De derde week van februari trokken we met het team naar Noorwegen. De eerste week van dezelfde maand hadden we in Zwitserland een week getoerskied met Sanne, dus na amper een vijftal dagen in België stonden onze valiezen al weer vertrekkensklaar. Een intensieve maand dus!

Voor deze stage stond ons Denis bij, samen met Christian van MC9. Voor Christian was het de eerste keer dat hij een Mount Coach-stage begeleidde, en hij mag dat zeker nog eens doen! Daarnaast vervoegde ook Emma van MC10 ons, die vanwege een skiongeval twee jaar geleden niet met haar eigen lichting was kunnen meegaan.

Emiel, Emma, Hektor, Liedewij en Mo kozen ervoor om voor deze stage met de trein te reizen. Met een Interrail pas komt dat zelfs goedkoper uit dan vliegen, en, afhankelijk van de match-up van de specifieke treinen, duurt het traject vanuit België ‘slechts’ een 30-tal uur. Wie zich de extra reisdag kan veroorloven, door bijvoorbeeld een dag remote te werken, raden we dit zeker aan! Zo dragen we allemaal ons steentje bij aan een verminderde uitstoot van broeikasgassen.

Eerste stappen

(geschreven door Mo)

Op zondagmorgen was het dan zo ver. Bij een frisse -10°C (die temperatuur zou doorheen de week relatief constant blijven) vertrokken we naar een gebiedje genaamd Kleva, waar we onze eerste meters op watervalijs zouden maken. Met uitzondering van Emiel en Felix, die bij Vertical Thinking al eerder een ijsklimcursus volgden, was deze discipline immers volledig nieuw voor iedereen. Na aankomst ging Denis zich bezighouden met het ophangen van topropes, terwijl Christian ons de basis van het inslaan van de ijsbijlen en  de techniek om te bewegen op het verticale ijs bijbracht. Tegen de tijd dat we dit ongeveer onder de knie hadden, waren de topropes klaar en konden we beginnen oefenen in de hoogte.

We leerden al snel wat de combinatie van de koude en de verzuring kan doen: pijnlijke handen en daarna misselijkheid, die bij het opwarmen eerst erger en daarna pas beter worden. Uiteindelijk was dat wel nog een vooruitgang tegen het vele stilstaan van de ochtend, aangezien we uiteindelijk toch wel een beetje warm werden :p Christian, die de hele dag weinig zou klimmen, gaf zelfs toe zijn expeditieschoenen te hebben aangetrokken om de koude tegen te gaan! 

We klommen en we klommen, zoveel meters scorende als we konden. Tegelijk kregen we ook oefeningen mee om onze techniek te verbeteren, zoals met maar één ijsbijl klimmen, of met onze voeten heel breed of net heel smal te klimmen. Eens iedereen alle beschikbare routes minstens een keer beklommen had, konden we voldaan terugkeren.

Na terugkeer in het huisje vond Felix nog een verrassing: een mooie grote steen, die al snel Franky werd gedoopt. De situatie ontwikkelde zich tot een waar gesloten-kamermysterie, waarbij vingers in alle richtingen werden gewezen, met Denis als hoofdverdachte. De komende dagen de zou zowat iedereen zich in het spel mengen, waarbij Franky in bijna elke rugzak wel eens tevoorschijn zou komen, en de identieke Latok-rugzakken van Rab bevorderden de verwarring. Franky werd zowaar ons nieuwste Mount Coach-lid.

De tweede dag verliep gelijkaardig. Opnieuw was het doel om zoveel mogelijk te klimmen en comfortabel te geraken met de bewegingen. In de namiddag klommen we ook allemaal voor het eerst een lengte voor. Spannend, omdat voor de beginnende ijsklimmer het ijs nog niet altijd voorspelbaar reageert, en omdat je eigenlijk best écht niet mag vallen! Maar, met genoeg plattere stukken in de route, zodat we niet te hard verzuurd raakten, en met hééél veel ijsvijzen, was iedereen toch grotendeels op zijn gemak. Daarmee waren we dan klaar om de rest van de week de singlepitch-gebiedjes achterwege te laten en wat langere beklimmingen aan te gaan!

Andicap

(geschreven door Felix)

Op dag drie was het zover: tijd voor de eerste multipitch-waterval van deze stage. Samen met Liedewij, Emma, Matthijs en Christian zette ik koers naar de Andicap. Deze lange, smalle waterval vormde de perfecte uitdaging voor onze groep.

Een spannend debuut

Ik vormde een cordée met Emma. Ondanks dat dit pas haar eerste stappen waren in het multipitchijsklimmen, nam ze dapper de leiding in de eerste lengtes.

Al snel werd duidelijk dat ijsklimmen een aanslag is op de kuiten.

Klimtip: Zorg ervoor dat de front points van je stijgijzers niet te lang zijn; dit bespaart je een hoop verzuring!

Ondanks de brandende kuiten en de gezonde spanning die voorklimmen op zo’n hoge waterval met zich meebrengt, verliep de rest van de klim uiterst efficiënt.

Teamspirit over de vallei

Halverwege de wand kregen we een prachtig cadeau: aan de overkant van het dal spotten we de rest van onze groep op een andere waterval. Het is een geweldig gevoel om je teamgenoten in de verte zo hard te zien knallen! Dat gaf ons precies de extra energie die we nodig hadden.

De beloning: niet meer rapellen

Na vier lengtes bereikten we vol vreugde de top. Het feit dat we de dag begonnen waren met die rappel in de diepte, maakte de “top-out” aan het einde extra bevredigend. Vanaf daar was het nog maar een kort eindje wandelen naar de auto. De eerste grote waterval van de stage was een feit!

Tøftfossen WI4

(geschreven door Liedewij)

De tweede multipitchdag gingen de cordeé van Emiel en Mathijs en de cordée van Liedewij en Emma onder begeleiding van Denis naar Tøftfossen. Deze route ligt op een hogergelegen ijswand en heeft een aanlooptijd van een goed uur. Doordat Tøftfossen zo hoog in de vallei ligt en eindigt op een top (in Noorwegen is dat typisch een plateau) heeft deze route een alpiene karakter.

We begonnen fris en monter aan de instijg, maar de diepe sneeuw en het vele wegzakken maakten de instijg lastiger dan gewoonlijk. Denis liet ons voorgaan en de weg leiden, maar al snel ging hij toch voorop om zijn eigen sporen te maken. 

Een tijd later vond Liedewij Franky in haar rugzak. Dat verklaarde voor haar waarom ze zoveel meer dan anders wegzakte in de sneeuw en de instijg voelde als een hoge zwaartekrachtdag!

Beide cordeés konden naast elkaar starten in de route (L1 WI3), zo begon Liedewij met het voorklimmen van de eerste lengte langs links en Mathijs langs rechts. De eerste lengte begon vrij dallig en werd steeds stijler. De uitdaging was de verzuurde kuiten onder controle houden en niet stilstaan. Mathijs en Emiel deden de eerste lengte simul en terwijl Emma en Liedewij pitchten.

De derde lengte, de moeilijkste lengte van de route (WI4+), klom Denis voor zodat Emma en Liedewij verder konden opwarmen en oefenen op de ijsklimtechniek.

Mathijs koos voor de laatste lengte voor een andere route, wat niet door iedereen in het gezelschap werd begrepen. Hij klom namelijk door een losse, rotsige geul. Emiels ijsbladen hebben hier onder geleden :p.

Eens we boven waren, genoten we van warme chocomelk en Noorse kaneelkoeken. Daarna wandelden (en poepsleedden!) we terug naar het dal terwijl we genoten van het uitzicht!

Drytoolen in Ishoel

(geschreven door Mo)

Ook drytoolen (op rots klimmen met ijsbijlen en crampons) stond op het programma. De routes waren relatief kort, zo’n 8-10m, en ofwel goed behaakt ofwel goed af te zekeren met friends. Omdat dit echter opnieuw een volledig nieuwe manier van klimmen was, voorzagen Denis en Christian opnieuw topropes, zodat we allerlei insecuur aanvoelende hooks en torques toch zouden durven proberen, en over het algemeen wat vertrouwen in het terrein konden opbouwen. Toch wat anders om met een ijsbijl op een randje te trekken dan dit te crimpen! We ondervonden dat je een hoop kleinere puntjes en randjes wel kan gebruiken, die je niet zou kunnen vastpakken, maar van een sloper glijd je zo af. Ook ervoeren we een nieuw level van verzuring, veel intenser dan wat we bij het vrij klimmen al hadden meegemaakt. De ijsbijlen zijn dan wel een goede handgreep, maar je moet ze zo lang vasthouden en zo precies belasten, dat je veel dieper in de melkzuurvorming kan gaan dan op een moeilijke sportklimroute.

Enkele routes hadden ook een dun laagje ijs van slechts enkele centimeters, waarop we dan ook wat mixed techniek konden inoefenen. All in all was het zo’n mooie plaats om te zijn en zo interessant klimmen dat we een enorm fijne dag hebben beleefd. Fysiek niet echt een rustdag *:) maar mentaal wel even mooi bekomen van de langere tochten met veel voorklimmen, waardoor we de volgende dag weer helemaal klaar stonden voor ons volgende avontuur.

Kongsvollfossen: Dun ijs en natte kleren

(geschreven door Felix)

Op de voorlaatste dag kropen we met de hele groep in de Kongsvollfossen. Deze indrukwekkend grote waterval is ideaal voor een grote groep met veel cordées. Op deze manier kan elke cordée zijn eigen route kiezen zonder last te hebben van ijsval.

De uitdaging van de dag: Red Dihedral

Christian en ik hadden ons vizier gericht op de Red Dihedral, een WI4-route die bekend staat als de meest uitdagende lijn van de Kongsvollfossen. Goed voorbereid vertrokken we als eersten, maar in de aanloop zagen we dat een team onbekenden ons net voor was.

Na drie lange lengtes en een flink stuk simultaan klimmen haalden we hen in: drie Noren die de normale route klommen. Na een kort praatje over de wederzijdse plannen scheidden onze wegen. Wij weken uit naar links, op zoek naar de voet van de Red Dihedral.

De overwinningskreet

Eenmaal onderaan de route werd ik even stil. Wat een indrukwekkende wand! Het ijs was dit jaar een stuk dunner gevormd dan normaal, wat zorgde voor een technische mix van dun ijs en overhangende passages. Terwijl ik mijn materiaal aan mijn gordel hing, visualiseerde ik de lijn:

  1. Traverseren om recht onder de route te komen (en zekeringen goed verlengen!).
  2. Een makkelijker middendeel richting het steile ijs.
  3. Links om een overhangend stukje heen via dun ijs.
  4. De laatste steile uitklim.

De focus was er, de zin ook. Dit werd een mega vet avontuur! Alles verliep volgens plan en vol zelfvertrouwen bereikte ik de top van de Red Dihedral. Ik liet een kreet van puur geluk horen, die door Christian en zelfs de juichende Noren verderop luidkeels werd beantwoord.

Een esthetische finish

Nadat Christian nageklommen had, namen we even de tijd om te genieten van het uitzicht voordat hij de volgende WI4-sectie voor zijn rekening nam. Voor de laatste pitch hadden we verschillende opties, maar je raadt het al: we kozen de meest esthetische lijn. Er had zich een prachtige, continue verticale ijspilaar gevormd. Met brandende onderarmen (niet gek na zo’n dag!) bereikten we de absolute top. Een dikke omhelzing volgde: we hadden het geflikt!

Toch nog wat ongeluk

Terwijl we wachtten op de rest van de groep, ging het mis. Ik lette even niet op, stapte verkeerd en zakte zo door het ijs. Lap… een volledig natte voet. In de Noorse kou is dat het laatste wat je wilt. Blijkbaar moest er na zo’n perfecte dag toch iets fout gaan.

Om mijn voet warm te houden, besloten we direct aan de afdaling te beginnen. Gelukkig lag er genoeg sneeuw, waardoor de afdaling meer weg had van een glijbaan dan van een wandeling. We waren dus razendsnel beneden.

Vanaf de voet van de waterval zagen we de rest van het team hun laatste meters maken. Via berichten hielden we contact voor het geval er hulp nodig was, maar iedereen klom het veilig en strak uit. Net toen de schemering inviel kwam ook de rest beneden om samen na te praten aan het vuur! Wat een dag!

Laatste dag – Bambi

(geschreven door Emiel)

De laatste dag van de stage: laten we afsluiten met een knaller! Of toch niet? De opstapeling van de vorige dagen zorgde ervoor dat we met een redelijk vermoeid team zaten, dus het leek ons verstandiger om niet té groot te dromen. Bovendien hadden we de dag ervoor al een prachtige beklimming gemaakt; vandaag hoefden we niet harder te pushen. Terwijl een deel van het team ging single pitchen, besloten Felix, Matthijs en ik om met Denis richting Bambi te gaan, een korte ijsgoulotte die ons een alpien gevoel zou moeten geven.

Nog voor we de parking bereikt hadden, zagen we de goulotte al duidelijk in de verte liggen. Op het eerste zicht leek deze in goede conditie. “Wie brengt er ons naartoe?” vroeg Denis bij het uitstappen van de auto. Felix nam zonder twijfel de approche voor zich. We vertrokken richting de goulotte, maar echt een pad was het niet, we moesten een paar besneeuwde velden oversteken en dan in een bos een stuk naar boven klouteren. Het viel al snel op dat Felix het pad wel iets te veel naar rechts leek te richten. Plots hadden we door dat hij helemaal niet naar Bambi aan het kijken was, maar naar de grote sneeuwgeul een paar honderden meters rechts daarvan. Gelukkig hadden we het snel door en raakten we alsnog vlot aan de voet van Bambi.

De goulotte zelf was verrassend smal, waardoor we goed moesten opletten om de relais zoveel mogelijk uit de vallijn te plaatsen. Felix en Denis vormden de eerste cordée. Felix vertrok als voorklimmer en klom meteen het volledige touw uit, waarmee hij de eerste twee lengtes combineerde. Matthijs en ik volgden en deden hetzelfde. Aan de eerste relais besloten we dat we ons allebei comfortabel genoeg voelden om in dit terrein wat te simulen indien nodig. Matthijs vertrok, en toen het touw uit was begon ik te volgen. Ik klom, en klom, en bleef maar klimmen. Het klimmen was zeer leuk, af en toe mooi verticaal ijs, een dunner stukje hier, een sneeuwveld daar, en typisch voor een smalle goulotte kon je vaak ook de rotswanden op gebruiken om in hoek te klimmen. Ik zat volledig in de flow, tot die plots doorbroken was door het bereiken van de top. Matthijs had gewoon de rest van de route in één trek doorgeklommen. Het ging opmerkelijk vlot, en voor we het goed en wel beseften stonden we boven. Een mooie afsluiter van de stage.

De afdaling verliep moeiteloos, al vond Felix het absoluut nodig om over een beek te springen in plaats van gewoon rond te wandelen. Tot lichte ontgoocheling van de rest lukte het hem moeiteloos. Daarna stelde Denis voor om nog een koffie te gaan drinken in Sunndalsøra. Tijdens de rit door de vallei van Sunndalen wees Denis ons onafgebroken lijnen aan: routes die hij met Nelson had geopend, recente beklimmingen en beklimmingen die nog op de lijst stonden. Na een halfuur luisteren was het duidelijk voor ons dat er hier nog veel te beleven valt en redenen genoeg om volgend jaar terug te komen naar Noorwegen!

P.S.: En hoe was het afgelopen met Franky? Op de laatste dag werd Franky door Emma, Hektor en Liedewij aan de voet van hun beklimming achtergelaten, ervan verzekerd dat hij gelukkiger zou zijn tussen de bomen en andere stenen dan in het stedelijke Vlaanderen. Aan wie onze VIP graag wil ontmoeten geven we met plezier wegaanwijzingen!