Tags

, , , , , , , , , , , , ,

a dark setting over Papsura

a dark setting over Papsura

The fifth Mount Coach expedition

PART I: Getting there

Kort voor de expeditie, amper drie weken voor ons vertrek, ben ik nog het slachtoffer van een zwaar bergsportongeval. Ik overleef als bij wonder een val van 200m, veroorzaakt door een klimmer die uitglijdt boven me. 200m langs een ijswand van 50°, over de randspalt gevlogen en m’n eigen ijsbijl in mijn gezicht gekregen. Ik kom er van af met enkel een gebroken oogkas, die door een Zwitserse chirurg vakkundig weer in elkaar geschroefd wordt.
Amper drie weken om snel te revalideren en de laatste problemen, die er altijd zijn zo vlak voor een expeditie, op te lossen. Vooral de cargo bezorgt ons grijze haren en uiteindelijk nemen we die gewoon mee als extra bagage op onze vlucht.
Op 19 juli 2015 staan we met een volledig team op de luchthaven van Zaventem en rond middernacht zijn we al in Delhi, waar we de eerste nacht doorbrengen in het dortoir van het IMF, de Indian Mountaineering Foundation. Hier ontmoeten we al Kaushal, onze operator en Tara, onze LO.
Na de administratieve formaliteiten, in drievoud, nemen we de volgende dag al de avondbus naar het noorden, richting Manali. Deze bussen zijn comfortabel en met gereserveerde zetels vooraan in de bus, komen we ervan af zonder over te moeten geven, wat niet gezegd kan worden van de rest van de passagiers. De laatste honderd kilometers rijdt de chauffeur alsof er rode peper in zijn gat zit, over de bochtige wegen langs diepe kloven. Maar het is lang niet zo erg als de KKH en na een nacht doorrijden, zijn we in Bhuntar, waar we met twee Jeeps verder rijden tot Manikaran.
Hier blijven we een dag om wat te bekomen van de reis en we bezoeken de bekende warmwaterbronnen, waar we ons nog eens lekker in kunnen wassen met zwavelgeur.

Tosh shrine

The team ready to move out ©Sanne

Op 22 juli beginnen we aan de trekking, die drie dagen zal duren en ons van 2000m naar 4250m zal brengen. Het voorgebergte is mooi, groen, met vele soorten van begroeiing, waaronder ook de occasionele wietplantage. Met onze colonne van pakpaarden en hun drijvers, komen we eerst door het dorpje Tosh, waar de toeristenindustrie lijkt te boomen, vooral met de vele wiet-rokende Israëliërs. Daarna trekken we groene bergen in, langs slingerende paadjes. De eerste kampplaats ligt naast zo’n wietplantage en er is ook een grote boulder, waar we uiteraard meteen wat routes op uitzetten. Die nacht krijgen we wat stortbuien te verwerken en ‘s ochtends is heel wat bagage doornat. Altijd goed om aan het begin van een expeditie te leren dat je altijd alles waterdicht moet verpakken.
De tweede dag van de trekking is het erg mistig. Door een dichte groene jungle klimmen we door een smalle kloof omhoog. Onderweg moeten we verschillende beken en rivieren oversteken, met de schoenen in de nek. Het water is ijskoud! Uiteindelijk komen we op een mooie weide, waar we de tweede nacht doorbrengen. Er steekt een berg die erg op de Shivling lijkt, door de wolken. En we krijgen zelfs al een eerste glimp te zien van onze Papsura.

First clear view of our climbing area ©Kristof

First clear view of our climbing area ©Kristof

De laatste dag van de trekking is het prachtig weer en we hebben een geweldig zicht op de bergketen, waar onze doelen liggen: Papsura & Dharamsura, the mountains of good and evil!
Ook vandaag moeten we weer enkele rivieren oversteken, maar uiteindelijk komen we aan een mooie vlakke plek, met helder stromende beekjes. Maar als we goed kijken, blijkt er toch wel veel afval te liggen en de laatste Indische expeditie had niet beter gevonden dan hun aanwezigheid hier te vereeuwigen door in het groot met een verfbus een boulder te bekladden. Het beekje blijkt ook niet meer zo proper en we halen er zoveel mogelijk afval uit. Maar voor ons drinkwater nemen we het zekere voor het onzekere: filteren! Alleen jammer dat de kok ook uit deze beek put voor het bereiden van ons eten en dat de afwas er ook in gedaan wordt. En de lokale paarden, geiten en schapen doen rustig hun behoeften in de beek, gelukkig allemaal stroomopwaarts en bio.

PART II: Setting up BC, ABC and summit attempts

basecamp

basecamp

Nadat we ons comfortabel geïnstalleerd hadden in ons BC op 4250m, begonnen we al snel aan de eerste verkenningstochten. Ten oosten van ons doorkliefde een gigantische, met puin bedekte, gletsjer het landschap. De East Tosh glacier zorgde hiermee voor een kloof van 200Hm diepte en ruim 2km in de breedte, met aan weerszijden steile en vaak onbegaanbare morenes, bestaande uit modder en losse stenen van alle soorten en maten. Ten noorden van ons bevindt zich een col, op het einde van de vallei en langs een minder bekende trekking route. Via deze col, de Sara Umla La op 4850m, lijkt het op satellietbeelden vrij eenvoudig om uiteindelijk onderaan de Papsura te geraken. Omdat we weinig zin hebben in kilometers lang puinstampen over de East Tosh glacier, besluiten we om eerst de route langs de Sara Umla pas te verkennen.

Sea of scree

Sea of scree

Twee personen voelen zich nog niet zo fris na de trekking, met alle darmklachten van dien en met z’n zessen volgen we vanuit BC een mooi pad langs de morene. We komen langs enkele idyllische plekjes en een mooi meertje en zien in de verte de col al liggen. Alleen komen we aan het eind van de morene tot de vaststelling dat er ook in het noorden een gigantische kloof van een met puin bedekte gletsjer tussen ons en de col in ligt. Met geen mogelijkheid kunnen we veilig de steile morenes afdalen en we moeten op onze passen terugkeren. Terug dicht bij BC, vinden we een steile en onaangename route tot we 200m lager op de gletsjer staan. Na nog een uur ploeteren over wankele blokken komen we aan de overkant en vinden we een steil pad dat op de tegenoverliggende morene omhoog kruipt. Maar hier zijn we terug erg ver verwijderd van de col en we besluiten dat deze route geen voordelen biedt. We keren terug naar BC, waar ze die dag blijkbaar een schaap geslacht hebben. Er is wel degelijk wat taai en weinig smakelijk vlees bij het eten die avond, maar waar de rest van dat schaap naartoe is, vooral de koteletjes en de filets, vragen we ons de komende dagen wel af. We maken plannen voor een volgende verkenning de dag erop.

MC in wonderland ©Sanne

MC in wonderland ©Sanne

Die dag ben ikzelf niet helemaal gezond en samen met onze lokale gids Bagwan, vertrekt de rest van de groep in de richting van de East Tosh glacier. Ze dalen langs een andere weg opnieuw de 200Hm af en steken dan in oostelijke richting de gletsjer over in de richting van een banaanvormige morene die ons een geschikte route lijkt om onderaan de Dharamsura uit te komen. Ze zijn al wat geladen, want als we dan toch al die afstand over de puingletsjer moeten afleggen, kunnen we beter al wat tenten en voedsel meedragen. Na goed 4 uur puinstampen maken ze een dump onderaan de gespotte lijn omhoog en keren terug. De hele dag kunnen we radiocontact behouden, die werken alvast goed. De groep is die avond best al wat murw. Een rustdag wordt dan ook ingelast. We maken van de gelegenheid gebruik om het materiaal goed uit te sorteren, alles nog eens te wassen en te drogen en we nemen door wat we zoal moeten doen in geval van een ongeval.

DSC_0155

Kristof in the tricky part of the approach to ABC ©Niels

Nu we gekozen hebben voor de lange en onaangename, maar doenbare approach via de East Tosh glacier, besluiten we om de verplaatsingen zo minimaal mogelijk te houden en zo veel mogelijk in een keer mee te sleuren. We trekken ineens voor 3 à 4 dagen naar de plaats waar we een ABC willen opstellen en hopen ineens ook wat hogerop nog een kamp in te richten voor de eerste toppoging.
Zo gezegd zo gedaan en ditmaal trekken we er met het hele team op uit en zoeken nog eens moeizaam onze weg over de gigantische puingletsjer, al is het ditmaal langs een vlottere route, die gedeeltelijk over blank ijs verloopt. Na enkele uren staan we bij de dump van achtergelaten materiaal en komen tot de onaangename ontdekking dat er al dieren aan onze gevriesdroogde zakjes geknabbeld hebben. Maar de schade valt mee en we laden onze rugzakken tot de top vol en loodzwaar met het extra materiaal. Niet alles geraakt mee en we zullen dus nog eens terug moeten keren.
Het eerste stuk om van de gletsjer af te geraken is steil en onstabiel puin, gevolgd door een steenslag-gevaarlijke traverse, maar daarna komen we op stabieler terrein, begroeid met gras. Het gaat steil verder omhoog en op ongeveer 4600m komen we aan een eerste plekje waar tenten zouden kunnen staan. We spotten hogerop nog meer mogelijkheden en hopen uiteindelijk nog via de banaanvormige morene tot op de bovenste gletsjer te geraken, die via een immer afbrokkelende ijsval afdaalt tot op de East Tosh. Na nog een steil stuk, begroeid met gras, edelweiss en allerlei mossen, komen we op 4800m aan een stuk met puin en sneeuwvelden. Vlak voor we via een laatste col op de gletsjer zouden komen, vinden we een beschutte plaats met stromend water en besluiten hier, op ongeveer 4900m, ons ABC op te stellen. De plateaus voor de tenten uitgraven vergt nog het laatste beetje energie en terugkeren voor de rest van het materiaal zal pas voor de volgende dag zijn. We bevinden ons op 8km van BC en zijn 700m hoger.

ABC ©Niels

ABC ©Niels

De dag erop splitsen we ons in twee groepen, vier man gaat terug naar beneden om het overige eten en materiaal op te halen. Twee personen zijn wat ziek en zwak en blijven in ABC. De zon komt pas om 0930Hr achter de kam, waarna het aangenaam vertoeven is in het zonnetje. In de namiddag gaan An, Kristof en ik nog op verkenning om een doorgang te vinden in de chaotische gletsjer boven ons. We vinden een goede doorgang richting Dharamsura en klimmen die dag nog tot ongeveer 5250m.
In ABC heeft Jeroen ondertussen contact met het thuisfront kunnen maken, dankzij onze Iridium GO!, die de KBF net heeft aangekocht, kunnen we korte berichtjes en zelfs wat foto’s doorsturen naar Denis. Hij zet zo tussentijdse verslagen op de website en de facebook-pagina. Ook met BC hebben we drie keer per dag radiocontact. De voorlaatste dag van juli, splitsen we ons opnieuw in twee groepen. Een groep van krachtpatsers krijgt van mij de opdracht om zo dicht mogelijk bij Dharamsura en op een ideale hoogte van tussen de 5500m en 5800m een sneeuwhol voor 8 man te gaan graven. Dit kamp, wat we C1 gaan noemen, moet ons in staat stellen om de Dharamsura te beklimmen vanuit het zuidoosten, wat er momenteel de best doenbare lijn uitziet. De ideale route, langs een mooi couloir via de zuidgraat, ziet er momenteel niet in conditie uit, met vele bruine strepen van steenslag.

Probing for C1 @5700m ©Kristof

Probing for C1 @5700m ©Kristof

Seba, die deel uitmaakte van deze groep, moet met AMS terugkeren. An, Niels en ik pikken hem op en nemen hem alsnog mee op onze verkenningstocht richting Papsura. Ook hier moeten we ons weer een weg zoeken door een ijsval. Eens daarbovenop, bevinden we ons urenlang in een mijnenveld van spalten. Verslagen van eerdere expedities spreken allemaal over de gevaarlijke gletsjerspleten hier. Op 5200m hoogte kan Seba echt niet meer verder en ik laat hem onder de hoede van Niels achter, om met An de noodzakelijke verkenning verder te zetten. We klimmen nog tot 5300m, waar we een volledig zicht hebben op alle toegangen en mogelijkheden tot de Papsura. Alleen de westwand kunnen we net niet zien. Als we terugkeren om Niels en Seba op te halen, duik ik uiteraard nog een spalt in. Ik blijf gelukkig met de rugzak steken en kan mezelf nog, met wat hulp van An, uit de spalt trekken. Het was anders wel een monster en op-prusiken boven de 5000m kan al eens wat moeizamer gaan. We halen Niels en Seba op en, blij dat we weer met z’n vieren aan een touw hangen, nemen we de lastige weg terug naar ABC. De condities op deze gletsjer zijn verre van ideaal.
In ABC treffen we ’s avonds de anderen, die met succes hun opdracht vervuld hebben. In een windscoop op ongeveer 5700m hebben ze een groot sneeuwhol kunnen uitgraven en er de nodige voorraden in achtergelaten voor een toppoging. We brengen nog een derde nacht door in ABC, nu zijn we wel geacclimatiseerd.

view from ABC @4900m

view from ABC @4900m

Desondanks blijkt Seba de volgende ochtend nog steeds erg ziek en zwakjes. We besluiten om af te dalen en terug te keren naar BC. Doc Kristof zet onderweg nog een spuit in Seba’s achterste, zodat hij de lange terugkeer kan volbrengen. Na een lange, mistige en druilerige tocht terug over de puingletsjer, komen we moe terug aan in BC rond 1500Hr. Hier genieten we weer van de goede zorgen van ons team en ontdekken de kwaliteiten van onze kok, die telkens weer wonderen verricht. Hij slaagt er zelfs in om overheerlijk pizza’s te bakken op deze hoogte.

sitting out the rain in BC ©Sanne

sitting out the rain in BC ©Sanne

Er is blijkbaar een periode van slecht weer aangebroken en de komende dagen blijft het regenen. We houden ons bezig met slapen, eten, kaarten, lezen en een occasionele wandeling. Er is geen zon en we kunnen dan ook onze elektronische apparaten niet langer opladen. Op zich komt deze periode van slecht weer goed uit, we kunnen uitrusten en verder acclimatiseren, figuurlijk onze batterijen opladen voor de grote beklimmingen die ons te wachten staan. Maar ik maak we wel zorgen dat het maar blijft regenen, ook boven de 5000m. Het is dus veel te warm en de sneeuw- en ijscondities kunnen er alleen maar op achteruit gaan. Uiteindelijk, na vier dagen regen, klaart het op. We gebruiken de voormiddag nog om onze batterijen letterlijk op te laden, de kleren wat te drogen en alles in te pakken voor de komende dagen. We lunchen nog in BC en vrij laat vertrekken we, opnieuw goed geladen met voorraden richting ABC. Wanneer we daar na vijf uur afzien aankomen, krijgen we een onaangename verrassing. De tenten zijn helemaal scheefgezakt en half weggespoeld door de regen. Bovendien hebben vogels of ratten zich een weg door de tenten gevreten, om aan onze voorraden te knabbelen. Alle tenten zijn beschadigd en een deel van onze snacks is aangevreten. Niet getalmd, we moeten hier vannacht nog een comfortabele nachtrust hebben. Ik haal onze tent leeg, en neem de tent, zonder hem af te breken op m’n rug en sleep hem honderd meter hoger, net voorbij de col. Hier is een vlak stuk, waar we alle tenten opnieuw kunnen opzetten. De rest volgt met vermoeide blik m’n voorbeeld en na een uurtje hard werken hebben we terug een acceptabel ABC, ditmaal op bijna 5000m hoogte gelegen.

our new ABC, higher up

our new ABC, higher up

De condities zijn ondertussen erg achteruit gegaan en we maken ons allemaal zorgen over de staat van het sneeuwhol en erger nog, de staat van onze geplande route op Dharamsura. Door de wolken hebben we nog geen goed zicht gehad op de wand. We laten alvast geen tijd verloren gaan.
Op 5 augustus bereiden we ons in de voormiddag grondig voor op de eerste toppoging van de 6448m hoge Dharamsura. Met zware rugzakken trekken we in twee cordées naar het 750m hoger gelegen C1. Hier vinden we, zoals we al gevreesd hadden, ons sneeuwhol helemaal ingezakt terug. Gezamenlijk stampen we het plafond van het sneeuwhol in, zodat we in de plaats een diepe kuil krijgen, een soort van “massagraf”, waarin we beschut kunnen liggen met z’n achten. We zijn hier pas mee klaar rond 1800Hr en beginnen dan aan het eeuwige sneeuw smelten voor de maaltijd, het vullen van de thermossen en de drinkflessen. Seba verricht hierbij veel werk, maar uiteindelijk kunnen we pas laat gaan slapen en het gas is op dat moment al bijna op.

P1010541

bivy in the trench @5700m

6 augustus, de dag van de waarheid. De wekker staat op 0300Hr en we worden wakker onder een sterrenhemel. Na het moeizame ontbijt vertrekken we in een duistere nacht in de richting van de wand die we tot nu toe nog steeds niet goed hebben kunnen zien. Eerst de randspalt over, langs een relatief verse lawine die hiermee deze doorgang mogelijk maakt. Om een uur of vijf klimmen we een steile goulotte in, met erg wisselende ijscondities. Harde sneeuw, zachte sneeuw op rotsplaten, hard en blank ijs, brol-ijs, kortom, het hele scala komt aan bod, inclusief halfbevroren modder. Na twee uur delicaat klimmen zij we op ongeveer 5900m en met het komende daglicht, zien we dat de condities boven ons nog slechter worden. Er begint al water te lopen en boven ons wacht nog een steile en brede wand van blank ijs, met bruine strepen.
Het gezonde verstand zegt ons dat we misschien wel tot de top kunnen geraken, maar dan gaan we zeker niet meer veilig beneden geraken. Het is simpelweg te warm, het vriest zelfs niet op 6000m!

An & Sanne in Dharamsura east-face ©Kristof

An & Sanne in Dharamsura east-face ©Kristof

Na een korte beraadslaging besluiten we om terug te keren nu het nog kan en met abalakovs rappelen we terug naar beneden. Om een uur of negen zijn we terug aan C1. Ik stel onmiddellijk een plan B voor, aan de overkant ligt een berg van net geen 6000m en de westwand ziet er nog vrij beklimbaar uit, al zal het wel een delicate onderneming worden. Een beetje verbouwereerd, bekijkt iedereen zijn opties en uiteindelijk besluit iedereen, ook al is het voor sommigen wat aarzelend, om mee te gaan op deze beklimming. Je moet het ijzer smeden als het heet is, nietwaar?

PLAN B
In twee cordées beginnen we aan een lange traverse onderlangs de westwand van deze, voor ons op dat moment onbekende berg. Na een honderdtal meters, net voor we aan een steiler stuk komen, besluit Seba om terug te keren, hij heeft weer last van hoogteziekte. Op dit moment kan dit nog veilig en hij keert alleen terug naar C1. In drie cordées gaan we verder en klimmen over twee opeenvolgende randspalten. De wand wordt echt steil daarna en aanvankelijk vinden we nog ijs om schroeven in te kunnen draaien, maar hogerop is de sneeuw te zacht om nog verder te kunnen beveiligen. Het is steil en onder ons bevinden zich diepe afgronden met seracs.

In the west-face ©Jeroen

In the west-face ©Jeroen

Uitglijden is hier geen optie en ik verdring de gedachten aan mijn eigen valpartij van een maand geleden. Gelukkig kunnen we onze voeten diep in de wand stampen om zo voldoende houvast te vinden. Na een laatste delicate passage, over een sneeuwluifel, komen we op een mooie sneeuwgraat, die minder steil nu, naar de topgraat leidt.

Grey conditions join Dharamsura east-face

Grey conditions join Dharamsura east-face

Deze topgraat bestaat uit graniet en is op enkele plekken nog technisch om te beklimmen. Ik hang een vast touw op de meest delicate passage. De graat blijkt ook langer dan we dachten, maar we gaan tot op het einde, om zeker de echte top gehad te hebben. Op de plaats waarvan we denken dat het de beste is, nemen we de groepsfoto.

unknown peak @5970m

unknown peak @5970m

summit! ©self release

summit! ©self release

Zoals bij elke beklimming zijn we nu nog maar halfweg en de afdaling wordt nog een avontuur langs in totaal vijf rappels op abalakov.
Terug in C1 zijn we echt wel bekaf en besluiten een korte siësta te houden. Na kort overleg besluiten we om alle plannen in deze hoek van het massief op te bergen en we nemen al ons materiaal mee. Diezelfde avond dalen we nog af naar ABC. Het was een lange dag, waar we met gemengde gevoelens op terug kijken.

calling the retreat

calling the retreat

Terug in ABC nemen we een noodzakelijke rustdag. We tellen onze voedselvoorraden en bekijken onze opties. Niels moet vandaag terugkeren naar BC, want hij moet terug naar de bewoonde wereld om vroeger naar huis te vliegen. Tara zal hem op de trekking begeleiden. Hij is zo lief om al zoveel mogelijk materiaal terug naar BC te dragen, waaronder een volledige tent. De herverdeling van de drie overgebleven tenten zorgt nog voor een hevige discussie, maar uiteindelijk komen we er uit.

Wat zijn onze opties nu nog? Aangezien we een beklimming hebben kunnen doen door een westwand, waar de zon pas laat in komt, hopen we op een mogelijk doenbare route op de 6451m hoge Papsura. Maar ook de 6350m hoge Devachen, vlak naast Papsura, ziet er langs zijn zuidelijke rotsgraat beklimbaar uit. We hebben voldoende friends mee om hier een poging op te wagen. Het enige pijnpunt is dat we weer over de gevaarlijke gletsjer tot helemaal achteraan in de vallei moeten, om daar in de open lucht te gaan bivakkeren.
Uiteindelijk komen we tot het volgende plan: Met een cordée van drie (Nicolas, Friedemann en Sebastiaan) een poging ondernemen op Devachen, langs de rotsgraat. Met de andere vier (Kristof, Jeroen, An en ik), een poging ondernemen op de Papsura, langs een goulotte door de westwand. Hierbij zouden we vaste touwen installeren om veilig terug af te kunnen dalen. Met deze vooruitzichten kruipen we terug in onze tenten.

Considering options in ABC

Considering options in ABC

Als we de volgende ochtend opstaan, vallen alle plannen letterlijk in het water: het heeft de hele nacht geregend en het is nog steeds zwaarbewolkt en het miezert. De condities zijn er nog maar eens op achteruit gegaan. We hebben nog radiocontact met Niels, die al aan het eerste deel van de trekking terug begonnen is. Na gemeenschappelijk overleg, besluiten ook wij om er de brui aan te geven. We besluiten zelfs om alles op te breken en terug naar BC te keren, zonder nog een optie open te laten. De rugzakken zijn topzwaar en helemaal overladen als we langs de steile morene afdalen, maar niemand heeft nog zin hier voor materiaal terug te moeten keren, liever de korte pijn. Helaas krijgen we toch niet alles mee en moet er in de loop van de volgende dagen nog eens teruggekeerd worden om het laatste materiaal op te halen. En we zijn niet van plan, om zoals vele expedities voor ons blijkbaar wel gedaan hebben, een hoop afval achter te laten!
Halverwege de puingletsjer komen Bagwan en Devrach, de keukenhulp, ons nog tegemoet en ze nemen de zwaarste rugzakken over. Toffe kerels, die mannen! Als we na een lange calvarietocht BC binnenstrompelen, is het hard aan het regenen.

explosion of clouds

Na een deugddoende nachtrust, volgt opnieuw het principe van de korte pijn. Om ons nog de kans te geven om wat rotsbeklimmingen te doen de laatste dagen die ons restten, moeten we al het materiaal ophalen dat nog in ABC ligt. Dit doen we in twee groepen, een grotere groep die terugkeert naar ABC om daar het laatste op te halen en An en ik, die nog twee touwen gaan ophalen, die we tijdens de eerste verkenningstocht achtergelaten hadden onderaan de Sara Umla pas. Het is een wisselvallige en druilerige dag, An en ik proberen nog om de Sara Umla pas effectief te bereiken, maar in de dichte mist hebben we hier geen voordeel aan. Onderweg hadden we wel de hele tijd het gezelschap van de lokale herdershond. En op de terugweg komt er nog een snelle colporteur langs ons door gehuppeld, benieuwd wat die te smokkelen had. ’s Avonds krijgen we zowaar frieten voorgeschoteld van onze kok.

Friedemann doing some hard moves on his first ascent ©Sanne

Friedemann doing some hard moves on his first ascent ©Sanne

PART III: The return and the Taj Mahal

We blijven nog drie dagen in BC, met wisselvallig weer. Tijdens de opklaringen doen we wat rotsbeklimmingen op de nabijgelegen rotspijlers. We openen hier enkele nieuwe lijnen en er wordt best wel op een stevig niveau geklommen, door Friedemann en Seba in het bijzonder. Er is wel een vervelend incident, wanneer op de tweede dag blijkt dat al onze touwen, prusiks en slingen, die we onderaan de rots hadden laten liggen, gestolen blijken. Onze gordels, met alle hardware, inclusief de dure friends liggen er gewoon nog. Alleen is alles van touw van onze gordels geklikt en dus ook 240m aan duur hybride touw.
Wanneer we dit aan Bagwan vertellen, weet hij ook onmiddellijk zeker dat de naast ons levende “Sjamanen” of kruidenplukkers, hiervoor verantwoordelijk moeten zijn. Hij gaat het ze een eerste keer vragen, maar zonder resultaat. Toch weet hij zeker dat ze het gedaan hebben. Hij gaat een tweede keer terug, samen et onze LO en na een half uurtje komt hij triomfantelijk terug met een toren van touw over z’n hoofd. Oef, alles is terecht. Ze hadden wat gedreigd met aangifte bij de politie beneden, niet voor die diefstal, maar wel voor de illegale pluk van planten en kruiden in het hooggebergte. Dat had dus gewerkt. Een uur later zijn alle kruidenplukkers verdwenen, we zien die niet meer terug.

the long walk down

the long walk down

Op 15 augustus, An’s verjaardag, doen we lange trekking terug naar beneden. De avond voordien waren de paardendrijvers en hun kudde pakpaarden al aangekomen. We doen de drie etappes in één lange dag, waarbij het gelukkig net droog blijft. Vanaf Tosh hebben we vervoer terug tot Manikaran, en terwijl we in de Jeep zitten, begint het te stortregenen. De paarden en onze bagage komen wat later ook aan, doorweekt. Het is raar om terug in de bewoonde wereld te zijn. We vieren An’s verjaardag in een met koplampen verlichte hotelkamer (er was een stroompanne), met uiteraard wat pintjes en chipskes. We overleggen nog die avond telefonisch met Kaushal en besluiten de volgende dag al de bus te nemen naar Delhi. Zo hebben we nog de kans om wat de toerist uit te hangen.
Deze keer zijn er geen gereserveerde zetels en moeten we ons tevreden stellen met enkele stoelen achteraan in de bus. Meer dan één wordt kotsmisselijk, maar dankzij de pillen van Doc Kristof, komen we er van af zonder over te moeten geven. En in de terugweg is het ergste, bochtige deel in het begin van de reis en kan je tegen het eind van de nacht wat slapen, als de bus al op de (snel)wegen rijdt.

the Taj Mahal ©Sanne

the Taj Mahal ©Sanne

We sluiten de reis af in twee groepen, team Delhi (Kristof, Jeroen en Friedemann) blijft nog twee dagen in de hoofdstad om hier wat bezienswaardigheden te bekijken. Seba, Nicolas, An en ik nemen de sneltrein naar Agra, waar we in twee dagen tijd het indrukwekkende werelderfgoed Fathepur Sigri, Agra Fort en natuurlijk de Taj Mahal in ons opnemen. De Taj bezoeken we ’s morgens vroeg, vanaf 0600Hr. Het is er dan erg rustig en je kan genieten van de zonsopkomst. Aanrader.
Terug in Delhi, hebben we nog net tijd om onze boel bijeen te pakken, een deel bagage voor de expeditie van Sam, Nelson en Kivik achter te laten bij het IMF en in de late avond onze vlucht terug naar huis te nemen. We vliegen zelfs in de reusachtige A380!

glaciers melting away rapidly

glaciers melting away rapidly

Nabeschouwingen? India is zeker een prachtig land, voor herhaling vatbaar. Nu we de weg weten door de administratieve rompslomp, gaan we er de volgende keer zeker goedkoper vanaf komen, maar weet dat de Indische bureaucratie het je niet eenvoudig zal maken om hier te komen klimmen. We hebben nu uitzonderlijk slechte condities gehad, maar in de Alpen was het deze zomer zeker niet beter. Mei-juni en september-oktober zijn waarschijnlijk wel betere maanden om in de Indische Himalaya te gaan klimmen, al kan je in de Himachal Pradesh en Ladakh zeker ook in de zomermaanden klimmen. Al bij al was het een vrij dure expeditie, met een mager resultaat. Maar de gouden regel is vervuld:

Come back alive, come back as friends and come back with a summit. In die volgorde!

a BIG thank you for our sponsors!

a BIG thank you for our sponsors!

Met dank aan onze sponsors, die ons ook in moeilijke omstandigheden zijn blijven steunen:
BRAEM, RAB, LOWE ALPINE, JULBO
Drakkar Outdoor

braemrab-hp-logolowealpine_blacksponsors

Advertenties