Toen ik aan het balen was omdat ik niet in Chamonix geraakt was (lucht in de motor of iets dergelijks…), besloot ik de exra vrije tijd te spenderen aan wat familiebezoek. Terwijl ik tegen men 93-jarige grootvader aan het zagen was over hoe ik toch in de noordwand van Les Droites wou zitten begon hij naarstig te rommelen in een van zijn vele stapels papier. Wat hij opeens vasthad leek wel een schat. Een hele fotoboek met zwartwitfoto’s uit zijn jeugd over zijn beklimmingen in Freyr en Beez (met touw nog rond het middel). Iets later vond hij zelf zijn klimdagboek van in die tijd, en twee stukjes wou ik toch even publiceren.

” Ik klom de eerste twintig meter en voelde bij de aankomst mijne handen niet meer tengevolge van de danige inspanning welke ik had moeten doen met de toppen mijner vingers, want een klimmer moet gans het gewicht van zijn lichaam kunnen dragen op drie vingertoppen en zijn grootsten teen.” (Na de 5 ânes in Freyr te hebben beklommen).

 

Iets later schreef hij ook deze mooie woorden:

 

” Denken dat men het niet kan en het dan toch kunnen.

Twijfelen aan zichzelf en terug zelfvertrouwen krijgen

Weten dat men kan sterven, meer toch leven 

Verwezelijken wat men onmogelijk acht

Dat alles is klimmen”

 

Als mijn grootvader zo 75 jaar geleden al over klimmen dacht, heb ik weinig reden om te zagen. De Droites blijft nog wel even staan 😉

Advertenties