Tags

,

Antarctische kleurenpracht

Sinds gisteren terug van de laatste trip naar Crown Bay en terug. Met twee Prinoth’s met elk een treintje en twee extra skidoo’s vertrokken we met 6 naar de kust. Die bereikten we vlot na 17 uur rijden, waarna we in bivak gingen. Dankzij de twee 10 feet containers (lees caravan) die we mee hadden, was dit vrij comfortabel. De volgende dag gingen Kazze (onze mechanieker) en ik aan de slag om het konvooi voor de terugreis te laden, we nemen vier afvalcontainers weer mee naar de basis. Even geen vragen bij stellen, we hebben die begin dit seizoen naar hier gebracht en die hadden op het schip geladen moeten worden. Maar wegens geldgebrek konden die niet mee. Nu brengen we ze dus terug om ze volgend seizoen weer naar hier te brengen.

alles voor de wetenschap

Terwijl Kazze en ik hard aan het werken waren om de containers uit te graven en te laden, was de rest met skidoo’s even de baai in gereden. Daar hadden ze geluk, pinguïns, zeeluipaarden en zelfs een paar walvissen. Toen ze terug kwamen, waren wij amper klaar met het werk. Ongeduldig werd er onmiddellijk vertrokken. Op de terugreis doet A.H. om de drie km een meting en om de 18km een ijsboring. Hij rijdt met René op de skidoo’s, terwijl de rest met de Prinoth’s mee volgt. De gemiddelde snelheid van een zwaar geladen Prinoth is 10km/Hr en we stoppen dus om de 18km. Snel gaat het niet en onderweg krijgen we nog een stevige blizzard te verwerken. ’s Avonds zorgen Kazze en ik voor het eten.

A.H. meet de hoogte van een peilstok nabij Romnasen

Zo werken we twee dagen verder, langzaam de 200km terug naar de basis afwerkend. Over een afstand van 180km staan er 61 peilstokken met 3km interval. De derde dag maken we een kleine omweg langs Asuka depot, kortweg een stortplaats van 50 jaar Japanse expedities naar Antarctica. Je kunt je daar veel bij voorstellen, maar het is echt een stort van oude tractoren, vrachtwagens, skidoo’s, olievaten, batterijen, smeermiddelen en noem maar op. Smerige Japanners denk je dan, maar vergeet niet dat destijds de hele Boudewijn-basis onder het ijs verdwenen is… Bij Asuka, halen we vier houten sledes onder het ijs vandaan, de kunnen we nog gebruiken.

Asuka depot, een schandvlek op Antarctica

Geladen met deze grote houten sledes achter onze treintjes, rijden we terug naar de basis. A.H. en René zijn al met de skidoo’s binnen gereden.

PES Utsteinen, de windturbines en het brandstofdepot

Ik heb hier de afgelopen maanden hard meegewerkt aan de realisatie van dit uitdagende project. Ik heb mee gebouwd aan de windturbines, het brandstofdepot en ontelbare andere zaken. Ik heb wetenschappers te velde gegidst en veel voor mezelf kunnen klimmen en skiën. Ik heb ongelooflijke dingen geleerd en meegemaakt, die een ander nooit in zijn leven zal kunnen meemaken. En het is zo goed als zeker dat ik hier ga terugkeren. Maar af en toe komt mijn kritische geest boven en bekijk ik het allemaal erg sceptisch. Alleen al door het feit dat de mens voet op Antarctica zet, zorgen we voor een enorme vervuiling en ecologische voetafdruk. In de naam van de wetenschap, zodat we de klimaatverandering beter begrijpen? Hier zat permanent tot 40 man, daarvan waren er amper 5 wetenschappers twee weken bezig met onderzoek…

Teltet en vele andere beskibare hellingen

Het is jullie waarschijnlijk duidelijk dat ik aan het aftellen ben, zondag vlieg ik hier weg. Al bij al een prachtervaring. Ik ben hier iets te veel een fabrieksarbeider geweest en veel te weinig gids, klimmer en explorer. Maar er komen nog meer kansen en het enthousiasme dat die granieten spires bij mij en vele anderen veroorzaken, werkt aanstekelijk. Deze basis, zero-emission of niet, zal hier nog vele jaren staan en mogelijkheden bieden aan wetenschappers en misschien ook klimmers. Tenzij er een wonder gebeurt, zal ik hier niets spannends meer meemaken. Misschien komt mijn volgende post wel uit de alpen, waar ik met mijn zuinige 4×4 naar toe gereden ben om te gaan skiën en klimmen 😉
Sanne

Lang leve de Pinguïns!

Advertenties