‘verslag van een coach – over de Dolomieten Ervaringsstage van Mount Coach 7’

Door Arne Monstrey

 

Maandagavond 20 augustus. Ons avondeten zit er net op als ik volgende SMS van Koen binnenkrijg: ‘Arne, bel mij es. Ik heb een klimongeval gehad en lig in het ziekenhuis’. Fuck… Drie kwartier later hang ik de telefoon terug op. Het verdict: een gebroken linker hiel, een gebroken rechter scheenbeen, drie kapotte ruggenwervels, borstbeen op twee plaatsen gebroken en dan nog enkele gebroken ribben erbij… BAM, een bericht dat inslaat als een bom en mij even met de voetjes terug op de grond zet over de ‘andere’ realiteit van de klimsport. Verschillende gedachten gaan door me heen. Praktische, zoals: ‘Nu moet ik op zoek naar een andere medebegeleider voor de komende Mount Coach stage in de Dolomieten.’ Maar ook: ‘Wat gaat mijn vrouw hiervan vinden? En ikzelf, met onze twee kleine kindjes? Hoe zal dit impact hebben op mijn eigen klimmen, mijn lesgeven?’ Enige tijd later overweegt vooral het gevoel dat het allemaal nog veel erger had kunnen zijn. Verlamming of zelfs de dood. Eigenlijk heeft hij veel geluk gehad bij zijn ongeluk. Het is soms maar een fijne lijn…

 

Gelukkig gaat het ondertussen een pak beter met Koen en is hij volop aan het revalideren. Gelukkig ook dat Friedemann zich op zo’n korte tijd vrij kon maken om mee te gaan. We kennen elkaar van toen hij zes jaar geleden deelnam aan Mount Coach 5. En nu staat hij hier zelf mee als begeleider. Toen ik voor vertrek een email stuurde naar de mannen (Amelie had helaas last minute afgehaakt wegens een schouderblessure) met de vraag wat ze van deze week verwachtten, kwamen de klassieke dingen aan bod. Vlot en efficiënt leren klimmen en relais maken in semi-geëquipeerd terrein, je weg leren vinden doorheen een grote wand, teamspirit opbouwen… Maar ook: ‘kletsen krijgen, uitgedaagd worden’. Het mocht deze keer allemaal wat meer zijn.

 

‘wennen aan de Dolomieten’

 

Boodschap begrepen! Maar toch hield ik de eerste twee dagen als kennismaking. Zowel met de rots (brokkelig), als met de behaking (schaars) en de manier van klimmen (klassiek). Terwijl Karel en ik de eerste dag genoten van de stilte op de ‘Alverà’ route op de Col Dei Bos, mochten Friedemann, Philip en Robbe gaan aanschuiven in de ‘Via M. Speziale’ op de Piccolo Lagazuoi. Daar hadden ze echter geen goesting in en dus besloten ze last minute om aan te vangen in een vlakbijgelegen route om dan een drietal touwlengtes hoger terug te traverseren in de route van hun voorkeur. Helaas misten ze hiermee wel de mooiste lengtes, maar alles is beter dan op een zondag wat te gaan aanschuiven in een overbevolkte klimlijn. Maarten en Yashin ondertussen, hadden het even moeilijk op de ‘Dibona’-route op de Torre Grande di Falzarego. Niet dat ze het vijfdegraads klimniveau niet aankonden, maar al simultaan klimmend in de gemakkelijkere eerste lengtes, waren ze de tel van de relais kwijtgeraakt en zodoende wat beginnen dwalen doorheen de wand. Na enig zoekwerk vonden ze uiteindelijk een lijn op spits die ook tot de top leek te gaan. Gelukkig hadden ze wat marge, want vooraleer ze de top bereikten, mochten ze zich eerst nog door enkele 6b en 6c daken sleuren. Het waren misschien niet allemaal de geplande routes, maar iedereen trok wel zijn plan en dus was het goed.

Maarten naklimmend op de net gevonden spitslijn

Maarten en Yashin op de top van hun eerste Dolomieten beklimming

Op dag twee werd er wat geschoven. Robbe en Yashin wilden wel eens gaan kijken in onze rustige ‘Alverà’-route van gisteren. Zelf kroop ik met Philip en Karel in een driemanscordee in de Dibona-route om te zien waar het gisteren was misgegaan. Friedemann en Maarten ondertussen waagden zich aan de ‘Via del Drago’ op de Lagazuoi Nord. Een route geopend in 1969 door onze landgenoot Claudio Barbier als antwoord op Reinhold Messners pamflet over ‘de dood van de draak, de moord van het onmogelijke’. Een striemende tekst over de ethiek van het vrijklimmen en het onnodige gebruik van de boorhaak als voortbewegingsmiddel. Iets waar Claudio het mee eens was en dus beklom hij deze nieuwe lijn ‘by fair means’ en gaf hem uit respect de naam ‘de route van de Draak’. Naast deze interessante uitleg gaf de topo ook nog mee dat de route desondanks overdreven goed behaakt was met mephaken. Daarom hadden Friedemann en Maarten naast veel setjes, slechts vier cams en enkele klemblokjes bij. Draaide dat even anders uit! De route was quasi onbehaakt en om alles iets of wat veilig af te kunnen zekeren hadden ze er echt hun tijd voor nodig. Ondertussen stond ik met de rest al terug in Cortina d’Ampezzo. Eten inkopen, meteo checken en rugzakken pakken. Vandaag stond immers ook nog de aanloop naar ons bivak onder de Tofana di Rozes gepland. Minder dan een uur voor het donker werd, troffen we Friedemann en Maarten uiteindelijk op de parking van de Rifugio Dibona. Een deel van de groep was al doorgegaan om een geschikte bivakplek voor de nacht te zoeken, terwijl zij nog vlug even hun rugzak herschikten. Wat een kerels, nauwelijks terug van een hele dag avontuurlijk klimmen, gevolgd door een lange afdaling en nu quasi zonder rust direct terug beginnen aan een instijg.

Philip en Karel in overleg over de juiste lijn van de Dibona-route

Arne en Karel genietend van een aangenaam dagje genussklettern

Robbe in de voorlaatste lengte van de Alverà-route

Robbe op de afdaal route omgeven door een prachtig landschap

Het weerbericht voor morgen was alvast hetzelfde als dat van de voorbije twee dagen. Kans op regen in de late namiddag. Maar de voorbije twee dagen waren zonnig en droog geweest en dus wilden we het er wel op wagen. Onweer bleef immers uit en aangezien we letterlijk aan de voet van de wand bivakkeerden, zouden we met het eerste daglicht kunnen beginnen klimmen. Maar dat was zonder de wand gerekend natuurlijk. Gaan slapen in een bivakzak, met je project voor morgen pal voor je neus, het doet toch iets met een mens, zeker als de top van die wand zich maar blijft verstoppen in een dik pak wolken. Zou het misschien toch nog gaan regenen? Enkele uren later word ik terug wakker en zie ik de wand in volle glorie. Shit wat is die hoog! 500 volle meters rijzen boven mij uit en ook als is het donker, ik voel dat mijn ogen blinken.

 

‘Avontuur op de Tofana’

 

6 uur ’s ochtends, opstaan, snel iets eten en op weg. Niet veel later klim ik de eerste lengte voor. Nog maar net toegekomen op het relais komt de zon al tevoorschijn en warmt alle restzorgen weg. We hebben schetsen van drie verschillende topo’s op zak en vanaf de derde touwlengte spreken ze elkaar alledrie tegen. Ik besluit de oudste topo te volgen en na een lange traversee van wel 40 meter kom ik uiteindelijk effectief bij een relais terecht. Gelukkig zien we vier touwlengtes boven ons het grote gele dak van onze cruxlengte, dus we weten wel waar we grosso modo naartoe moeten. De lengte voor de crux blijkt moeilijker dan verwacht. Enerzijds is de rots veel compacter dan gewoonlijk en dus voel ik mij op mijn gemak in deze zesdegraads lengte. Maar anderzijds is de rots zo compact dat ik nergens degelijke tussenzekeringen kwijt kan. Na meer dan tien meter klimmen moet ik mezelf letterlijk dwingen om te stoppen en iets te zoeken. Dat lukt uiteindelijk redelijk, maar erop vallen wil ik nog steeds liever niet. Gelukkig klim ik ondertussen al drie dagen samen met Karel en voel ik mij op mijn gemak met hem aan de andere kant van het touw. Hij duidelijk ook bij mij, want niet veel later klimt hij supervlot de moeilijkste lengte. Acht lengtes onder ons, nog elf te gaan. Helaas komen we vanaf hier nog maar één keer een behaakt relais tegen en nog twee keer een touwtje. Ook onderweg is het aantal aanwezige mephaken beperkt. Ik pik de laatste haak in zo’n 200 meter onder de top… Gelukkig is het terrein niet al te moeilijk en vinden we steeds de weg van de minste weerstand. In de voorlaatste lengte moet ik door een steile puingeul. Terwijl ik boven aangekomen de touwen inhaal om Karel na te zekeren, trek ik ergens een grote steen los. Karel staat gelukkig veilig om de hoek, maar denkt hetzelfde: ‘ons touw!’. En effectief. Ik haal nog tien meter extra touw in en zie dat bij één van onze twee strengen de mantel is losgekomen van de kern. Daar kunnen we dus niet meer op klimmen. Ik schiet vlug 20 meter dubbel touw op rond mijn schouders en met twee touwen van 40 in plats van 60m vervolgen we onze weg naar de top. Waar we om drie uur stipt toekomen, nét als de eerste regendruppels uit de lucht vallen.

Karel in het begin van hun route op de Tofana

Karel begeeft zich richting de mist

Van Friedemann, Maarten en Yashin weet ik dat ze veilig terug beneden stonden na hun graatbeklimming die een honderdtalmeter naast de onze liep. Van Robbe en Philip had ik een berichtje gekregen dat hun eerste tien touwlengtes goed en vlot verlopen waren, inclusief de twee 6b+ daken waar ze doorheen moesten, maar dat ze toch gestrand waren in de 11de touwlengte. Een moeilijk af te zekeren, moeilijk te beklimmen schoorsteen die er bijna altijd vochtig bijlag. Jammer voor hen, maar ik was blij te weten dat er niemand meer in de wand zat. Het begon nu toch echt wel hard te regenen, veel meer dan voorspeld was. Na een uur te voet afdalen, krijg ik een nieuwe SMS binnen. Blijkbaar hebben ze toch volgehouden. Na veel artificieel klimwerk en twee uur proberen, staan ze toch op relais 11. In de Bergen moet je snel beslissingen kunnen nemen. Hier was het: of toegeven dat het niet lukt en rappellen, of veel sneller overgaan tot ‘setje trek’ en zo tijd winnen. Een les die uiteindelijk duur betaald wordt. De laatste 11 lengtes dienen ze in de regen te klimmen… Gelukkig zijn de grootste moeilijkheden voorbij en kunnen ze snel vorderen. Iets minder vrolijk vervolg ik zelf mijn weg te voet naar beneden. Warm, droog en met een frisse pint voor onze neus, beken ik in de Rifugio Dibona aan Karel, dat het me momenteel toch iets zwaarder valt om lesgever te zijn. Die mannen klimmen daar maar, alleen, met zijn tweetjes, in de regen, doorheen een grote Dolomietenwand en er staat hen nog zo’n anderhalf uur stappen te wachten ook. Nu ga ik er wel van uit dat ze genoeg ervaring hebben om dit tot een veilig einde te brengen, maar een ongeluk is vlug gebeurd en uiteindelijk was de regen wel min of meer aangekondigd, zij het niet in deze hoeveelheid. Het is maar een fijne lijn tussen ambitieus en onverantwoord klimmen. Gaan ze mij dit verwijten? Karel stelt me echter gerust, dat ze het waarschijnlijk een fantastisch Avontuur gaan vinden. Het waren immers ook Philip en Robbe die hadden aangegeven dat ze kletsen wilden krijgen op deze stage. Twee pinten later is het gestopt met regenen en beslissen we hen tegemoet te stappen. In plaats van twee vermoeide en teneergeslagen gezichten te zien, komen er twee euforische mensen op mij af. Wàt een Avontuur! Ze vertellen honderduit, over hun meer dan vlotte start, de moeilijke elfde lengte en hun traversees door stromend water waarbij het water langs hun mouw hun jas instroomde. Ik ben trots op deze mannen en hun prestatie. Deze ervaring gaat hen nog lang bijblijven. Een klein uur later is iedereen herenigd op de camping, waar vers eten reeds voor ons klaarstaat, samen met enkele flessen Italiaanse wijn. Iedereen kruipt gelukzalig zijn slaapzak in, met het besef dat een Avontuur vooral achteraf plezant is.

Yashin plaatst met hand en tand een tussenzekering ergens op de Tofana

Het zicht op Friedemann’s cordee vanop de route van Robbe en Philip. Zoek de drie klimmers.

Zicht op Robbe en Philip vanop de route van Friedemann’s cordee. Zoek de twee zwarte stipjes.

Robbe en Phillip beginnen doorweekt aan de afdaling na een succesvol avontuur

Het zicht op de overtrokken Tofana van onderuit

 

‘Op naar de toppen van de Drei Zinnen’

 

Woensdag volgt een terechte rustdag, redelijk uniek voor een Mount Coach stage. Uitslapen, douchen, veel eten en een pintje drinken op een terras. De meteo voor de komende twee dagen is ‘grand beau’ en dat betekent dus dat er nog eens stevig gaat geklommen worden. Zo hier in de zon, in Cortina d’Ampezzo is het moeilijk om onze knop terug om te draaien van relax naar focus. En dus wordt er beslist om een nieuw bivak uit te stellen en gewoon morgenochtend heel vroeg op te staan en aan te vangen naar de Drei Zinnen. De meest bekende, meest bezochte en meest gefotografeerde Bergen van de hele Dolomieten.

Drei Zinne

Maarten en Philip hebben voor morgen de Cassin op de Cima Ovest noordwand op het programma staan. Daarom doen zij het vandaag iets rustiger aan en klimmen zij een route van 200 meter op de Punta Frida. Om dan in de namiddag de inklim van de Cassin te gaan verkennen. Friedemann en Yashin lopen aan naar de Dülfer-route op de westwand van de Cima Grande om na twee touwlengtes tot de conclusie te komen dat de route er echt té nat bijligt. Zij dalen dus terug af om dan te beslissen alsnog de normaalroute aan te vangen. In nog geen 2.5 uur beklimmen ze deze top, waarbij ze meer dan 10 andere cordees inhalen. Een lokale gids snapt niets van hun verhaal dat ze diezelfde dag ook nog de eerste twee lengtes van een andere route hebben geklommen. Na deze cardiotraining dalen ze ook in minder dan 1.5 uur deze route terug af. Op deze manier hebben ze toch al hun afdaalroute voor morgen verkend. Zij willen immers de Comici op de Cima Grande Noordwand doen.

Maarten en Philip genieten van de omgeving op hun rustdag

‘straffe mannen, die eerstbeklimmers!’

 

Voor Robbe, Karel en mij staat morgen de ‘Demuth Kante’ op de Cima Ovest op de verlanglijst. Omdat deze route bekend staat om zijn 550 hoogtemeters, 650 effectieve klimmeters en zeer gebrekkige behaking in vijfdegraads terrein, ben ik niet direct happig om vandaag de ‘Spigolo Giallo’ aan te vatten. Maar bon, een goede begeleider luistert naar zijn cursisten en dus vangen we opnieuw 14 touwlengtes en 350 hoogtemeters aan. Wat een fijne klimlijn! Mijn gedachten zitten bijna de hele dag bij de eerstbeklimmers: Comici, Zanutti en Varale. Wat een lefgozers om hier in 1933 naartoe te komen en deze route aan te vangen. Op grote schoenen, met een henneptouw rond hun middel gebonden, af en toe eens een mephaak slaand, verticaal, door rotte rots, zonder weerbericht, niet wetende waarheen hun route hen zou leiden. Inclusief een bivak ergens in de wand. Na zo’n zes touwlengtes prachtig klimmen, ligt er boven ons een heel logisch vervolg in een overduidelijk barstensysteem. Maar dat is dan zonder de eerstbeklimmers gerekend. Ik hoor het hen zo tegen elkaar zeggen: ‘seg jongens, ik ga hier even 15 meter luchtig naar links traverseren, OK? Ik vind dat we wat teveel van de graat aan het afwijken zijn en dit lijkt me eleganter.’ ‘Ok Comici, doe maar, we hebben je’. What the fuck man, wat een heerlijke passage, maar waarom zou iemand dit als eerste willen doen?! Na 7 touwlengtes leiden, geeft Karel het touw over aan Robbe. Vanochtend had hij reeds aangegeven zich niet zo lekker te voelen en nu krijgt hij hier ineens de moeilijkste lengte voorgeschoteld. Een 30 meter lange overhangende zesdegraads barst, die gelukkig wel goed afgezekerd is. Het hangrelais bovenaan stemt me minder vrolijk. Ik haat hangrelais. Robbe heeft dit duidelijk door en schiet weer weg in zijn volgende lengte. Hij misinterpreteert echter de topo en traverseert te ver naar links. Kan gebeuren, zoveel haken steken hier nu ook weer niet om de weg te wijzen. Uiteindelijk maakt hij toch een tussenrelais zodat we samen het vervolg kunnen bekijken. Ondertussen zit er echter een Italiaanse gids met twee klanten in ons gat te duwen. Een zeker eergevoel komt in mij boven. Ik word niet graag gepasseerd, zelfs niet door een gids die de route al kent en dus vraag ik aan Robbe of ik het touw mag overnemen. De resterende vier touwlengtes naar de top namen minder dan een uur in beslag en we hebben onze achtervolgers pas teruggezien toen wij al bijna terug beneden stonden en zij net aan hun afdaling begonnen. Zo, dat noemen ze dan even de puntjes op de i zetten.

Robbe traverserend op de Gelbe Kante

 

‘op oorlogspad’

’s Avonds volgt dan opnieuw een bivak, op het Paternsattel, in de ondergaande zon, met zicht op de routes voor morgen. Iets hogerop lagen nog uitgegraven gangen van uit de eerste wereldoorlog. Tijdens het verkennen van deze, kregen we onze wanden voor de dag nadien iets anders in het vizier. Voor Maarten en Philip werd het nu wel duidelijk dat er nog water door hun route stroomde. En dat in een route die tot niveau 7a gaat. Ze lieten zich echter niet uit hun lood slaan en beslisten er alsnog voor te gaan. Idem voor Yashin en Friedemann. Hun route was maximum 6b+, waarvan de eerste 200 meter overhangend. De moeilijkheden zouden dus wel droog liggen, de lengtes nadien daarentegen waarschijnlijk niet. Maar gedreven door dromen en ervaring, wilden ook zij ervoor gaan. De route van Robbe, Karel en mij was dan misschien iets langer, ze was met het niveau 6a beduidend gemakkelijker en dus maakte ik me niet al te veel zorgen. De zon ging onder, de pasta pesto smaakte heerlijk en de maan scheen vredig over de stilte van de Bergen.

Maarten weet het laatste zonlicht ten volle te benutten met een avondklimmetje bij de bivak

ondergaande zon bij de Drei Zinne

Na opnieuw een vroeg ontwaken, vertrokken we allen op pad. Philip en Maarten verdwenen redelijk vlug uit het zicht, terwijl wij Friedemann en Yashin het hele onderste deel van hun route konden zien klimmen. Wat een waanzinnige, geschift steile wand. Wat een atletisch klimmen. Je kon het zelfs vanop een afstand zien dat het moeilijke passen waren. Een achttal jaren geleden had ik die route zelf al eens geklommen met Brenda maar om hier nu zo vanop een afstand twee andere mensen in te zien klimmen, wauw! Onze route stelde duidelijk minder voor qua steilheid en moeilijkheid. Helaas vertaalde zich dit ook in een zeer onduidelijk routeverloop. Om de zoveel relais kon je weer even zeker zijn dat je 100% juist zat, maar daartussen… Op 19 touwlengtes klimmen, telden we (op de relais na) 14 mephaken in de route, waarvan vier in de cruxlengte. Een Avontuur was het dus wel. Zelf klom ik het eerste derde voor en Robbe het moeilijkere tweede deel van de route waarbij hij zich geweldig had herpakt na gisteren, hij was duidelijk terug in topvorm. Karel eindigde met de laatste lengtes naar de top.

Robbe in de crux pitch

Zicht op de noordwand van de Cima Grande, daar ergens midden in hangen Friedemann en Yashin

een panorama vanop de Comici

links onder klimt Yashin de voorlaatste lengte na

Friedmann omgeven door mist in de laatste lengte

Eens op de top aangekomen bleek dat Philip en Maarten hun namen nog niet in het topboek hadden geschreven. Dju, en we waren zelf al redelijk laat. Het was immers net vier uur gepasseerd, er volgde nog een gecompliceerde afdaling van minstens anderhalf uur en om half acht is het hier donker. Weeral sloeg mijn begeleidershart een slagje over, die fijne lijn weet je wel… Friedemann en Yashin hadden hun afdaalroute de dag voordien reeds verkend, die zouden het dus wel halen, maar waar zijn Philip en Maarten? Toch al door naar beneden of nog steeds in de noordwand? Ook al hadden we allen een GSM bij, in deze wanden had niemand van ons ontvangst. Na even wachten lieten we dan maar onze schets van de afdaalroute achter aan het topkruis. Wat volgde was een combinatie van afklimmen, rappelen en wandelen. Tot ik op een bepaald moment, bijna absurd, twee klimmers al wandelend op een brede richel de hoek om zie komen. Maarten en Philip die hadden beslist, gezien het late uur, uit te toppen op de ringband en de laatste 100 meter derdegraads brokkelterrein te laten voor wat het was. Wel hadden ze elke lengte volledig vrij geklommen, inclusief de twee 7a’s. Leek mij dus een terechte keuze.

Het verticale gevoel vanop de Cassin.

hangrelais op de cassin

nog meer verticaliteit op de cassin

in pitons we trust!

en nog meer hangrelais

Wat ben ik op trots op deze mannen! Anderhalf jaar geleden kwamen we elkaar voor het eerst tegen op de steile kalkkliffen van Presles. Een heel hemelvaartweekend lang volgden de behaakte multipitchen elkaar in een snel tempo op en bovendien in een niveau dat ik zelf nauwelijks kon volgen. Deze generatie is duidelijk in staat om heel vlug een heel hoog sportklimniveau te bereiken. Gelukkig kwam daar een half jaar later de granietstage in Orco, waar enkel nog maar op friends en klemblokken geklommen werd. Even daalde het klimniveau en steeg het respect voor de Bergen. Plots botste iedereen niet langer op zijn fysieke, maar op zijn mentale grenzen. En nu nog eens een jaar later staan hier vijf volleerde alpiene rotsklimmers voor mij, die waarschijnlijk zelf nog niet eens beseffen dat ze net in hun eerste week Dolomieten, routes geklommen hebben van een niveau en engagement waar veel klimmers zelfs nog niet eens van durven dromen. Mount Coachers, goed gedaan, het is een eer en een plezier om hier met jullie te mogen klimmen, merci!

Robbe en Karel nagenietend op de top van de Cima Grande

 

GEKLOMMEN ROUTES

  • Col Dei Bos (2450m.) – zuidgraat ‘Alverà’ – 250 hm- 11TL – V+ max – geopend in 1947 – Karel en Arne + Robbe en Yashin
  • Piccolo Lagazuoi (2778m.) – westwand ‘Via M Speziale’ – 250 hm – 10TL – VI- max – geopend in 1986 – Philip, Robbe en Friedemann
  • Torre Grande di Falzarego (2500m.) – zuidwand ‘Dibona’ – 220 hm – 11TL – V+ max – geopend in 1934 – Maarten en Yashin + Philip, Karel en Arne
  • Lagazuoi Nord (2804m.) – westwand ‘Via del Drago’ – 300 hm – 9TL – VI- max – geopend in 1969 (door onze landgenoot Claudio Barbier) – Friedemann en Maarten
  • Tofana di Rozes (2650m.) – zuidwand 1e pijler, zuidgraat – 380 hm – 14TL – V max – geopend in 1946 – Friedemann, Yashin en Maarten
  • Tofana di Rozes (2820m.) – zuidwand 2e pijler, ‘Pillar Rib’ – 500 hm – 20TL – VI- max – geopend in 1946 – Karel en Arne
  • Tofana di Rozes (2820m.) – zuidwand 2e pijler, ‘Pilastro’ – 500 hm – 22TL – VII+ max – geopend in 1944 – Philip en Robbe
  • Punta Frida (2792m.) – zuidwand ‘Via dei Recordi’ – 150 hm – 6TL – 6b+ max – geopend in 2007 – Maarten en Philip
  • Cima Grande (2998m.) – zuidwandnormaalroute – 450hm – III+ max – geopend in 1869 – Yashin en Friedemann
  • Cima Piccola (2857m.) – zuidwand ‘Spigolo Giallo’ – 330 hm – 13TL – VI+ max – geopend in 1933 – Karel, Robbe en Arne
  • Cima Grande (2998m.) – noordwand ‘Via Comici’ – 450 hm – 16 TL – VII+ max – geopend in 1933 – Yashin en Friedemann
  • Cima Ovest (2973m.) – noordoostgraat ‘Demuth Kante’ – 550 hm – 19 TL – VII- max – geopend in 1933 – Robbe, Karel en Arne
  • Cima Ovest (2973m.) – noordwand ‘Cassin’ – 450 hm – 21TL – VIII max – geopend in 1935 – Philip en Maarten
Advertenties