Biancograt in de ochtendnevel (c) Sanne

Na een goede start begin juli met een paar mooie beklimmingen in Chamonix en de Dolomieten, viel er op gebied van klimmen de rest van de zomer niet veel te beleven. An was nog volop aan het revalideren en de enige week verlof die we samen doorgebracht hebben, was op het water in Friesland. Al moet gezegd worden dat die week erg fijn was en zeker voor herhaling vatbaar. Eén van onze ideetjes is nu om een zeil-klimvakantie te ondernemen in de Middellandse zee. Maar in augustus kon er verder enkel wat gefietst worden, tussen de regenbuien door. Alleen Tim beleeft aan de andere kant van de oceaan een geweldige zomer op topniveau.

De dramatisch afbrokkelende gletsjermond van Morteratsch

Gelukkig is er het werk nog. De afgelopen weken organiseerde ik de jaarlijkse bijscholing voor de militaire voorklimmers. Voor het tweede jaar op rij was dat in het gebied van Bergell-Bernina in Zuidoost-Zwitserland. En dit keer was het prachtig weer en waren de condities ideaal. Na een paar dagen herziening van de technieken op ijs en gletsjer, equiperen van moeilijke passages in het hooggebergte voor overschrijdende troepen en wat klimmen in de zon aan de Italiaanse kant, waren we klaar voor wat serieuzer werk.

Tom en Kristof tussen storm en aankomend mooi weer op de Biancograt. (c) Sanne

Ik organiseer een driedaagse in het hooggebergte, waarbij iedereen uiteindelijk uitkomt in de rifugio Marco é Rosa, aan de Italiaanse kant van de Piz Bernina (4049m). Zelf start ik met een ploeg van 8 man in de Chamanna Tschierva. Alhoewel ik deze mooie beklimming een paar jaar eerder al gedaan had met MC1, heb ik een paar collega’s beloofd om de bekende klassieker, de Biancograt op de Piz Bernina nog eens samen te beklimmen. De condities zijn voor september bijzonder goed en we verlaten de hut zelfs vrij laat, na ons gevriesdroogde ontbijt naar binnen gewurmd te hebben. Ik wou niet in het donker zoeken naar de start van de via ferrata die naar de Fuorcla Prievlusa leidt.

De pittige graat tussen Piz Bianco en Piz Bernina. Hivernale na verse sneeuwval.

De Biancograt is ondanks de hevige wind alweer een juweeltje, maar het venijn zit hem in de staart. De messcherpe graat tussen de Piz Bianco en de Piz bernina is helemaal bedekt met rijp. Passages die normaal over droge rots al pittig zijn, krijgen nu een extra dimensie. Het klimmen is uitdagend, maar na wat delicaat klimwerk en het toepassen van experimentele touwtechnieken, zoals het trosje 3Para, komen Peter Decoo, Marc Vanlommel, Kristof Desmet, Tom Bammens en ik aan op de top van de meest oostelijke vierduizender.

Peter en Marc op de verijsde torens (c) Sanne

Marc in de finale passage (c) Sanne

In de rifugio Marco é Rosa, waar de huttenwirt nog steeds even onvriendelijk is, vinden we de rest van onze groep terug en de volgende dag steken we met de hele bende over langs de Bellavista en de Piz Palü (bekend van “Inglorious Bastards”) naar het station van Diavolezza. Een prachtige windstille dag.
Zondag rustdag, ik klim met Marc twee mooie multipitjes op de Spazzacaldeira in het Albigna-gebied. Tiramisu (200m, 6c+) en Una nuova via per Claudia (200m, 6b). Eerder op de week hadden we ook al het supermooie Buttamigu (200m, 6b+) en het luchtig afgezekerde via Leni (200m, 5c+) geklommen. Allemaal aanraders.

Marc op R3 van "Claudia", de Albigna-geist kijkt toe (c) Sanne

Na deze rustdag op het uitstekende “Bergeller” graniet, opnieuw tijd voor een driedaagse. Een ploeg in de Albigna, een ploeg in de Sciora en zelf met een kleine ploeg naar de Sasc Füra. Al drie keer lag ik in bivak onderaan de Piz Badile om daar de bekende noorwand te beklimmen langs de “Cassin”. Twee keer moeten terugkeren door slecht weer of een te natte route en de derde keer beklom ik met MC2 de mooie noordgraat. Dit keer besluiten we gewoon te slapen in de prachtige Sasc Füra-hut en ’s nachts wat vroeger op te staan om de twee uur lange instijg aan te vatten.

Tom in de eerste moeilijke passage van de "Cassin" (c) Sanne

Peter en Kim gaan voor de noordgraat en staan wat later op. Ik vertrek met Tom, opnieuw na een onverteerbaar gevriesdroogd ontbijt, om vijf uur. De instijg is zwaar over blokken terrein, maar met het eerste licht staan we onderaan de wand. Twee Franse gidsen doen erg hun best om voor ons te beginnen klimmen en ik laat ze maar begaan. De “Cassin” is een echte klassieker, 1000m granieten noordwand, met enkel de originele behaking uit 1937. De standplaatsen zijn een paar jaar geleden wel gesaneerd met spits. Maar de grote uitdaging in deze immense wand is het vinden van het juiste routeverloop.

Tom in de zee van graniet, racen om in de zon te geraken (c) Sanne

De eerste lengtes gaan vlot, we klimmen simultaan door de eerste 300m en worden enkel afgeremd door de twee Fransen voor ons. Aan de eerste moeilijke passage, een natte 5c+ hoekversnijding op rotte pitons, moeten we een half uur wachten tot ze er zich door geworsteld hebben. Maar het klimmen wordt hierna wondermooi. Enkele vijfdegraads lengtes leiden in een almaar naar links trekkende lijn tot onderaan de laatste 400m, die van een wonderschone esthetiek zijn. Aanhoudend 5c/6a door uitstekende graniet, waarbij je enkel maar een grenzeloos respect kan hebben voor de jonge Ricardo Cassin, die hier in 1937 met het materiaal van die tijd zijn weg door gezocht heeft. Eén van de lastigste lengtes is een brede schoorsteeen, die niet af te zekeren is.

Op de grens van zon en schaduw in de beruchte schoorsteen van de "Cassin"

Eindeloos mooi klimmen in het bovenste deel van de wand (c)Sanne

Na zes uur klimmen, komen we samen met Peter en Kim op de top van de Piz Badile. Rest ons nog de moeizame afdaling naar de rifugio Gianetti aan de Italiaanse kant van de Badile. Deze gezellige hut ademt geschiedenis. Vorig jaar lag ik met MC3 een kilometer verder in bivak, aan het begin van een prachtige week klimmen aan deze kant van de Bergell. Het terrein is hier erg ruw en de volgende dag doen we er nog vijf uur over om via twee passen terug te keren naar de Sasc Füra en onze camionette in Bondo. De knieën zijn er helemaal aan voor de moeite, maar na zo’n prachtige beklimming is dat een verwaarloosbaar detail.

Tom Bammens op de top van de Piz Badile. Twee klassiekers op een week.

Advertenties