namelijk een grote S van sneeuw, ijs en mixte. Het enige probleem, in plaats van 10 meters ijs vinden we enkel een hoekversnijding met een 2 cm brede barst. Ik hoop deze nog te onwijken via een tricky traverse maar bots uiteindelijk op een vlakke rotsplaat. Aangezien de S ook behoorlijk droog lag en we denken dat we hier te veel tijd zullen verspillen besluiten we de onderste rotspijler te ontwijken. In snel tempo starten we onze klim, eerst een 50 graden sneeuwcouloir, vervolgens een 100m stijlere mixte waarna we aan het middelste ijsveld komen. De condities zijn perfect. De sneeuw is goed aangevrozen, het ijs heeft die zalige goulotte/firnachtige structuur en sporadisch kunnen we een goede ijsschroef draaien. We klimmen simultaan waardoor we goed vorderen. Na een anderhalf uurtje hebben we de eerste 300m achter de rug

Sam in onderste mixtedeel, ©2010 Jeroen Vels

Jeroen voor het middelste ijsveld, ©2010 Sam Van Brempt

Op het middelste ijsveld komen we terug samen bij onze engelse route. Maar ook de condities veranderen hier fors, de sneeuw die we gisteren zagen is helemaal niet gezet. Het is ook geen losse poedersneeuw die we nog kunnen samenstampen maar heeft meer een suikerige samenstelling waardoor we iedere keer tot op het blanke ijs belanden. In een 60 graden helling zeker geen pretje want nu voel je je kuiten pas echt werken. Onze snelheid gaat intussen fors achteruit. Via een mooie mixte ramp klimmen we van het middelste ijsveld naar het laatste stukje couloir. De 2 cordees die we in Gabarrou-Silvy hadden gezien hadden hun plannen ondertussen al gewijzigd. De bovenste rotswand lag er te droog bij dus gingen ze naar links traverseren richting makkelijker terrein.

spindrift, ©2010 Sam Van Brempt

Jeroen bij de uitklim van een mixte lengte, ©2010 Sam Van Brempt

Jeroen bovenaan het middelste ijsveld, ©2010 Sam Van Brempt

Koppig houden we aan ons plan en klimmen richting de start van de bovenste rotswand. De hele dag is het al bewolkt, volgens het weerbericht zou het opentrekken maar da gebeurt niet. We zijn te hard gefocust op het klimmen waardoor we niet merken dat de wolken ondertussen fel gezakt zijn. Tegen dat we beide onderaan de topwand staan zitten we midden in de wolken. Ook hier is betrekkelijk weinig ijs te vinden. Dit in combinatie met het slechte weer en het late uur, ondertussen is het al 16u, doet ons beslissen deze moeilijkheden te omzeilen. Ook wij starten aan de traverse die toch behoorlijk tricky is. Eerst 70 graden losse sneeuw, later smalle rotsterrassen, en stijl ijs. Na een traverse van zeker 150m belanden we stilaan in een groot ijsveld. Waar we juist zijn weten we niet, ons zicht wordt beperkt tot een 10 meter en stilaan begint het te schemeren maar vermoedelijk zijn we onder de grote rotsband van Sans Nom en Pointe Croux door. Het terrein is hier gemakkelijker dus besluiten we recht naar boven te klimmen.

Sam traverseert naar makkelijker terrein, ©2010 Jeroen Vels

Ondertussen is het al donker, het woord bivac komt steeds vaker naar boven. Als de wolken dan uiteindelijk even openbreken en we zien dat we nog zeker 250 Hm te klimmen hebben gaan we op zoek naar een goede plaats. In een 60 graden steile sneeuwrichel graven we een 2 persoonszitje uit dat we met de skis verstevigen. Ondertussen is het reeds half 12 en al snel dommel ik in slaap.  Een kwartiertje later wordt ik terug wakker. Het is verdomd koud zonder slaapzak bij -15°c, constat veranderen we van positie maar in slaap geraak ik niet meer. Het lijkt erop dat we al bibberend moeten wachten tot het terug licht wordt, en dan nog, we zitten in een noordwand, zon zullen we niet zien. Als ik in een hopenlose poging  terug op temperatuur probeer te geraken, al springend ditmaal, vind ik eindelijk een goede methode. 10 minuutjes springen en ik krijg het terug warmer, van de vermoeidheid val ik direct in slaap om dan 20 minuten later van de koude terug wakker te worden. Zo geraken we uiteindelijk best vlot de nacht door.

'S morgens in het bivac, © 2010 Jeroen Vels

Wij komen van achter die rotsband linksboven, © 2010 Jeroen Vels

De volgende dag geraken we verbaasd snel in gang. Een snelle knabbel, voor vandaag heb ik maar ( 1 mars, 1 powergel en 500ml water) en we vertrekken terug. We klimmen op een mixte pijler grofweg tussen de 2 routes. Wat volgen zijn een 8 tal mooie lengtes, toch kan ik er niet echt van genieten, ik wacht op de moment dat de eerste zonnestralen in mijn gezicht zullen schijnen. Dit gebeurt pas in de laatste lengte, een 50 graden sneeuwveld. Op de topgraat leg ik me neer, lekker terug op temperatuur komen en jeroen nazekeren. Ondertussen is het al bijna 2 u ’s middags, de laatste beklimming van de verte in mijn achterhoofd ging het snel gaan het enige verschil, we hebben geen eten meer en zijn zo even 30uur langer onderweg.

De eerste lengte dag 2, Jeroen zit nog op ons bivac, ©2010 Sam Van Brempt

Jeroen in en van de laatste lengtes, ©2010 Sam Van Brempt

De topgraat naar de Verte is lang en vermoeid maar tegen 3 uur staan we dan toch op top van de Verte, voor Jeroen de eerste keer. Voor mij de 2de maal deze maand. Ik heb nog maar weinig euforische topmomenten meegamaakt en ook nu kan ik enkel denken aan hoe lang de afdaling nog zal duren.

Snel haasten we ons richting het whympercouloir, door de zon is de sneeuw zacht maar toch zijn we relatief snel beneden. Dat kunnen we jammer genoeg niet zeggen over de Charpoua-gletsjer en Mer de Glace. De hoop om met onze skis vlot in Chamonix te geraken verdwijnt snel. Uiteindelijk stoppen we om 12 u snachts onze ploetertocht in het station van het Montenvers treintje, we houden het voor bekeken. Na 2 uur slapen worden we gewekt door een feestende meute. Er was een feestje in het Hotel en er rijd nog een treintje naar beneden. om 3 u snachts staan we terug in Chamonix. 49u na ons vertrek uit het Grands Montets Station.

Sam op de topgraat, ©2010 Jeroen Vels

Sam en Jeroen op de top van de Verte, ©2010 Jeroen Vels

Hoewel, een ongeloofelijke uitputtingstrip kom ik er enorm gemotiveerd uit. Ik heb enorm veel bijgeleerd en heb best het gevoel dat ik een meerdaagse klim als de Cassingraat aankan. Zolang die maar niet vol suikersneeuw en blank ijs ligt. Dan hebben we de volle maand zeker nodig.

Enkele bedenkingen:

  • Misschien hadden we beter eerst een makkelijkere route geklommen. Dit om meer op elkaar afgestemd te geraken en sneller te handelen;
  • Ik moet eens leren meer eten mee te zeulen, ik kan met heel weinig functioneren maar meer is toch altijd beter. Die 200gr extra zal het verschil ook niet maken;
  • Als ik zie dat een cordée maar halverwege de wand geraakt moet ik er eens aan denken dat het niet perse trage klimmers zijn;
  • We wisten het niet op voorhand maar die approcheskis zijn te veel gewicht om slechts 3 uur onder je voeten te hebben;
  • We hadden toch beter naar boven geklommen in plaats van te traverseren, die droge cruxlengte desnoods artificieel. Met een beetje geluk hadden we die nacht dan al op de topgraat geraakt, de traverse heeft ons bijna 3 uur gekost en daarbij hebben we geen hoogte gewonnen;
  • ach als je er nu over terugdenkt waren het best 48 goede uren en lijkt het allemaal weer mee te vallen

En een filmpje:

Advertenties