Tags

, , , , , , , , , ,

Ik (Denis Hoste) droomde al langer van een bepaalde lange route in Zwitserland. Klimtechnisch is ze niet zwaar, maar de moeilijkheid zit hem in de lengte van de route. Ik heb het over de Westgraat van de Salbitschijen, die zo’n 32 lengtes telt, verdeeld over een vijftal torens op de graat zodat je ook vaak moet wisselen tussen klimmen en rappelen, niet te moeilijk (tot 6b). En om alles leuker te maken zou hij trad moeten af te zekeren zijn, al denk ik wel dat er al menig piton in zit. De meeste mensen klimmen hem in meerdere dagen, maar snelle cordées doen hem in één lange dag. Dat was ook ons plan. Als ik even zocht naar een partner voor iets langs mee te doen op rots, dan dacht ik ineens aan Walter Staelens. Die knalt vaak door lange routes, nog voor zijn ontbijt. En dus stuurde ik hem een mailtje. Slechts één probleem: we hadden nog nooit samen geklommen.

Dus stelde ik een tripje van 6 dagen voor, waarbij we de eerste 3 dagen “langere” multipitches deden (denk 10-15 lengtes), trad op graniet, van ongeveer dezelfde moeilijkheid als de crux van de Salbit westgraat, om wat op elkaar ingespeeld te geraken. We willen zoveel mogelijk klassiekers doen, als we daar dan toch klimmen. De vierde dag zouden we een rustdag nemen (maar toch ook al de 3 à 4 uur instijgen naar de Salbit) om de vijfde dag de Salbit westgraat te kunnen knallen. De zesde dag was om hier en daar te kunnen schuiven indien het weer of iets anders zou tegenvallen.

Zo gepland zo gedaan, vrijdagavond vertrokken we om 20u uit Genk, een paar uurtjes na middernacht staan we onderaan wanden aan de Grimselpas. Ik denk dat het 3u is als we gaan slapen, en om 7u30 gaat de wekker. Omdat we beiden wat mottig zijn van de nachtelijke rit en niet veel geslapen hebben, kiezen we als eerste klassieker/opwarmer voor een gemakkelijke lijn, namelijk de zeer bekende Fair Hands Line op Handegg (10 lengtes, 6a max). We kiezen voor gemakkelijk want we sliepen weinig en het zijn de eerste klimmeters na mijn examens. Na een ontbijt en een aanloop van een halfuur staan we welgeteld tweeënhalf uur later 10 lengtes hoger. “Amai mijne frak,” denk ik, “ik en Walter moeten helemaal niet op elkaar inspelen!” Het klimmen is aangenaam, het verloopt zeer efficiënt zonder dat we moeite deden om ons te haasten en hoewel de lijn zeer gemakkelijk was (6a) zit het precies goed met onze snelheid voor de Salbit. We klimmen zelfs zo snel dat we vergeten foto’s te nemen. Het enige minpuntje aan de dag is dat hoewel het internet ons een leuke tradlijn beloofde, er eigenlijk veel haken in zitten.

De volgende dag (zondag) moeten we ons niet teveel verplaatsen en zijn we dus wat meer uitgeslapen, dus kunnen we voor iets langers en moeilijkers gaan. Eerst slaag ik er nog in om Walter warm te maken voor Chamaleon (20 lengtes, 6c max), maar aangezien één van dé klassiekers die we willen doen Motörhead is, op de Eldorado wand, besluiten we al naar daar te rijden en daar ook nog een andere route te klimmen. Motörhead zelf houden we liever voor de maandag, als er (vanwege zijn enorme populariteit en het feit dat het weekend is) hopelijk minder cordées in zitten. We kiezen dan voor Schweiz Plaisir, ook een klassieker en genoemd naar de topo’s (of omgekeerd), 13 lengtes tot 6b+. Ook trad af te zekeren, hoewel er af en toe ook nog een haak teveel staat. Aangenaam klimmen en ook hier staan we, na een 1u30 aanlopen, 4u30 klimmen, 30min afdalen en 1u30 teruglopen om 18u terug aan de auto. En weer lukt alles à vue, de niveau’s zijn ook niet zo moeilijk, en de granieten dalletjes wennen we al snel aan, alsook de trad runouts. Het wordt leuker en leuker!

IMG_5746

Denis in één van de vele barsten die we klommen, deze in Schweiz Plaisir. (foto: Walter Staelens)

De maandag doen we dezelfde aanloop, deze keer naar één van de meest gekende multipitches in de wereld, Motörhead op Eldorado. Die zou volgens enkele LUAKkers en volgens UKC tot de beste multipitches ter wereld horen. UKC plaatst ze zelfs op plaats 2, met de Salbit westgraat op 1: http://www.ukclimbing.com/articles/page.php?id=7414.

Ze telt 14 lengtes, 6b max, trad. De ene prachtige dulfer/barst volgt de andere op. Zeer leuk klimmen, en na 14 lengtes mag het van mij persoonlijk nog eens 14 lengtes doorgaan. Misschien niet de beste multipitch die ik ooit klom, maar ze sluipt wel de top tien binnen denk ik. Na de derde lengte, een 6a(+) denk ik even dat de quotering relatief oldschool/hard is, maar de latere (volgens de topo) cruxlengtes bewijzen dat de niveau’s al bij al wel meevallen. Weer toppen we zonder het materiaal te testen en uiteraard zijn de gemoederen hoog want we lopen als een ge-oliede machine. We zijn helemaal klaar voor de Salbit!

Naamloos

Walter staat even “hands free” op wat wij de cruxlengte vonden van Motörhead. (foto: Denis Hoste)

IMG_5773

Geniale dulfers in Motörhead! (foto: Denis Hoste)

IMG_5775

(foto: Denis Hoste)

De volgende dag, dinsdag, staat een rustdag en de aanloop naar de Salbit op het programma. We staan op met een big smile, een rustdag is ook eens welkom want de teentjes en de achillespees doen wat zeer van met de klimschoentjes doorheen een kleine 40 lengtes in 3 dagen te knallen. Maar de glimlach wordt al snel een frons, als we die dag het weerbericht checken! Ze geven op woensdag, onze dag voor de Salbit, 4,5 tot 13,5mm neerslag! Veel te veel en al veel te vroeg op de dag om kans te maken om de Salbit te doen. Het is al 10 uur ’s morgens, te laat om toch nog op onze rustdag aan te lopen en de Salbit te doen. Als we het weerbericht de dag ervoor bekeken, was alles nochtans nog in orde! Nu was het te laat om nog met dagen te schuiven, het was donderdag of niet, en de Salbit lijkt nu letterlijk in het water te vallen. Vrijdag hebben we ook nog een klimdag, maar dat zou maar een halve klimdag zijn want ik heb alweer andere plannen in België. Even overlopen we andere opties, we willen iets langs en trad knallen, maar we bedenken niet vlug een alternatief. Tegen 12u stel ik aan Walter voor om naar Chamonix te rijden als plan B, en daar nog twee dagen op Envers des Aiguilles te klimmen. Walter stemt in, maar beiden vinden we het natuurlijk geen waardig alternatief voor de Salbit, waar we zo lang naar uitkeken.

In de auto is het redelijk stil, beiden denken we aan de Salbit. Ik zeg nog tegen Walter dat hoewel er zeker ook hele lange en mooie lijnen aan Envers des Aiguilles zijn, ik niet direct een bepaald doel heb om de volgende dag te doen. En plots denk ik aan een lijn die ik al lang heb willen klimmen, maar het is er nog nooit van gekomen: de Frendo pijler! Slechts een paar problemen, het is al 12u, we zijn onvoorbereid, en we moeten dan die dag nog de lift nemen, maar vooral: Walter heeft weinig tot geen alpiene ervaring. De Frendo pijler is zo’n 1200 meter hoog, waarvan 800 meter een rotspijler klimt waarna nog zo’n 400 meter sneeuw/ijsterrein volgt. Gelukkig ligt al mijn alpien gerief in de auto, omdat ik de volgende week met Friedemann, Kristof en An zou alpien klimmen. Ik stel Walter gerust door te zeggen dat ik wel alle sneeuw/ijslengtes zal voorklimmen. Omdat hij uiteraard niet enkel meegaat als belay buddy, zal hij dan de rotslengtes voorklimmen.

We komen om 15u30 toe in Chamonix, nog 1u45 om onze rugzakken te maken en de laatste lift te halen. Ik heb nog een foto in mijn gsm zitten van een topo-pagina met een vage routebeschrijving en een rode lijn die doorheen de pijler loopt, waarschijnlijk op een foto getrokken van aan Plan de l’Aiguille. Halsoverkop springen we nog de winkel binnen, kleden we ons om, en springen we in de laatste lift van de dag. Even wordt het spannend, maar we hebben net genoeg gerief bij: ik leen Walter mijn tweede paar stijgijzers, en gelukkig kocht ik net ook een tweede paar ijsbijlen (dank u Koen, dat ze voordelig waren). Het is de eerste keer dat Walter ijsbijlen vasthoudt, maar hij zal die lengtes naklimmen dus dat komt wel goed. Ook zie ik Walter even bedenkelijk kijken als ik zeg dat we geen klimschoentjes nodig hebben, maar alles op D-schoenen zullen klimmen. We lopen aan naar de wand en kiezen een prachtige bivakplaats uit, onderaan de Frendo-pijler (1200hm, D, III, 5c, AI4).

IMG_5792

De prachtige bivakplaats onder de Frendo pijler. (foto: Denis Hoste)

Eerst zet ik de wekker om 4u. Je moet namelijk snel genoeg doorheen de 800 hoogtemeters rots klimmen, om dan aan de sneeuw- en ijslengtes te beginnen die de volle zon vangen. Als we om 9u ’s avonds in onze slaapzakken kruipen, valt me op hoe warm het is en hoe de zon brandt! Ik zet de wekker toch maar om 2u. Na ontbeten te hebben en de slaapzakken en matjes tussen wat stenen verstopt te hebben, beginnen we om kwart voor 3 met de koplamp aan te lopen. Helaas moeten we eerst nog door een diepe put op de gletsjer maar uiteindelijk staan we na een dik halfuur aanlopen aan de voet van de wand. Het is nog pikdonker, ook met koplamp, en dat zullen we geweten hebben. We klimmen eerst verkeerd omdat we teveel naar rechts de eerste diagonaal volgen (tot zover de vage foto in mijn gsm). Na even te proberen, te beseffen dat we verkeerd zitten en terug afklimmen staan we uiteindelijk een uur later weer in de correcte route. Vanaf daar gaat alles perfect en Walter vlamt vooruit, op kop, en dat op D-schoenen! We voelen dat we beiden niet geacclimatiseerd zijn als we hoger komen, maar uiteindelijk ligt de top van de Midi ook maar op 3800/3900 dus dat gaat wel. We zien een prachtige zonsopgang, enkele honderden meters hoog in de route, en toppen uiteindelijk het rotsgedeelte om 7u30 ’s morgens.

IMG_5797

De prachtige kleuren van de zonsopgang boven Chamonix. (foto: Denis Hoste)

Vanaf hier, om 7u30 ’s morgens al, voelen we de zon branden. We eten en drinken nog wat, smeren ons in met zonnecrème en ik haal het tweede touw uit mijn rugzak. Ik had dat meegenomen omdat ik AI4 al eens graag met twee touwen klim, zeker als de route wat zou zigzaggen tussen rotsen door, ik had niet echt een idee hoe het er uit zou gaan zien. Achteraf gezien was een enkeltouw misschien een betere optie geweest. We beginnen aan de zeer iconische “perfecte” sneeuwgraat die het begin markeert van het sneeuw en ijsgedeelte van de Frendo. Net zoals de naklimmer de rugzak draagt, laat ik vaak de naklimmer de touwlussen opnemen. De sneeuwgraat doen we corde tendue, met wat lussen in de hand en helaas veel meer lussen rondom Walter. Ik had er niet echt bij stilgestaan, maar hij had waarschijnlijk twee keer 45 meter touw rond hem. Gelukkig heeft hij, de beer die hij is, niet geklaagd en waren we ons beiden gewoon super aan het amuseren.

IMG_5809

Walter op de “perfecte” sneeuwgraat, die langzaam steiler wordt. (foto: Denis Hoste)

Vanaf de sneeuwgraat te steil werd en ik Walter hoorde zeggen dat dit zo ver was als hij wou gaan als corde tendue, maakte ik relais en klom ik alles lengte per lengte. Zo klimmen we uiteindelijk nog in zeven lengtes naar de top. Bizar genoeg is het ontzettend warm in Chamonix, en is de sneeuw en het ijs van heel slechte kwaliteit, zelfs om 7u30 à 8u ’s morgens. Natuurlijk wil ik de klassieke AI4 uitklim langs links nemen, en niet de gemakkelijkere uitwandeling rechts van de rots die de top van de pijler markeert, en dus vertrek ik naar links. Ik hoop gewoon dat het ijs in de cruxlengtes (de topo beloofde 20 meter 85°) in goede conditie is. Ik probeer het touw waar mogelijk de volle 60m uit te lopen zodat we niet teveel relais moeten maken want de zon blijft maar branden en we horen en zien meer en meer water naar beneden komen. Maar het klimmen, dat is echt leuk en Walter zijn eerste slagen met een nomic zien maken in de laatste honderd meter van de Frendo vind ik echt een geweldig zicht. Hij klimt wel na, dus alles is veilig. De ijsvijzen daarentegen, zitten in brol-ijs dus die laat ik al snel achterwege om hier en daar een friend te steken. Dat waren we nu toch gewoon van in Zwitserland. 4 of 5 lengtes later besef ik dat de crux precies niet meer zal komen en het terrein nergens moeilijker zal worden dan wat we al tegenkwamen. Eerlijk gezegd lijkt AI3 mij correcter, dus als iemand met Frendo-ambities dit leest, ’t valt wel mee! Na 7 lengtes staan we op de Midi-Plan arête, en na nog wat gegeten te hebben en ik Walter alle toppen in de Vallée Blanche aangewezen heb, staan we om kwart na 11 terug in het liftstation.

Een tip voor wie de Frendo wil doen: het sneeuw- en ijsgedeelte boven kan je eigenlijk beter simullen, het terrein is er gemakkelijk genoeg voor. Als de condities beter zijn dan zoals nu in een veel te warm Chamonix, dan simul-solo je het misschien beter, als je dus hardere firn of beter ijs hebt. Moeilijk is het niet en ik heb echt geen idee waar de AI4 vandaan zou moeten komen. Met Walter die voor de eerste keer nomics vasthield vonden wij het wel veel verstandiger om dit gedeelte lengte per lengte te doen waardoor we uiteindelijk pas om 10u30 op de graat topten.

Samenvattend: superbeklimming, en met een super partner. Geniaal Walter, als eerste echte alpiene beklimming de Frendo pijler. Het is zeker en absoluut niet de moeilijkste route in Chamonix en ik heb er ook al moeilijkere op mijn palmares, maar ik vind het toch straf dat je bereid was mee te gaan als je nog nooit een technische ijsbijl vastgehouden had.

Nu nog ergens eens een gaatje in onze agenda’s vinden, zodat we alsnog de Salbit kunnen doen!

Advertenties