Tags

, ,

Over de bevroren zeeën van princess Ragnild coast Sanne

Drie weken spanning en avontuur, wonderlijke landschappen van ijs, zeehonden, pinguïns en andere fauna, ijsbergen, sneeuwstormen en defect materiaal. Dit alles in één van de gevaarlijkste gebieden op aarde: de immer bewegende bevroren kust van Antarctica, met alle mogelijk scheuren en kloven die een mens zich maar kan voorstellen. En dus met de nodige ongevallen. Maar nu ik dit bericht aan het schrijven ben, zit ik weer in de verwarmde prinses Elisabeth basis en heb ik een overheerlijke warme douche genoten. Hier volgt een korte samenvatting in woord en beeld van de wetenschappelijke expeditie “BELISSIMA”, die ik als Field Guide mocht (bege)leiden.

Nog niet aan de kust en al in een crevasse

In een konvooi van twee sneeuwtractoren (Prinoth) en met het nodige materiaal in containers en op sledes reden we drie weken geleden naar de kust. Dat is een trip van 200km over de eindeloze ijsvlakten, aan de spannende snelheid van 12km/hr. Maar toch niet traag genoeg om AH te weerhouden om zich in een crevasse vast te rijden. Een eerste incident in een lange rij van op te lossen problemen. Met mijn tractor trekken we de boel weer los en ergens in de nacht slaan we het eerste kamp op. Daar laten we vier man van het team van Jean-Louis Tison achter, zij houden zich de volgende dagen bezig met het boren van een 250m diep gat, ook wel deep-drilling genoemd. Dit kamp ligt op 5km van de kustlijn en vlak naast een “rift”, een soort vallei waar zeewater onder het landijs in kruipt.

Een stevige white-out. 10 van de 21 dagen hadden we storm...

Met het tweede team van Frank Pattyn rijden we met een Prinoth, uitgerust met een nieuwe sneeuwradar, 130km oostwaarts over de roi Baudoin iceshelf naar de Derwael icerise, waar een tweede kamp opgebouwd wordt. Hier worden we al meteen overvallen door een stevige Antarctische storm, die we rustig uitzitten. Dat kwam me wel goed uit, want ik was al 48 uur onderweg en had amper 4 uur geslapen. Het probleem is dat ik voor het eind van de week nog zo’n 200km kustlijn in kaart moet brengen, verkennen, in decimal degree op de GPS zetten en afvlaggen. Ondanks het nog steeds slechte weer, verkennen we (Alain Hubert, René Robert en ik) de volgende dag al de Derwael icerise, waar Frank en Kenny hun radarprofielen willen doen. Dat verkennen houdt vooral het opsporen van crevassen in, zodat we achteraf niet ergens twee wetenschappers kwijt zijn.

Soms zijn ze zichtbaar, maar meestal merk je het pas als je er over rijdt...

De procedure is heel eenvoudig: je rijdt met een team van twee of drie skidoos lange afstanden over de icerise aan een vrij hoge snelheid. Je kan alleen maar vermoeden waar er eventueel gevaarlijke zones zijn en dan zorgen dat je loodrecht op de kloven rijdt. De eerste skidoo merkt er niks van als achter hem de kloof openscheurt. De tweede moet het gat op tijd gezien hebben en verwittigt de anderen. Dan vlaggen we de crevasse af en zoeken een veilige omweg. Het leuke is dat de twee achterste skidoos meestal gewoon over die gapende kloof moeten springen. Een skidoo is ongeveer twee meter lang en springt relatief makkelijk over een kloof van 1m, maar het blijft spannend. En als je in de lengterichting over een crevasse rijdt, ben je er aan.

120km over het zee-ijs rond Derwael. Een fantastische belevenis!

De volgende dagen wordt het pas echt interessant. In de tweede week van hun expeditie willen de wetenschappers zogenaamde CTD metingen doen (conductivity-temperature-depth), kortweg boringen op bevroren zeewater. Daarvoor moeten ze natuurlijk op een veilige manier met hun materiaal op het zee-ijs geraken. Onze opdracht is onder meer om vier grote zones langs de kust (200km in vogelvlucht) in kaart te brengen en toegangen te verkennen. Dat is niet zo eenvoudig, want de kliffen langs de kust zijn tussen de 30 en 100m hoog. Maar soms is er een soort helling waarlangs je op de bevroren zee kunt komen. Eens op bevroren zee-ijs begint een heel nieuw avontuur. Als je hier door het ijs zakt, zit er 200m diep ijskoud en pikzwart zeewater onder je. Maar als beloning voor dit avontuur zijn er de zeehonden en de pinguïns.

Speed is safety. Maar een gat in het ijs is voordelig voor de locale fauna:

Een Weddell-seal profiteert van ons vers gereden gat om te ademen

one big fat mammal and a seal 😉

Ik moet toegeven dat ik blij ben dat AH op kop rijdt, want veel ervaring met bevroren zeewater heb ik niet. Maar tijdens deze “cruise” van 120km leer ik al enorm veel bij. Waar kan je cracks verwachten, hoe dik is het ijs, wat zijn de gevarenzones. We zien ook de eerste pinguins, maar de volgende dagen worden alleen maar beter en die foto’s zijn voor straks. We laten Frankkenny achter op Derwael en rijden met de skidoos langs een kortere route terug naar het eerste kamp. Deze kortere weg is nog steeds goed voor 80km in vogelvlucht en onderweg verkennen we een tweede stuk zee-ijs langs de kust. Hier zien we Keizerspinguins in grotere getalen, vorig jaar had ik er amper 3 gezien. Ook dit stuk kust is weer erg uitdagend. De enige toegang loopt over een anderhalve meter brede ijsbrug, steil naar beneden, met links en rechts poelen zeewater. Controle over het stuur houden dus.

Op zoek naar die ene mogelijke doorgang, tussen land- en zee-ijs

Close encounters of the third kind

Terug in het kamp van JL Tison, kan ik al beginnen aan de eerste kleine herstellingen. Een hoop dingen gaan nu eenmaal gemakkelijk stuk op Antarctica. Zo word ik stilaan een soort probleemoplosser. Generatoren, brandstofpompen, sneeuwsmelters, Prinoths en Skidoos, er kan van alles aan stuk gaan. Maar de derde grote verkenningstocht loopt over de bevroren zeeën in Breid Bay. Hier kwam het eerste schip aan land om de huidige prinses Elisabeth basis te bouwen. Een baai van 40km breedte en erg indrukwekkend.

Een enorme ijsgrot in Breid bay, waar de seals graag liggen te zonnen

panorama by René Robert

De volgende dag zitten we nog eens een stevige blizzard uit. Weer een dag verloren, maar het werk bij de deep-drillers ligt stil. Hun experimentele boor geeft het op na 67m diepte en zij verleggen hun werk naar de nabijgelegen Rift. Hier vlagt AH een route af, maar de Rift zal één van de gevaarlijkste plaatsen blijken te zijn. Er moet nog één baai verkend worden, de Polarhavn, waar het het schip met de eerste bemanning van de voormalige koning Boudewijn-basis aan land ging. In slecht weer doen we deze verkenning, waarvan we hopen dat het snel zou gaan, deze baai ligt op slechts enkele km van het kamp. Maar al gauw bevinden we ons in een levensgevaarlijke zone met honderden crevassen. Pas na enkele uren moeizaam vorderen, bij slechte zichtbaarheid en met vele wanhopige sprongen, vinden we een spectaculaire doorgang. Langs een smalle kloof tussen landijs en een aan land gelopen ijsberg, komen we in deze baai.

Monochrome kleuren in deze prachtige baai, Polarhavn

Als we terug in het kamp komen, vinden we een ontredderde ploeg wetenschappers. In de slechte zichtbaarheid is het eerste ongeval met Skidoo S8 gebeurd. Maar daarover schrijf ik meer in mijn volgende verslag. De verkenning zit er op, In een week tijd heb ik meer dan 300km met de Prinoth gereden en bijna 1000km met de skidoo, langs de meest spectaculaire kustlijn die een mens zich kan inbeelden. En het goede nieuws is dat AH nu naar de basis terugkeert, zodat ik als enige verantwoordelijke achterblijf met zes wetenschappers, een miljoen euro aan uitrusting en materiaal, verspreid over 100km2 iceshelf.

Tot binnenkort,

Sanne

Advertenties