Herfstvakantie, of in Mount Coach termen: een nieuwe stage! Dit keer trekken we naar Valle dell’Orco in Noord Italië om een weekje te gaan trad-multipitchen. ‘Trad’ betekent dat er, op standplaatsen en wat pitons hier en daar na, geen haken zijn en alles zelf afgezekerd moet worden. Dit doen we met behulp van friends en nuts.
We zijn vrijdag 25 juni, 16u20, de verdediging van mijn bachelorproef. Om 18u zou Niels klaar staan met een busje op de carpoolparking. Ik heb juist twee dagen in bed gelegen door het corona vaccin dus van inpakken is nog niet veel in huis gekomen. Alles ligt nog op een hoop in mijn kamer. De verdediging gaat goed en ik begin direct met alles in te pakken. Normaal zou ik drie weken weg zijn dus alles moet in een rugzak voor de stage, een duffelbag met gerief voor nadien en een rugzakje voor in de auto. Niels stuurt dat hij een uur vertraging heeft. Oef, iets meer tijd om nog klaar te geraken. Alles geraakt ingepakt en ik kan nog snel thuis avond eten. Tegen 19u laad ik mijn gerief over in het busje en vertrekken we richting het zwarte woud. Hier slapen we, waarna we zaterdag doorrijden naar Graubünden waar de stage zal beginnen.
De skistage in Chamonix met Pasen zou onze eerste stage geweest zijn, als de grenzen niet gesloten waren. Verplaatsen naar de kerstvakantie dan maar. Dit maakte dat deze vierdaagse in het Franse Vercors onze eerste echte Mount Coach stage wordt. Denis en Arne, de twee monitoren voor deze stage, hadden ons het weekend ervoor nog alle nodige technieken uitgelegd die we nu in de praktijk moeten toepassen.
30 oktober 2021 – Het voltallige Mount Coach 9 team zit samengepakt in een busje, onderweg naar de derde stage van het MC-traject. Hun bestemming ligt zo’n 1000km verderop in Valle dell’Orco, Italië. Deze vallei staat gekend onder de klimmers voor haar sublieme barstlijnen en is volgens velen het beste tradklimmassief van de Alpen. Dat belooft! Op de massieven Sergent, Caporal en Torre di Aimonin staan er enkele lange multipitchtradklimroutes te wachten. In de topo staat te lezen hoeveel engagement daarbij telkens van de klimmer verwacht wordt. We beloven onszelf uit te dagen, maar laten de grote risico’s voor wat ze zijn. Voor velen onder ons is het de eerste échte tradklimweek, dus blijft het nog wat aftasten.
Op vrijdagnamiddag pikt Niels het hele MC9-team op in een splinternieuwe bolide die we huurden voor de stage. Eens alle spullen en Mount-coachers in de wagen waren gepropt rijden we richting avontuur. Iedereen zit er al een tijd naar uit te kijken: onze eerste alpiene stage. Niels kent een goede bivakplaats die op de weg ligt, enkele kilometers voor Basel. We stoppen voor een korte nacht en vertrekken de volgende ochtend snel richting het startpunt van onze stage. Net naast de Flüelapass in Zwitserland staan lesgevers Sanne en Sam ons op te wachten. We zijn klaar om er direct in te vliegen…
Als een dolleman plenst Cedric over een verzopen camping. “Cra-cra-crack supercrack!” buldert hij enthousiast uit. Zijn leuze haalt hij uit de topo van Presles, die immers boordevol veelbelovende routenamen staat als deze…
2020. Een jaartal dat we allemaal voor de rest van ons Leven zullen onthouden. En niet met de volle goesting. Zoveel reizen die niet zijn doorgegaan, ervaringen die niet zijn beleefd, vergezichten die niet gezien zijn. Tot vlak voor ons vertrek hield ik mijn hart vast of de Mount Coach Dolomietenstage wel zou kunnen doorgaan. Uiteindelijk was het niet covid-19, maar het weerbericht dat roet (of zeg maar regen en sneeuw) in het eten gooide. En dus moest de planning alsnog last minute omgegooid worden. Waar in Europa mochten wij als Belgen nog heen zonder reisrestricties, waar waren de groene, oranje en rode coronazones, waar was het goed weer en waar waren er lange avontuurlijke kalkwanden te vinden die een waardig plan B zouden vormen? Anderhalf uur bladeren door topo’s en aftoetsen op het internet bracht mij uiteindelijk bij de Vercors. Een prachtige streek waar we op een week tijd drie mooie en even diverse klimgebieden aandeden.
Wat wij vandaag met ‘alpinisme’ bedoelen ontstond in het Franse stadje Chamonix. De ‘witte berg’ droeg ooit de naam Mont Maudit, oftewel ‘vervloekte berg’.* Het was immers het terrein van kwade geesten die best gerust gelaten werden. Tijdens de Verlichting werd deze folklore in twijfel getrokken en werden de eerste pogingen ondernomen dit ‘rijk der geesten’ te betreden en het hoogste punt ervan te bestijgen. Natuurkundige Horace-Bénédict de Saussure loofde een geldprijs uit voor de eerste beklimmers. Pas 15 jaar later werd die ingerekend door Jacques Balmat en dr. Michel Paccard in 1786. Deze prestatie resulteerde in een voorstschrijdende belangstelling voor het bedwingen van bergtoppen, waaruit de hedendaagse sport ontstond.
Na een succesvolle stage, met goed weer is de groep serieus gemotiveerd om nog een weekendje extra naar de alpen te gaan. De meeste moeten hier helaas wel best veel kilometers voor af leggen, omdat ze tussendoor nog even een paar dagen moesten gaan werken. Maar een verlengd weekend, daar moet je van profiteren. Het plan van wat we juist gaan doen wordt pas goed en wel in de autorit gemaakt. We hadden vorige week Sanne, An, Denis en Sam al goed ondervraagd over welke beklimming we konden doen. En deze hadden met alle plezier al een hoop voorstellen op tafel gegooid. Maar allemaal uiteraard afhankelijk van het weer.
Meer bergen.
Het oog van Pieter viel meteen op een klassieker; Frendo spur. Een route die alles in zich heeft, behalve een lange aanloop of afdaling. Dit was voor ons zeker niet erg aangezien we al wel een serieuzere portie wandelen achter de rug hadden van de week er voor. De route begint met een uurtje wandelen vanaf het midden station van de lift die naar aguille du midi gaat en de route eindigt bovenaan deze lift. Omdat we al een hele nacht hadden gereden leek het ons verstandiger om de lift al naar boven te pakken, maar daar eerst nog te slapen en pas ’s nachts ergens te vertrekken naar onze route. Een goede beslissing want met alle corona maatregelen moesten we 2 uur wachten op onze lift naar boven. Om de dag dan toch nog zinvol in te vullen besloten we nog te gaan multi-pitchen. We kozen voor Aiguille du Peigne : Face W des Papillons – Le Lutin des Neiges. Een route die start met een 6b, gevolgd door een 5c, een 3 om een grasveld over te gaan, dan nog een 6a en 3x 6b. Het graniet was moeilijker dan ik eerst had verwacht en het vertrouwen op mijn voeten was er totaal niet. Dit maakte deze beklimming een stevige uitdaging. Door het late vertrek uur waren we ook pas tegen 20.30 terug aan het bivak. En was het al donker voor we allemaal in onze slaapzak lagen. Een klimprestatie die een beetje tegensloeg was mentaal zwaar. Gelukkig zou het morgen makkelijker zijn. De Frendo zijn zwaarste stuk is 5C. Met een rugzak en D botinnen weliswaar…
Brecht die zo elegant mogelijk probeert te klimmen.
Meer Mount Coach
Gisteren, toen het nog licht was hadden we al goed gekeken naar waar de aanloop juist zou zijn. We zagen dat alles in de vallei omgeven is door seracs. (Een serac is een groot blok ijs dat ergens hangt en mogelijk zou kunnen vallen) We kozen ons pad zodat we zeker niet onder de seracs door zouden moeten gaan. Of dat dit pad nu het meest begane was daar twijfel ik nog aan. Maar een uur later stonden we veilig en wel als eerste cordee aan de route. 5 min. later volgde er nog 3 cordee’s waarvan er nog 2 cordee’s belgen waren. De route begint met een hoop losse stenen, maar gaat al snel over in vastere rots waar we onze klimskills al goed konden gebruiken. Hoewel het klimniveau niet hoog is, vond ik het vaak toch al wel moeilijke passages, zeker met een zware rugzak. Mijn compagnon Bavo ging er geregeld wat vlotter door dan mij. Na 1,5 uur alles voor te klimmen geef ik mijn positie dan ook graag af aan Bavo. Alles verloopt vlot tot we op een gegeven moment even de weg kwijt zijn. Pieter en Brecht kiezen om langst beneden te gaan en wij kiezen een weg hogerop. Onze weg ligt vol met steenpuin en doet me denken aan een uitspraak van An. “In de bergen moet je een beetje op eierdopjes kunnen lopen.” We vorderen nu veel trager en zijn voorzichtig met iedere stap die we zetten. Het duurt 3 kwartier voor we Brecht en Pieter terug zien. Hun weg was ook niet de meest gebruikte maar ook zij zijn veilig boven geraakt. De rest van de route verloopt vlot tot we op een spectaculaire sneeuwgraad komen. Zeer smal en steil naar beneden aan de flanken. Het betere “sneeuwstoempwerk” komt in ons naar boven en we knoeften de sneeuw door.
het betere sneeuwstoemp werk
Boven deze sneeuw is pas de echte kers op de taart. Een sneeuwhelling van 65 °, welke onder de zon is veranderd naar een ijshelling van 75°. Het was al snel duidelijk dat we onze ijsbijlen zouden nodig hebben. 75° stond er op de topo. Het leken mij er wel 85°. De ene zag er hier al wat meer naar uit dan de andere, maar we moesten er eender hoe over. Na onze goede rotsklimtechnieken is het contrast met de ijsklimtechnieken schrijnend. Van al het vlotte klimwerk schiet hier nu niets over. We zijn onzeker, onze kuiten verzuren bij iedere stap die we zetten en het ijs is zeer veranderlijk en soms bikkelhard. We kunnen maar amper traverseren en de cordee onder ons, van Pieter en Brecht, krijgt vaak de volle laag. (sorry guys) De helling is maar 80 meter volgens de topo maar 3 uur verder is iedereen het beu. We zien een gids ons langs onder voorbij spurten met een klant, haakafstanden die wij niet durven maken. Onze vijzen (we hadden er maar 4 per cordee) worden vaak na 5m en 7m al gedraaid. Dan moeten we al relais bouwen en vorderen dus echt in slow motion. Extra: sinds de sneeuw graat klim ik weer op kop, nu even mentaal sterk houden en blijven gaan. Bavo is stilletjes aan het afzien en leert ondertussen bij dat een ijsbijl met een sling een welkom rustpunt is. Ik zie wat rots en denk: “Hier moet ik zijn. Ik wil rots onder mijn voeten en ik wil zitten!” Ik ben duidelijk niet de enige die dat denkt. De rest volgt me maar al te graag. En wat een geluk, iets verder op de rots is een perfect plekje om met 4 te gaan zitten. We kunnen hier in de zon zitten en even genieten van een zware dag. Na een half uur rust zijn we weg en blijkt dat we 15m verder al boven zijn. We zijn allemaal moe, de dag was zwaarder dan we hadden verwacht en we missen nog een groot stuk vertrouwen op het ijs. We moeten hier nog duidelijk aan verder werken. Toch blij dat we dit hebben gedaan, vertrekken we naar een bivak plaats in de buurt van ârete Cosmique. Iemand van ons is jarig en dat wordt in het bivak dan ook zo uitbundig mogelijk gevierd. Er is dessert voor iedereen en zelfs een slokje whisky! Tevreden kruipen we allemaal op tijd in onze warme slaapzak.
En nu?
We hebben nog een dag. Vandaag besluiten we het wat rustiger aan te doen. We pakken geen alpiene start en gaan zelfs nog rustig een koffie drinken in hut de Cosmique. Na onze koffie gaan we verder naar ârete Cosmique. Een gemakkelijkere beklimming die niet lang is en eindigt in het liftstation. Het is een rustige maar mooie beklimming. Ideaal om een weekend mee af te sluiten. Iedereen tevreden keren we terug naar Chamonix om verder te dromen naar het volgende avontuur.