Ice Age 3 (the return)

Tags

,

Sommige wezens zijn beter bestand tegen koude en vocht dan ik ;-)

Na twee weken onophoudelijk rondcrossen met skidoos, bereikt de brandstofvoorraad een laag peil. Hoog tijd om eens te gaan kijken in het kamp van Frank & Kenny en ze te bevoorraden. Geladen met een slee met een vol vat petrol van 200l, een nieuwe gasfles en nog wat “goodies”, vertrek ik voor een tripje van 80km naar het tweede kamp. Onderweg bevindt zich een gevaarlijke zone met crevassen en het weer is barslecht. Ik vraag aan Thierry, één van de wetenschappers om mee te rijden, je weet nooit of ik met die slee van 250kg een kloof in rijd. Op weg voor een nieuw antarctisch avontuur rijden we op GPS over “the great white plains”.

Overzicht van mijn AOR. Camp 1 aan de rift, Camp 2 op Derwael en vier baaien langs de kust waarvan ik de verkenning deed in de eerste week.

Onderweg wordt het weer spaltenspringen bij slechte zichtbaarheid, maar drie uur later komen we veilig aan bij Frank & Kenny.

Onderweg met een sleetje vol ongelode benzine

Hun kamp is erg ondergesneeuwd, maar dat kan ik pas later oplossen. Thierry en ik eten snel wat Japanse gevriesdroogde sushi en rijden daarna dezelfde trip terug, alweer een dagje van 160km alle terrein. Soms kan je goed doorrijden, maar meestal hobbel je moeizaam over zones met sastrugi. Slecht voor de rug allemaal, vooral sleuren met vaten van 200kg. Eens terug hebben we nog een dag goed weer, waarbij het boren in de rift goed vooruitgaat. Maar dan volgt een storm, die de twee kampen onder de sneeuw bedelft. Als we ’s avonds Frank aan de telefoon horen, klinkt daar wat stress in door en hij vraagt of ik de volgende dag naar hen kan komen en hun kamp opbreken. Eerst werk ik 5 uur in kamp 1 om daar alles uit te graven en ik trek alle sledes met containers al los en zet ze met de kop in de wind. Dan weer op weg met mijn skidoo, over de ondertussen met een dun laagje sneeuw dichtgewaaide crevassen naar kamp 2. Om het gevaar te verkleinen, rijd ik aan hoge snelheid. Zo spring je al snel met gemak over crevassen van 2m breed, spanning en avontuur. Alleen 80km rijden over een iceshelf… hier kan ik me niet veroorloven in een kloof te verdwijnen. Als ik in het kamp van Frank & Kenny aankom, is daar amper iets van terug te vinden.

Het onder de sneeuw bedolven kamp2. Dat wordt een paar uur sneeuwscheppen

Ze zijn er zelf niet, om van het mooie weer te profiteren trekken ze snel nog wat radarlijnen. Ik begin alvast met het opbreken (voor de tenten wordt dat letterlijk “breken”) van hun kamp. Hun sledes lostrekken wordt nog een probleem, die zijn in de sneeuw gebetonneerd na drie weken sneeuwstormen. Maar na urenlang werken, heb ik het treintje klaar waarmee we de volgende dag weer een rit van 100km gaan doen om een derde kamp op de Frankkenny icerise (inderdaad, naar deze twee heren genoemd) op te slaan. Maar eerst een uitzonderlijk aperitief op de Derwael icerise.

Sanne, Frank Pattyn & Kenishi Matsuoka @ Derwael icerise

Frank vertelt me dat hij die dag met Jean-Jacques Derwael gebeld heeft. Deze topograaf heeft in de jaren 50-60 de omgeving van de Roi Baudouin iceshelf opgemeten en de icerise is naar hem genoemd. De man moet ondertussen rond de tachtig zijn en was vrij geëmotioneerd dat iemand hem opbelt vanop “zijn” icerise, nadat daar 50 jaar lang niemand meer geweest is. “Pas op voor de spalten, hé!” wist hij nog mee te geven ;-) Na een korte nachtrust gaat het met een treintje Prinoth en twee skidoos langzaam op weg naar de Frankkenny icerise. Langzaam, want aan de snelheid van 8km/hr maken we nog een radarprofiel van deze as van 100km lang. Onderweg moeten nog drie GPS metingen verricht worden, dat duurt zo’n 45 minuten per meting.

Alleen op weg in het echte Antarctica: een absolute lege, witte biljart.

Terwijl ik deze metingen uitvoer, moet hun konvooi niet stoppen en telkens al die tijd verliezen. Desondanks slaan we tegen de late avond een tussenkamp op na slechts 80km gereden te hebben. Nieuwe plannen worden gemaakt en om de laatste beschikbare dagen op de Frankkenny icerise nog wat extra radarlijnen te trekken, hebben ze nog een vat brandstof nodig. En hun kapotte generator moet vervangen worden. De volgende ochtend, rijd ik met mijn skidoo rechtstreeks naar C1, waar ik eerst het andere team in de rift opzoek. Om die generator te vervangen, maar ook om te zien of hen ondertussen niks overkomen is. Dan terug naar C1, ondertussen alweer 60km op de teller. Dan vatje petrol opladen en met skidoo en slee doorrijden naar C3, de laatste kampplaats van Frank & Kenny op de naar hen genoemde icerise. Nog eens 40km, alweer over een gevaarlijke zone. ’s Avonds is iedereen doodmoe en ik blijf overnachten in C3. Ondertussen komt de vertrekdatum naderbij. Op 15 december rijd ik met de Prinoth terug naar C1 en werk daar de hele dag in mijn eentje om dat volledige kamp op te breken en twee treintjes samen te stellen. Omdat de helling naar de Frankkenny icerise erg steil is en vol met crevassen zit, moet ik dat gedeelte wel met twee Prinoths oprijden. Als ’s avonds het team van JL Tison terugkeert van hun laatste werkdag in de rift, is hun hele kamp opgebroken en honderd meter verplaatst.

sfeerbeeld. Ook al heb ik hier niet kunnen klimmen of skiën, het blijft mooi

Op 16 december pakken we al het wetenschappelijke materiaal in, dat is in dit geval een hele hoop. Alleen al een paar ton aan ijswortels, die in verschillende diepvriezers opgeslagen worden. Daarvoor heb ik een special container met een generator, die constant moet blijven draaien. Als die dingen smelten, zijn er een paar wetenschappers niet blij… Verder alle skidoos weer opladen en in de late namiddag rijden we met dit konvooi omhoog naar het laatste kamp van Frank & Kenny. Tegen dat we daar een paar uur later aankomen, zitten we in een complete whiteout. Ik heb nog twee uur werk om ook hun skidoos op te laden en de treintjes opnieuw samen te voegen tot twee evenredig verdeelde treinen voor de twee Prinoths. Omdat het zo’n slecht weer is, besluiten we om maar ineens terug naar de basis te rijden. 150 km en de nacht door, tegen 10 uur in de ochtend komen we hier “safe and sound” aan. End of mission.

Ergens tijdens de lange nacht rijden, veel "drifting snow"

Na de warme douche en de maintenance, gaat het werk al onmiddellijk door met het voorbereiden van de traverse naar Crown Bay, opnieuw aan de kust, waar tegen kerstmis het schip, de Mary Arctica ontladen wordt. Gelukkig hebben ze mij daarbij even niet nodig, zodat ik mijn volgende expeditie een beetje beter kan voorbereiden. Rond 28 december vertrek ik met een team van 4 wetenschappers naar het ijsplateau op 3000m, ten zuiden van het Sor Rondane gebergte. Een plaats waar, als het warm is, de temperatuur  -20° bedraagt en waarvan zelfs AH zegt dat het er erg koud is. Hier zullen we een dikke drie weken doorbrengen, op zoek naar meteorieten en buitenaards leven. De afgelopen dagen heb ik Field training gegeven aan de nieuwe groep wetenschappers en tussendoor een paar leuke ski-afdalingen kunnen realiseren. Meer daarover binnenkort.

Dit jaar geen pinguïns meer, dus profiteer er van

Sanne

Ice Age 2 (the rescue)

Tags

, , ,

Happy feet ©Sanne

Na een week van intensieve verkenning van de spectaculaire kust, sta ik verder alleen in voor de veiligheid van zes wetenschappers, verspreid over twee kampen, die 80km uit elkaar liggen. Dat is in Antarctica een stevige afstand en een eventuele interventie kan dus even duren. Maar Frank en Kenny werken in een relatief veilige zone, waar we de weinige crevassen hebben kunnen markeren met vlaggetjes. Het team van JL Tison is ondertussen echter aan het werk in de Rift, waar de toegangsroute van 10km lang over verschillende gevaarlijke zones loopt. Wanneer we van de laatste verkenningstocht terugkeren, zijn ze er al in geslaagd een skidoo in een, gelukkig ondiepe, crevasse te parkeren.

Skidoo S8 heeft zijn eerste crevasse opgespoord ©Sanne

Klassieke fout, afgeweken van de gemarkeerde route en daarbovenop nog eens perfect in de lengte richting over de kloof gereden. Gelukkig is het zeewater twee meter lager bevroren. De chauffeur komt er van af met wat schrammen en builen. Met de schop graaf ik een helling uit, waarna we met relatief weinig moeite deze skidoo kunnen lostrekken. Beveiligd aan een touw, daal ik nog eens af in de crevasse, want de GPS is er in gevallen. Die vind ik een paar meter lager en de eigenaar is me daar erg dankbaar voor. De wetenschappers waren zo onder de indruk van dit voorval dat ze de hele dag niet gewerkt hebben. Ik verleg de route wat en verplaats de vlaggetjes.

AH stelt vast dat de route die hij afgevlagd heeft niet echt veilig is

De rest van de week krijgen we een hoop stormen te verwerken en als gevolg van dit slechte weer, gaat er van alles stuk in het kamp en ben ik constant bezig met herstellingen en sneeuw ruimen. De accumulatie van sneeuw tussen het kamp is soms erg massief en dagelijks verplaats ik tonnen sneeuw met de Prinoth. Zodra het een beetje goed weer is, trekken de wetenschappers er terug op uit. Ik begeleid ze dan naar de plaats waar ze willen boren, zet een tent voor hen op en dan gaan ze aan het werk. ’s Avonds haal ik ze weer op en dan rijden we samen terug naar het kamp. Skidoo S8, met een slee van 150kg slaagt er weer in om 1m naast de route een crevasse in te donderen.

Een meter naast de route schuilt het gevaar. Alweer perfect in de lengte...

Hoe krijg ik deze er weer uit?

Met skidoos en mankracht krijgen we deze er nooit uit. Ik rijd naar het kamp en haal een Prinoth op. Dat is een moeilijke afweging. Alleen met de kraan kan ik die skidoo en zijn zware slee eruit halen. Maar als ik de Prinoth in een crevasse rijd en doe zinken, dan is er pas echt een probleem. €350000 kwijt in een crevasse? Slecht voor mijn carrière… Maar een Prinoth rijdt makkelijk over kloven van 2m breed en heeft een groot draagvlak. Bovendien kan ik ineens een soort snelweg aanleggen, waardoor de dagelijkse verplaatsing door de rift met een half uur ingekort kan worden. Met die snelweg bedoel ik het uitvlakken van alle sastrugi’s en het dichtgooien van kleine crevasses. Zo gezegd zo gedaan.

Let the machine do the work

Spaltje dichtgooien, met aureool

De twee “inzittenden” van skidoo S8 komen er met de schrik vanaf. Het waren overigens twee andere teamleden, waardoor ondertussen al drie van de vier in een crevasse gelegen hebben. Skidoo S8 is wat geblutst, maar start na elke reddingsactie op wonderbaarlijke wijze, alsof er niets gebeurt is. ’s Avonds lachen we wat, dat Bryn (een wetenschapper uit Wales) als enige nog niet in een crevasse gelegen heeft en we noemen S8 de “crevasse detector”. Op zondag maak ik steak Rocquefort met gebakken patatjes en als dessert een echte Tiramisu. Naast Field Guide, Field mechanic, nu ook Field Cook. Op Antarctica moet je een beetje van alle markten thuis zijn. En tussendoor leer ik enorm bij over glaciologie en klimaatsverandering. De volgdende dag zitten we weer een white-out uit. Ondertussen is onze benzinevoorraad erg geslonken. De verkenning met AH heeft ongepland zo’n 400l benzine opgezopen en het is hoog tijd dat we bevoorrading krijgen. AH stuurt René en Kazze naar ons met vier vaten, zodat we verder kunnen.
Door de aanhoudende sterke wind, wordt het werk in de Rift stilgelegd en gaan we het zee-ijs op voor de CTD metingen.

Gaatje boren in het zee-ijs

Langs een spectaculaire helling, “the ramp” genoemd, laat ik de sledes met zwaar materiaal met een touwverlenging zakken. Daarna een delicaat manoeuvre met de skidoos en we staan op de bevroren zee van polarhavn. Nu trekken we een lijn van 15km, waarlangs we om de 5km een boring uitvoeren. De eerste duurt 4 uur, te lang naar mijn goesting, maar het team moet nog op elkaar ingespeeld geraken. In elk gat laten ze een sonde zakken aan een lange kabel aan de erg trage snelheid van 5m per minuut.Omdat ze nog niet weten hoe diep het water onder het ijs is, laten ze de volledige 600m kabel zakken. Ondertussen rijd ik terug naar het kamp om een lunch samen te stellen. Het water blijkt 250m diep te zijn.

icecore measurement, elke 5cm wordt de temperatuur gemeten

Het tweede gat gaat al wat vlotter, anderhalf uur. Inpakken en weer 5km verder. Onderweg nog wat pinguins spotten. Aan de overkant van de baai boren we het laatste gat. Dit zou ook vlot moeten gaan, maar na 300m kabel afgerold en weer opgehaald te hebben, blijk dat de bodem niet bereikt werd. We zijn weer vertrokken voor 600m op en neer om zeker te zijn. Het is koud en het waait, erg saai allemaal. Ik rijd nog wat rond langs de pinguins en zeehonden. Uiteindelijk blijkt dat hun sonde van €7000 het begeven heeft. Misschien heeft een orca er een hapje van genomen?

@work: zon, zee en ijs

Pas tegen middernacht kunnen we terugkeren naar het kamp. Ik rijd op kop, want zee-ijs is en blijft gevaarlijk. We moeten verschillende cracks omschrijden. Op een gegeven moment stoot ik weer op een crack, maak een bocht en stoot op nog een crack. Achter me volgt de eerste skidoo perfect mijn spoor, maar de tweede, verblind door de zon of gewoon moe… maakt niet uit, het is skidoo S8 op zoek naar de meest spectaculaire stunt van de week.

De slee met winch van 250kg in een scheur, met 250m zeewater er onder...

Bryn, de laatste van het team, spant de kroon door met de S8 in deze tidal-crack te rijden. Kijk goed naar de sporen, how could this happen?

werken in moeilijk omstandigheden wordt hier een begrip

Ik slaag er in om de slee van de skidoo los te koppelen en te verankeren. Met een andere skidoo trek ik de S8 makkelijk uit het ijs, zijn ski’s zaten nog boven water. Maar de slee met een winch van 250kg zit hopeloos vast. Aan de ene kant is dat goed, zo kan hij niet zinken, maar aan de andere kant zit één van de schaatsen onder de rand van het ijs vast. Pa na twee uur zwoegen, met de armen tot aan de schouders in het water en met behulp van drie skidoos, slaag ik er in om de lading te bergen. Als we om 0300hr ’s nachts in het kamp terugkeren, liggen René en Kazze al te slapen, maar de bevoorrading is dus goed aangekomen. Ze zijn wel blij ons te zien, want ze waren een beetje ongerust.

De middernachtzon boven de bevroren zeeën ©Sanne

Snel maak ik een kaasfondue. Er wordt niet meer gelachen over de S8 en het feit dat het hele team al in een crevasse gelegen heeft. Maar we zijn wel blij dat er niemand in het zeewater terecht gekomen is en dat er niemand gewond geraakt is. De volgende dag is het weer redelijk en het team gaat weer aan de slag in de rift. Met beperkte middelen, want hun CTD sonde is stuk en de winch van €10000 is weliswaar geborgen, maar de elektrische componenten hebben het zeewater niet al te goed doorstaan.
Ik ga een nieuwe fase in, waarbij ik zorg voor de bevoorrading van de twee kampen en veeel kilometers op skidoo en Prinoth. Nog een leuke foto om af te sluiten en binnenkort volgt Ice Age 3.

Wie, ikke? Ik zweer van niet! (Adelie-pinguin @ polarhavn) ©Sanne

Ice age (recon)

Tags

, ,

Over de bevroren zeeën van princess Ragnild coast Sanne

Drie weken spanning en avontuur, wonderlijke landschappen van ijs, zeehonden, pinguïns en andere fauna, ijsbergen, sneeuwstormen en defect materiaal. Dit alles in één van de gevaarlijkste gebieden op aarde: de immer bewegende bevroren kust van Antarctica, met alle mogelijk scheuren en kloven die een mens zich maar kan voorstellen. En dus met de nodige ongevallen. Maar nu ik dit bericht aan het schrijven ben, zit ik weer in de verwarmde prinses Elisabeth basis en heb ik een overheerlijke warme douche genoten. Hier volgt een korte samenvatting in woord en beeld van de wetenschappelijke expeditie “BELISSIMA”, die ik als Field Guide mocht (bege)leiden.

Nog niet aan de kust en al in een crevasse

In een konvooi van twee sneeuwtractoren (Prinoth) en met het nodige materiaal in containers en op sledes reden we drie weken geleden naar de kust. Dat is een trip van 200km over de eindeloze ijsvlakten, aan de spannende snelheid van 12km/hr. Maar toch niet traag genoeg om AH te weerhouden om zich in een crevasse vast te rijden. Een eerste incident in een lange rij van op te lossen problemen. Met mijn tractor trekken we de boel weer los en ergens in de nacht slaan we het eerste kamp op. Daar laten we vier man van het team van Jean-Louis Tison achter, zij houden zich de volgende dagen bezig met het boren van een 250m diep gat, ook wel deep-drilling genoemd. Dit kamp ligt op 5km van de kustlijn en vlak naast een “rift”, een soort vallei waar zeewater onder het landijs in kruipt.

Een stevige white-out. 10 van de 21 dagen hadden we storm...

Met het tweede team van Frank Pattyn rijden we met een Prinoth, uitgerust met een nieuwe sneeuwradar, 130km oostwaarts over de roi Baudoin iceshelf naar de Derwael icerise, waar een tweede kamp opgebouwd wordt. Hier worden we al meteen overvallen door een stevige Antarctische storm, die we rustig uitzitten. Dat kwam me wel goed uit, want ik was al 48 uur onderweg en had amper 4 uur geslapen. Het probleem is dat ik voor het eind van de week nog zo’n 200km kustlijn in kaart moet brengen, verkennen, in decimal degree op de GPS zetten en afvlaggen. Ondanks het nog steeds slechte weer, verkennen we (Alain Hubert, René Robert en ik) de volgende dag al de Derwael icerise, waar Frank en Kenny hun radarprofielen willen doen. Dat verkennen houdt vooral het opsporen van crevassen in, zodat we achteraf niet ergens twee wetenschappers kwijt zijn.

Soms zijn ze zichtbaar, maar meestal merk je het pas als je er over rijdt...

De procedure is heel eenvoudig: je rijdt met een team van twee of drie skidoos lange afstanden over de icerise aan een vrij hoge snelheid. Je kan alleen maar vermoeden waar er eventueel gevaarlijke zones zijn en dan zorgen dat je loodrecht op de kloven rijdt. De eerste skidoo merkt er niks van als achter hem de kloof openscheurt. De tweede moet het gat op tijd gezien hebben en verwittigt de anderen. Dan vlaggen we de crevasse af en zoeken een veilige omweg. Het leuke is dat de twee achterste skidoos meestal gewoon over die gapende kloof moeten springen. Een skidoo is ongeveer twee meter lang en springt relatief makkelijk over een kloof van 1m, maar het blijft spannend. En als je in de lengterichting over een crevasse rijdt, ben je er aan.

120km over het zee-ijs rond Derwael. Een fantastische belevenis!

De volgende dagen wordt het pas echt interessant. In de tweede week van hun expeditie willen de wetenschappers zogenaamde CTD metingen doen (conductivity-temperature-depth), kortweg boringen op bevroren zeewater. Daarvoor moeten ze natuurlijk op een veilige manier met hun materiaal op het zee-ijs geraken. Onze opdracht is onder meer om vier grote zones langs de kust (200km in vogelvlucht) in kaart te brengen en toegangen te verkennen. Dat is niet zo eenvoudig, want de kliffen langs de kust zijn tussen de 30 en 100m hoog. Maar soms is er een soort helling waarlangs je op de bevroren zee kunt komen. Eens op bevroren zee-ijs begint een heel nieuw avontuur. Als je hier door het ijs zakt, zit er 200m diep ijskoud en pikzwart zeewater onder je. Maar als beloning voor dit avontuur zijn er de zeehonden en de pinguïns.

Speed is safety. Maar een gat in het ijs is voordelig voor de locale fauna:

Een Weddell-seal profiteert van ons vers gereden gat om te ademen

one big fat mammal and a seal ;-)

Ik moet toegeven dat ik blij ben dat AH op kop rijdt, want veel ervaring met bevroren zeewater heb ik niet. Maar tijdens deze “cruise” van 120km leer ik al enorm veel bij. Waar kan je cracks verwachten, hoe dik is het ijs, wat zijn de gevarenzones. We zien ook de eerste pinguins, maar de volgende dagen worden alleen maar beter en die foto’s zijn voor straks. We laten Frankkenny achter op Derwael en rijden met de skidoos langs een kortere route terug naar het eerste kamp. Deze kortere weg is nog steeds goed voor 80km in vogelvlucht en onderweg verkennen we een tweede stuk zee-ijs langs de kust. Hier zien we Keizerspinguins in grotere getalen, vorig jaar had ik er amper 3 gezien. Ook dit stuk kust is weer erg uitdagend. De enige toegang loopt over een anderhalve meter brede ijsbrug, steil naar beneden, met links en rechts poelen zeewater. Controle over het stuur houden dus.

Op zoek naar die ene mogelijke doorgang, tussen land- en zee-ijs

Close encounters of the third kind

Terug in het kamp van JL Tison, kan ik al beginnen aan de eerste kleine herstellingen. Een hoop dingen gaan nu eenmaal gemakkelijk stuk op Antarctica. Zo word ik stilaan een soort probleemoplosser. Generatoren, brandstofpompen, sneeuwsmelters, Prinoths en Skidoos, er kan van alles aan stuk gaan. Maar de derde grote verkenningstocht loopt over de bevroren zeeën in Breid Bay. Hier kwam het eerste schip aan land om de huidige prinses Elisabeth basis te bouwen. Een baai van 40km breedte en erg indrukwekkend.

Een enorme ijsgrot in Breid bay, waar de seals graag liggen te zonnen

panorama by René Robert

De volgende dag zitten we nog eens een stevige blizzard uit. Weer een dag verloren, maar het werk bij de deep-drillers ligt stil. Hun experimentele boor geeft het op na 67m diepte en zij verleggen hun werk naar de nabijgelegen Rift. Hier vlagt AH een route af, maar de Rift zal één van de gevaarlijkste plaatsen blijken te zijn. Er moet nog één baai verkend worden, de Polarhavn, waar het het schip met de eerste bemanning van de voormalige koning Boudewijn-basis aan land ging. In slecht weer doen we deze verkenning, waarvan we hopen dat het snel zou gaan, deze baai ligt op slechts enkele km van het kamp. Maar al gauw bevinden we ons in een levensgevaarlijke zone met honderden crevassen. Pas na enkele uren moeizaam vorderen, bij slechte zichtbaarheid en met vele wanhopige sprongen, vinden we een spectaculaire doorgang. Langs een smalle kloof tussen landijs en een aan land gelopen ijsberg, komen we in deze baai.

Monochrome kleuren in deze prachtige baai, Polarhavn

Als we terug in het kamp komen, vinden we een ontredderde ploeg wetenschappers. In de slechte zichtbaarheid is het eerste ongeval met Skidoo S8 gebeurd. Maar daarover schrijf ik meer in mijn volgende verslag. De verkenning zit er op, In een week tijd heb ik meer dan 300km met de Prinoth gereden en bijna 1000km met de skidoo, langs de meest spectaculaire kustlijn die een mens zich kan inbeelden. En het goede nieuws is dat AH nu naar de basis terugkeert, zodat ik als enige verantwoordelijke achterblijf met zes wetenschappers, een miljoen euro aan uitrusting en materiaal, verspreid over 100km2 iceshelf.

Tot binnenkort,

Sanne

De eerste Gopro beelden

Tags

, , , , , ,

Een maand geleden hebben we voor Mount Coach een GoPro HD helmet camera aangeschaft. De kans om deze eens deftig uit te proberen hadden we tot afgelopen weekend nog niet gehad. Zoals laatst beloofd, hier enkele snel gemonteerde beelden van ons weekendje in Oberjoch/Mittagbahn.

De beeldkwaliteit is alvast ongeloofelijk!

Eindelijk onze eerste poeier!

Tags

, , , ,

Mittagbahn, 2 liften, 700hm, slechts 10 skiers, en zonder overdrijven 70% van het terrein door ons 5 verspoort! Dat klinkt toch mooi?

Pisten NICHT prapariert! Frank en Yannick zijn zeker van een goede start, © 2010 Sam Van Brempt

Na een klein inschattingsfoutje een maand geleden hebben we nu eindelijk de eerste poeier onder onze latten gevoeld! Sinds vorige week woensdag is het hevig beginnen sneeuwen in de Noordalpen. Vrijdag hadden we de kans om met ons vieren ( Yannick, David, Frank en ik, Sam) richting Oostenrijk af te zakken. Het was even zoeken naar een goed gebied omdat door de hevige wind al de verse sneeuw boven de boomgrens was weggeblazen. Gelukkig hadden we afgesproken met Ulli, een Duitse vriend van Yannick.
Ulli is een goede boarder maar veel belangrijker, een goede “verse sneeuw voorspeller”! Zo belanden we afgelopen dagen in kleine Duitse gebiedjes tegen de Oostenrijkse grens.

 

Hier enkele foto’s, niet denderend maar er moest vooral geskied worden.

Yannick in Oberjoch, © 2010 Sam Van Brempt

Yannick in Oberjoch, © 2010 Sam Van Brempt

Ulli in Mittagbahn, © 2010 Sam Van Brempt

Arwa Tower Film

Tags

, , , , , , ,

In Mei/juni trokken de Nederlanders; Saskia Groen, Vincent van Beek, Jorg Vegter, Remy Klaasse en Bas van der Smeede richting Garhwal, India voor de beklimming van de Arwa Tower. Helaas zijn ze daar niet in geslaagd. Toch zijn ze met veel ervaring, mooie momenten en natuurlijk beeldmateriaal teruggekomen. Hier een film van hun expeditie.

Meer info vind je HIER

ijsklimmen indoor?

Vorig jaar experimenteerde ik al wat met een zelfgebouwde figfour, een soort drytool-trainingstoestel om men ijsklimspieren wat aan te scherpen voor de winter begon. Maar recentelijk kwam ik onderstaand filmpje tegen op de blog van Ian Parnell. Dit lijkt me helemaal super! Bestellen die handel en omhoog hangen in de lokale zaal is de boodschap. Hoe het zit met de levensduur en waar we ze kunnen vinden weet ik nog niet, maar hier zit zeker toekomst in!

1987 Winter Trilogy

Tags

, , , , , , ,

Christophe Profit klom in de winter van 1987 achtereenvolgens de Crozpijler op Grandes Jorasses, de Heckmair op de Eiger en Schmid op de Matterhorn. Dit toen, en voor enkele uitzonderingen na, nu nog in een ongelofelijke tijd van 48 uur.
Net Als Ueli Steck 2 jaar geleden had Profit de lat destijds op onbereikbaar hoog niveau gelegd.

Van deze “2 daagse klimtrip” is destijds een documentaire gemaakt. Toegeven een beetje crappy beeld en geluid in vergelijking met wat we tegenwoordig krijgen voorgeschoteld, maar wat wil voor een filmpje van 30 jaar geleden. Voor wie deze nog nooit had gezien…






Antarctica online

Tags

, ,

Late evening program on Utsteinen nordeast-face © René Robert

Na twee weken downer than under, is er weer de buitengewone luxe van internet. Om die twee weken in woord en beeld te vertellen, weet ik niet goed of ik per onderwerp een aparte post moet maken (zoals Tim dat in september deed vanuit Yosemite), of een groot  bericht met het hele verhaal. Ik denk dat ik maar alles in een keer op de site gooi, want over twee dagen vertrek ik voor drie weken op een wetenschappelijke expeditie naar de kust van Queen Maud Land.

De eerste week was hard. De vlucht van Kaapstad naar Novo airbase vertrekt om 2330Hr, waardoor je om 0400Hr in de nacht op Antarctica landt. In Novo is het altijd beestig koud, -15° en een ijskoude wind. Gedurende drie uur ben je in die wind bezig met het ontladen van de Ilyoesjin en het overladen op de DC3 Basler. De piloten hadden haast en zonder eten of drinken, aansluitend een “binnenlandse” vlucht van anderhalf uur naar de Belgische basis Prinses Elisabeth.

De ondergesneeuwde basis vanuit de cockpit, vlak voor de landing

De vlucht is weer adembenemend mooi en we landen op de hobbelige vlakte naast de basis. De twee skidoo’s die daar in een container opgeborgen zijn starten meteen, zodat we naar de basis kunnen rijden met onze bagage. Het wordt een lange, vermoeiende dag zonder eten, drinken en slaap. Uiteindelijk geraken we binnen, waar het kouder is dan -20°, een echte diepvries. ’s Avonds smelten we wat sneeuw en eten wat soep. Om 2300Hr kruip ik uitgeput in mijn slaapzak, het is -25° in mijn slaapkamer.

De rest van de week had ik eigenlijk de komende expeditie in detail moeten kunnen voorbereiden, maar het onvermijdelijk sneeuwruimen neemt de meeste tijd in beslag.

voor

tijdens

de uitgegraven basis vanuit mijn gebruikelijke perspectief

De eerste week werken we 14 uur per dag. Ontbijt om 0700Hr, werken tot 2100Hr en dan een stevige maaltijd. We koken om de beurt en de dokter is de hele dag bezig met sneeuw smelten. de generatoren leveren stroom en de basis warmt langzaam op. Na enkele dagen stijgt de temperatuur in mijn slaapkamer tot boven het vriespunt. Water voor hygiëne is er niet, enkel een half glas water per dag om de tanden te poetsen.
Op zondag is het rustdag. Ik gids met Alain twee mensen naar de top van Utsteinen. Na deze mensen veilig beneden gebracht te hebben, klim ik met de ski’s op de rug omhoog langs de steile oostgraat en geniet van de eerste afdaling van het seizoen.

duistere afdaling © René Robert

’s Avonds maken de militairen, Kristof, Kazze en ik steak frites. Tijdens het frieten bakken in de garage, ziet Kristof dat de dakbalken van de garage het begeven onder het gewicht van de sneeuwmassa. De balken scheuren, maar het dak stort net niet in. In allerijl wordt het dak gestut. Wie had gehoopt dat het sneeuwruimen voorlopig voorbij was… De komende dagen zijn we dus bezig met het verwijderen van tonnen betonharde sneeuw, die tussen de fotovoltaïsche panelen opgewaaid zit.
Daarvoor bestaan verschillende methoden, maar voor een gewone schop is de sneeuw te hard en zelfs onze nieuwe Honda sneeuwfrees geraakt er niet door. De oplossing ligt in het gebruik van een kettingzaag.

Blokje snijden, blokje verwijderen... © Michel Le Jeune

Uiteindelijk komt het altijd neer op de volgende vraag: Welke idioot maakt een plat dak in een sneeuwrijke regio? Maar goed vele dagen menhirs snijden en blokken werpen later hebben we meer dan 70 ton sneeuw van het dak gehaald. Tussen het sneeuwruimen door, maak ik wat tijd om toch al enkele noodzakelijke voorbereidingen te treffen. Vorige zaterdag kwam de vlucht met mijn klanten aan. Dat betekende voor mij het einde van het sneeuwruimen en het begin van een hectische periode om de expeditie van drie weken met 7 personen voor te bereiden. Dat moet erg minutieus gebeuren, want als je iets essentieels vergeet mee te nemen, kan je niet snel even langs de winkel om het bij te kopen. Ik volg een lange checklist, die ik na mijn ervaringen van vorig jaar heb opgemaakt. Maar onderweg komen er allerlei problemen bij en wordt de lijst nog wat langer.

Ontspannende afdaling © René Robert

Op zaterdagavond is het licht perfect en René maakt een korte fotoshoot van nog een ski-afdaling tussendoor. Zondag, rustdag. Samen met Alain Hubert onderneem ik een lange alpiene beklimming in de 3000m hoge bergketen Wideroefjellet op 20km ten zuiden van de basis. Het weer is ’s ochtends perfect. Met de skidoo’s rijden we langs de Ketelersbreen omhoog tot onderaan een mooie graat, die er beklimbaar uitziet. In een zacht zonnetje en uit de wind beklimmen we deze graat, die toch 800m hoog blijkt te zijn. We komen op een voortop, waar we uitkijken om naar de volgende bergkam te kunnen oversteken.

Alain Hubert tijdens de lunch op 2165m hoogte ©Sanne

We dalen wat af naar een winderige col, waar we een rappel doen op een enorme zandloper. We moeten 200Hm afdalen om een brokkelige rotsband te omschrijden en klimmen terug omhoog naar een volgende col. We beklimmen een enorme helling, die uiteindelijk nog eens 800Hm lang blijkt te zijn. Gaandeweg komen we in een ijskoude wind terecht en de temperatuur wordt extreem laag. Achter deze laatste bergkam begint het ijsplateau dat in een eindeloze vlakte op 3000m hoogte doorloopt over de zuidpool tot aan de andere kant van Antarctica. De beruchte ijskoude wind die van deze hoogvlakte afwaait, heet de katabatische wind.

Alain leunt tegen de ijskoude windvlagen ©Sanne

Langzaamaan begint er vanalles te bevriezen, ondanks dat ik alles goed ingepakt heb. De wind blaast los door mijn balaclava en vooral mijn neus krijgt het zwaar te verduren. En zonder zever, ik voel mijn ballen letterlijk bevriezen. Dit mag niet te lang meer duren. Op 2900m, vlak onder de top, kunnen we langs een col afdalen in een vallei, die rechts van ons weer afdaalt naar de Ketelersbreen. Met de wind in de rug rennen we naar beneden. Ook Alain heeft een bevroren neus en het is geen minuut te laat dat we aan deze wind ontsnappen.

Door de katabatische wind voortgejaagd

Uiteindelijk geraken we aan de skidoo, die op het einde van deze vallei door onze vriend René op voorhand is afgezet. Totaal verkleumd halen we de andere skidoo op en rijden een koude rit terug naar de basis. Gelukkig wacht daar een warme douche, want ook dat is intussen in orde gebracht. Volgens de tabellen, was het vandaag -45°C op 3000m! Mijn neus is nog altijd gevoelloos, maar de ballen zijn gelukkig al ontdooid ;-)

Vandaag ben ik de hele dag bezig geweest met het inladen van het konvooi waarmee ik binnenkort vertrek. Ik zal drie weken alleen mijn zes wetenschappers begeleiden, nadat Alain ons heeft afgezet op de plaats waar de ijsboringen gaan beginnen, zo’n 300 km van hier. Hij rijdt dan na enkele dagen terug naar de basis met een skidoo.

Ergens tussendoor heb ik nog de erg steile oostwand van Utsteinen afgeskied en Michel, onze dokter maakte er dit filmpje van:

Tot binnenkort!

Sanne

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag