Tags

, ,

Marijke balancerend in het ochtendlicht

Marijke balancerend in het ochtendlicht

Innominata, het mag geen naam hebben… Kort na het afscheid van onze drie vrienden trokken An, Marijke, Jonas en ik nog een week naar de Alpen om onze gedachten wat te ordenen. Er werd een hogedrukgebied voorspeld boven de Alpen, dus het was een goed moment voor een mini-expeditie op de zuidwand van de Mont Blanc. Daarvoor heb je minstens drie dagen stabiel weer nodig, want er is geen weg terug eens je aan die kant van de Mt Blanc begint. De Mont Blanc wordt door ons vaak gezien als die stomme sneeuwpuist, waar al die t(err)o(e)risten perse zich omhoog laten sleuren. Maar als je diezelfde berg langs de Italiaanse kant wil beklimmen, is dat een heel ander verhaal.

De innominata, links in profiel

De innominata, links in profiel

Om te beginnen vertrek je te voet vanop 1500m. Hier zijn geen liften, noch treintjes. De eerste tussenstap van deze beklimming leidt naar het fameuze bivak Eccles, dat ligt op 3850m. Een kleine instijg door gecombineerd terrein van maar liefst 2350Hm! Met een goedgevulde rugzak natuurlijk, klimgerief voor ijs en rots, eten voor twee dagen, brandertje en zelfs een slaapzak is aan te raden, want de plaatsen en dekens in Eccles zijn erg beperkt. Om het wat rustiger aan te doen, kan de Monzinohut op 2500m als tussenstop gebruikt worden, deze hut is een echte aanrader. Het bivak Eccles bestaat uit twee metalen tonnen, in de ene kunnen zich 8 personen wringen, in de tweede 6. Het stinkt er erg naar stront en pis, niet wat ik ervan verwacht had. Maar om het goed te maken komen we hier een charmante touwgroep tegen, met onder andere Chloé Graftiaux. Vier van de negen personen in ons tonnetje zijn dus mooie, jonge alpinistes 😉

Marijke in de delicate traverse door de ijsgeul

Marijke in de delicate traverse door de ijsgeul

Gedurende de nacht vertrekt een cordée voor ons, richting Freneypeiler.  Als ze vertrokken zijn, is het onze beurt om in de beperkte ruimte voor een ontbijt te zorgen. Tegen vier uur zijn we weg voor een lange dag. De eerste twee uur in het donker zijn erg moeilijk, een weg zoeken naar de col Eccles op 4000m. Dat klinkt vlakbij, maar het terrein is verschrikkelijk brokkelig en het is het ergste deel van de route. Maar bij eerste klaarte beginnen we aan de steile rotsgraat. Na wat geklauter komen we aan een paar leuke lengtes 5b. Een overhangende schoorsteen herinnert ons er aan dat klimmen met rugzak en dikke schoenen op meer dan 4000m toch de moeite is. Dan volgt een lang stuk door brokkelige rots naar een couloir met redelijk steil ijs. Hier wordt het steenslaggevaarlijk en we blijven zo lang mogelijk uiterst rechts in dit couloir. Enkele stenen zoeven langs ons door met het typische “vrrrm” geluid, als wordt er op je geschoten. We blijven simultaan klimmen, maar er is altijd een tussenzekering. Twee weken eerder is hier een cordée van een Zwitser en een Belg omgekomen door steenslag. Helemaal bovenin het couloir steken we snel de gevaarlijke zone over en komen in een nieuw deel van de route.

Jonas en An in de klim naar de ijsgraat

Jonas en An in de klim naar de ijsgraat

Enkele lengtes klimmen door een brokkelige geul brengen ons op een steile ijsgraat. Het lijkt niet meer zo ver naar de Mt Blanc de Courmayeur, maar dat valt tegen, het is nog steil, lang en ver omhoog langs steile ijsvelden, afgewisseld met wat stukken rotsklimmen. Twee uur later komen we op de arête de Brouillard, een lange graat die naar de Mt Blanc de Courmayeur leidt, een voortop van de Mt Blanc. Op een markante rotstoren vlak voor de top laat ik mijn steentje van Hans achter. Hier komen alleen goede alpinisten langs en het uitzicht is er prachtig. Uiteindelijk komen we om 1300Hr aan op de top van de echte Mt Blanc op 4810m. Een snelle tijd voor vier personen, waarvan enkelen nog maar kort in het vak zitten. Het is windstil en we genieten ruim een uur van het prachtige uitzicht.

Marijke, Jonas en An op Mt Blanc 4810m ©Sanne

Marijke, Jonas en An op Mt Blanc 4810m ©Sanne

Nu wacht ons het ergste deel van de dag, de eindeloos lange afdaling langs de drie Mt Blanc’s, richting Aiguille du Midi. Na meer dan drie uur afzien komen we moe, maar voldaan aan in de Refuge des Cosmiques. Drinken en slapen is het enige waar we behoefte aan hebben, na 14uur boven de 4000m geklommen te hebben. Een goede nachtrust en een stevig ontbijt later, steken we de vallée Blanche over, terug naar Italië en we dalen langs de Helbronner weer af naar Courmayeur. We sluiten de week af met lekker multipitchen op het graniet van de Parete dei Titani, nabij Dalmazzi. We klimmen de routes “Venus” en “Titanic”, stevige 6b’s.

Jonas in de sleutelpassage van "Venus", 400m, 6b

Jonas in de sleutelpassage van "Venus", 400m, 6b

Advertenties