Tags

, , , , , , , , , , , , , , , , , ,

Mont Blanc, of Monte Bianco zoals wij de naam op de bordjes zagen staan. De witte reus die pal op de grens ligt tussen Frankrijk en Italië. Het toppunt van de Alpen die met haar 4810 meter de hoogste berg is van centraal-Europa. De intrigerende gigant die het toelaat om langs de beide landen via enkele uitdagende sneeuwroutes de top te betreden. Het monster dat langs de Italiaanse kant een misschien nog uitdagendere graatbeklimming mogelijk maakt. Mount Coach 6 zag vier opeenvolgende dagen met goede weercondities als de ideale opportuniteit, en maakte een gooi naar die Italiaanse klim over de befaamde Innominata Ridge.

DSC02017.JPG

Genieten van het alpiene uitzicht. (foto: Roel)

 

Na een nachtje onder het gewoonlijke “We drove all night”-motto, komen we zaterdagochtend aan in Courmayeur. Enthousiast over deze “mini-expeditie”, want de insteek tijdens deze stage is iets anders dan voordien: voor het eerst is het niet de bedoeling dat het een week leerschool zou zijn, maar bepalen we zelf onze klims en zorgen we zelf voor de voorbereiding. Matthias Knaus, de Oostenrijkse gids die ons vorig jaar nog technieken bijleerde, zal ons de eerste vijf dagen nog begeleiden om in te grijpen of onze laatste twijfels van de baan te helpen wanneer nodig. We zetten ons basecamp op de camping op en scharen ons met zijn allen met kaarten, smartphones en lokale lawineberichten rond de tafel om te kijken wat we de komende dagen zullen doen. “De komende dagen”, da’s vanaf zondag natuurlijk he, want op zaterdag gaan we het nog even rustig aan doen. Denken we. Tot blijkt…

Dat ze enkele dagen slecht weer voorspellen vanaf woensdag, maar dat het prachtige condities zijn tot en met dinsdag. Dat een gooi naar de Innominata Ridge, een prachtige maar “Difficile” graatbeklimming richting Mont Blanc die normaal in de tweede week na een danige acclimatisatie op de provisoire planning stond, de grootste kans op slagen heeft als je die in die zonnige vier dagen nog kan doen. “Rustig dagje” wordt dus van de planning geschrapt, rugzakken worden klaargemaakt voor vier dagen klimmen en bivakkeren, en wij beginnen te stappen om de eerste hoogtemeters richting Monzinohut al in de benen te krijgen. Sfeermaker William staat erop om zijn kersverse aanwinst, een mooie ukulele, mee naar boven te sleuren. Gelukkig weegt het ding niet zo veel, dus “je doet maar”, denken wij.

DSC01715.JPG

Wij beginnen aan de Voie Ottoz-Hurzeler op de Aiguille Croux als acclimatisatie.

Acclimatiseren en instijgen

Nachtje slapen op 2570 meter, de dag erna wat acclimatiseren met een multipitch op de nabijgelegen Aiguille Croux tot 3256 meter. We dalen al bottin-skiënd over de gletsjer terug af naar de hut voor een laatste echte maaltijd en plannen vroeg van de sterrenhemel te genieten omdat we er de ochtend erop vroeg uitmoeten voor het tweede deel van de instijg. Bij de maaltijd krijgen we echter wat tegenwind: een Britse gids wordt boos omdat ook wij, net als hij, naar de bivak Eccles plannen te gaan. “Je weet toch dat we er dan met zeventien gaan zijn he!”, snauwt hij. Maar zolang hij niet met – vriendelijke – alternatieven of oplossingen komt, is het eigenlijk simpel: eerst komt, eerst maalt. We kruipen dus onze bivakzak in en zetten de wekker op maandagochtend, vier uur.

DSC01782

Matthias doet de laatste meters naar bivak Eccles. (foto: Roel)

 

DSC01795

Het uitzicht op de smalle richel aan Eccles. (foto: Roel)

De tocht naar Eccles begint met donsjas en koplamp, beide onontbeerlijk tijdens deze frisse en nachtelijke klim. Stevig stappen en hoogtemeters knallen, maar de haast werpt haar vruchten af: wij bereiken een van de twee hutjes van bivak Eccles op 3852m, waar bij een Griek en een Italiaan nog net zeven bunkbedden beschikbaar zijn. Euforie en victorie! Maar het is verdorie nog maar 8u ‘s morgens; wat nu? Daar tovert William met een gelukzalige glimlach zijn ukulele boven. Dat meesleuren is dan toch echt niet voor niets geweest! Onze dagactiviteit bestaat uit slapen, koken en sneeuw smelten tot drinkwater, en dat alles onder de vrolijke deuntjes van “Don’t worry, be happy”, “Bongo bong” en Williams favoriete “Me gustas tu”. Een touwgroep van drie vrolijke klimmers die wat hogerop een bivakplaats uitschupt, snoept nog een van onze slaapmatjes af voor de komende nacht. Met plezier uitgeleend, want wij hebben het geluk van een krap maar warm bed te kunnen genieten. Iets dat we al tegen een uur of acht ‘s avonds doen.

DSC01812.JPG

William sleurt overal zijn ukulele mee om zo de juiste sfeer te voorzien. (foto: Roel)

Tussenzekeringen, (en) de juiste reflex

De wekker om 4u leerde ons hoe het een sardientje zou afgaan als hij in dat blik terug tot leven zou komen: de minimalistische hut wroet en wriemelt om haar inhoud met een schamel ontbijt achter de kiezen uit te spuwen. Onze twee hutgenoten trekken er als eersten op uit, en niet veel later zijn ook wij ready to go. De donsjas en koplamp komen weer goed van pas wanneer we ons al meteen met piolet en crampons door ijzige sneeuwwanden tot 50° banen. Nog voor het eerste ochtendgloren hebben we de kaap van 4000 meter al ver achter ons liggen en merken we meer en meer wat de hoogte en beperkte acclimatisatie doet. Een 5C-stukje op rots wordt met glans door Jozua voorgeklommen, maar zorgt bij alle klimmers voor een intensieve krachttoer en een stevige hijgsessie. De zon begint haar werking op de sneeuwvelden te hebben, die een steeds zachtere en onbetrouwbaardere ondergrond vormen. Matty maakt op een – gelukkig niet al te steile – sneeuwhelling een schuiver en ontdekt zo dat Andreas over de juiste reflex beschikt bij het simultaan klimmen: die wierp zich meteen als tegengewicht op door zich mee van de helling te laten glijden. Stevig geplaatste tussenzekeringen en een goede reflex blijken essentieel in het alpien klimmen! Gedreven als we zijn, laten we ons niet ontmoedigen: de top van de Mont Blanc moet en zal bereikt worden. Met steeds moeizamere passen en steeds meer kleine snauwkes van vermoeidheid, trekken we ons op tot het laatste tussendoel: de Mont Blanc de Courmayeur. Van hieruit begint de laatste maar daarom niet minder vermoeiende wandeltocht naar de top der toppen, het doel der doelen: de Mont Blanc. 4810 meter, astembliftdankuwel.

Met een draaierig gevoel in het kopke maar een glimlach tot aan onze oren feliciteren we elkaar, delen we ervaringen van de afgelopen klim en denken we bij onszelf: we did it. Geen water meer, geen eten meer, maar we did it.

IMG_20160719_181928

Daar staan ze dan! Kijk hen shinen! Mount Coach 6 apetrots op de Mont Blanc. (foto: Roel)

De top is slechts de eerste helft

Maar is dat daar geen belangrijke les die onze pater familias Sanne ons heeft geleerd? Dat de klim nog maar in de helft is als je aan de top bent, maar dat je dan nog aan de afdaling moet beginnen? Niet getalmd, dus! Na het summitoptreden op de ukulele stoppen we de drinkflessen vol met sneeuw in de hoop dat deze door onze lichaamswarmte tot drinkwater zal worden omgevormd, en we beginnen aan de afdaling langs Franse kant. Gelukkig is dit een toegankelijker pad dan de Innominatagraat – we lachen er zelfs een beetje mee dat het de “boulevard du mont blanc” is – want de vermoeide spieren en het gebrek aan water en eten maakt dat we de afdaling haast op automatische piloot doen. We dromen en watertanden bij de gedachte aan een heerlijke hamburger, met frietjes, saus, een cola, … Als het maar ongezond en vettig is. Ook een aspirant-alpinist mag al eens zondigen he. Bij de Gouterhut brengen we het energiepeil terug omhoog met een veel te dure maar hoogstnoodzakelijke maaltijd, en we dalen verder af tot een onbemande bivak op een 2700m hoog. De dag erna verder afdalen tot in Chamonix, nieuwe maaltijden inslaan voor de komende tochten en daar issie dan eindelijk: de heerlijke burger in het charmante barretje Poco Loco trekt ook het moreel weer volledig naar het correcte peil. We nemen de bus naar Courmayeur, genieten van een uitgebreide douche en vieren onze succesvolle klim. Een feedbackmomentje van Matthias maakt dat het euforisch gevoel ook een goede les wordt: de Innominata gaat als een prachtige en leerrijke klim in ons palmares.

DSC01897.JPG

De prachtige wandeling tijdens het regenprogramma. (foto: Roel)

Regenprogramma

De weerberichten liegen niet. ‘s Nachts geeft de eerste hemelsluis de bloemetjes te drinken, en ook donderdag blijft het wat grijs en grauw. Maarten, Andreas en ik vinden in de voormiddag enkele tamelijk droge uren om een wandelingetje naar de Monzinohut te doen voor ons achtergelaten materiaaldepot. Matthias trekt terug naar Oostenrijk en voor ons jongelingen wordt de rest van de dag gevuld met rusten, dutten en het uittesten van de sauna die in onze afwezigheid op de camping werd geïnstalleerd. We verwelkomen Sanne en An ‘s avonds die ons – in hun woorden – “niet komen begeleiden; wij zijn hier op vakantie” en plannen de komende dagen in. Het weer staat nog steeds geen alpiene routes toe, dus vrijdag is opnieuw een rustdag en zaterdag wordt een gezellige oefendag op de “Piramides calcaires”, een fijne maar niet al te moeilijke graatbeklimming wat verder in de vallei Val Veny.

Zondag, nog steeds slecht weer in de bergen maar mooi en zonnig in de vallei, dus Sanne, An en ik wagen ons aan een multipitch in de Aostavallei. Met enkele stevige passen in de 6a+ en 6b touwlengtes, best een prachtige klim te noemen!

DSC02013.JPG

Een prachtig zicht bij het ochtendgloren bij de Helbronner. (foto: Roel)

Finale alpenroutes

Hoera! Maandag en dinsdag, onze laatste dagen, voorspellen ze beter weer in de bergen! Jozua en ik grijpen de koe bij de horens en zorgen dat onze spullen gepakt zijn. Wij nemen met ons tweetjes al ‘s morgens vroeg de lift tot aan de Torinohut, om van daaruit van de tocht over de Aiguille d’Entrêves te genieten terwijl de rest beneden in de vallei uitslaapt en het basecamp opruimt. Het is nog vroeg, dus Jozua en ik wagen ons nog aan de steile beklimming langs de westkant van de Aiguille de Toule. Met brandende kuiten overwinnen we de steile sneeuwflank en dalen we terug af tot aan de hut. We belonen ons op een middagdutje en schuiven met de toegekomen kompanen aan tafel. We maken de laatste plannen voor de laatste klim en kruipen vroeg onder de veren.

DSC02075

William en Andreas overschrijden een van de steile flanken van de Kuffnergraat. (foto:Roel)

Dinsdag, klokslag 2u. Wiewoewiewoe “nen alarm”. Brand? Overval? Lawine? Nee nee, “gewoon” opstaan om aan de klim te beginnen. De hut voorziet ons van de nodige calorieën en wij trekken erop uit. Doel van vandaag: de Mont Maudit op 4465m. Hoe? De prachtige Kuffnergraat, een stevige D-beklimming. De prachtige sneeuw- en ijsflanken, de mooie rotsroutes, de heerlijke zonsopkomst over de bergen. Het doet ons wat denken aan de Innominata waar de Mont Blanc de kers op de taart was en dromen al gelukzalig van hoe de Mont Maudit de kers op deze Kuffnertaart zal zijn. Met echter een groot verschil in deze route:

Alwaar het laatste stuk van de beklimming van de Mont Blanc een tamelijk recht stuk gletsjer is, is het laatste stuk naar de Mont Maudit een steile sneeuwflank waar de zon al enkele uren haar werk op doet. Steiler dan 30°? Sneeuw? Gebonden sneeuw? Dat mag een belletje doen rinkelen: lawinegevaar. We voeren onze geliefde bloktest uit, waaruit blijkt dat een lichte belasting al een stevige lawine kan veroorzaken. Op slechts een steenworp van de top kiezen we dus voor de veilige oplossing: de top links laten liggen en aan de afdaling beginnen. Geen kers, maar gelukkig was de Kuffnergraat wel een overheerlijke taart. De afdaling richting Helbronner biedt ons de mogelijkheid om de teleurstelling een plaats te geven en aan de Torinohut aangekomen vieren we de prachtige en leerrijke stage.

Zelfstandig en alpien klimmen, dat ging ons al goed af. Maar voor onze expeditie volgend jaar, zullen we nog stevig wat oefening en training kunnen gebruiken. Peru 2017, maak kennis met Mount Coach 6!

DSC02095.JPG

Het team voor de in wolken verstopte Kuffnergraat.

Advertenties