Goulotte du col du Plan & Ginat op Les Droites

Tags

, , , , , , , ,

Vorige vrijdag vertrokken Tim, Nelson en ik richting Chamonix. Jasper zat al wat langer in de Alpen en kwam zaterdag in de late namiddag ook aan vanuit Zinal. Het weer en de condities waren perfect, dus er waren mogelijkheden om iets stevig te gaan doen. Enkel de acclimatisatie was er nog niet helemaal, dus besloten we om zondag met de eerste lift naar plan de l’aiguille te gaan om van daaruit Fil à plomb te klimmen.

De instijg bleek pittiger dan verwacht, maar rond half elf stonden we onderaan de route. Even twijfelen, links of rechts, topo nog eens bekijken, maar het was duidelijk: het couloir nog wat verder blijven volgen. Fout gedacht, zo bleek. We missen de afslag naar Fil à plomb en uiteindelijk klimmen we “Variante diagonale du Goulotte du col du Plan”: een mooie mixte lengte brengt ons vanuit het couloir op een sneeuwgraat die eindigt in het topijsveld. Van ver leek het al een pikker te gaan worden en van dichtbij was het nog iets erger. Keihard, breekbaar ijs, 60° en toch nog een aantal touwlengtes te gaan…
Rond drie uur staan we op arrête Midi-Plan en wordt het nog wat stoempen tot aan de lift.
Tim en ik hadden echter het goede idee gehad om skis mee te nemen in de route om de Vallée Blanche af te skieën. Terwijl Nelson en Jasper verder gaan over de graat binden Tim en ik onze approche skis onder. Eerst maken we een grote traversee om langs Pointe Lachenal te geraken en hier komen we de eerste moeilijkheden al tegen: twee grote crevassen waar we precies tussenin staan. Voorzichtig schuiven we verder maar alles loopt goed af. Het vervolg is veelbelovend: een bevroren bovenlaag waarop het aangenaam skieën is. Tot we plots het juiste pad wat kwijt zijn. We besluiten laag te blijven. Ik glij wat verder, zie een crevasse aankomen en spring er nog over, maar achter mij hoor ik de hele sneeuwbrug instorten. Plots sta ik midden tussen de spleten en zien we dat het pad een 20-tal meter hoger loopt. Het touw uithalen en op handen en knieën naar boven kruipen. Dit loopt gelukkig ook goed af. Tenslotte blijkt de gletsjer er verschikkelijk bij te liggen in de buurt van de Requin hut en hier moeten we de skis nog eens uitdoen, crampons aan en een steil couloir afklimmen. Ondertussen is het donker en met de koplampjes aan geraken we uiteindelijk om half acht beneden in Chamonix. Strak plan die skis, maar misschien toch niet voor herhaling vatbaar.

Les droites noordwand met La Ginat (IV5, 1000m ) © 2011 Sam Van Brempt

 

Een rustdag hebben we wel verdiend, dus maandag doen we niets, maar het weer blijft goed en we hadden al gehoord dat in het Argentière-bassin de wanden in erg goede conditie lagen, dus stilaan beginnen we serieus te denken aan onze eerste echt grote klepper: la Ginat op de noordwand van Les Droites, 1000m, IV 5.
’s Avonds nemen we de lift naar de Grands Montets en slapen we in het liftstation. Even lijkt een plots opgestoken wind nog roet in het eten te gooien maar om 3u staan we toch klaar om te vertrekken en blijkt de wind goed mee te vallen van zodra we achter de graat zitten.
De aanloop over de gletsjer gaat vrij vlot en rond 5u beginnen we eraan. De wand ligt vol aangevroren sneeuw, dus het klimmen gaat makkelijk. We klimmen simultaan in twee cordées: Tim & ik en Jasper & Nelson. Wanneer de zon opkomt zitten we al hoog in het ijsveld dat de eerste 600m van de wand vormt. Aan het begin van de moeilijkheden maak ik relais en beginnen we lengtes te klimmen. Enkele steilere ijs en mixte lengtes tot 80° brengen ons opnieuw op een minder steil sneeuwveld dat tot onder de crux loopt: een drietal lengtes steil ijs tot 90°. Daarna is het nog een kort sneeuwcouloir doorploeteren en om 15u staan we boven, onze eerste grote wand onder ons, na 10 uur hard klimmen. De afdaling naar de Couvercle hut is nog lang en vermoeiend maar om 19u kunnen we tevreden in ons bed kruipen.
De dag nadien dalen we af naar Chamonix. Jasper neemt het treintje omdat zijn tenen afgezien hebben tijdens de beklimming, terwijl Tim, Nelson en ik te voet verder gaan. Op het laatste stukje bospad naar de vallei is de sneeuw voor een deel gesmolten en doen we onze crampons uit. Jammer genoeg blijken de overgebleven sneeuw- en ijsplekken toch verraderlijker dan gedacht en plots glijdt mijn rechter voet weg en zit de linker volledig gewrongen onder mijzelf met rugzak en touw. Een felle pijn in mijn enkel belooft niet veel goeds. Ik probeer nog wat te wandelen als ik bekomen ben, maar dat lukt niet meer. Met ondersteuning van Tim en Nelson komen we ook niet ver op het steile, besneeuwde pad, dus uiteindelijk beslissen we om een helikopter te bellen. Enkele uren later zit ik met mijn voet in het gips. Gelukkig niet gebroken, maar in ieder geval stevig verstuikt. Een week gips en daarna verder onderzoeken of er iets gescheurd is.
Een domper, maar hopelijk is het niet te erg.

Jasper vertrekt ’s avonds terug naar België en ik ga vervroegd mee. Tim en Nelson blijven nog wat, samen met Stijn Depuydt die met de bus nagekomen was.
Veel succes nog!

Deze slideshow vereist JavaScript.

Les Droites Lagarde Direct

Tags

, , , , ,

Een mooie afsluiter van de week! Een die ons toch even heeft doen balen…

Lagarde Direct (IV 4+, 1000m ) op Les Droites in 2008, !!PICTURE FROM 2008!!, © 2008 Sam Van Brempt

Afgelopen woensdag trokken we voor de eerste maal naar boven. Die woensdagavond stond er al veel wind maar normaal zou het de volgende dag minderen. We sliepen in het liftstation waar het de hele nacht rommelde alsof het dak zou wegwaaien. Als tegen half 4 de wekker afgaat is er enige twijfel maar uiteindelijk blijven we met zijn drieën (Sam, Maxime en Tom ) liggen. Met deze wind willen we niet in zo een lange route kruipen. Ik moet terugdenken aan 2 jaar geleden, toen stond ik met Koen De Backer en veel wind onderaan de Ginat en wouw Koen niet uit de slaapzak komen.

Tom in Microgoulotte, © 2011 Sam Van Brempt

Die zelfde dag keren we terug naar benden en slenteren we wat doelloos rond. Zeker omdat tegen de middag de wind is gaan liggen. Uit pure frustratie klimmen we een klein maar leuk watervalletje, Microgoulotte op Col Des Montets. De volgende keer dat we instijgen willen we op zeker spelen waardoor we wachten tot vrijdagavond, voor zaterdag voorspellen ze immers een windstille dag.

Zaterdagochtend tegen half 5 verlaten we het Grand Montets liftstation. Dankzij het goede weer van de afgelopen 4 weken en het perfecte spoor (die dag zat er 9 man in de Ginat ) komen we snel onder de Tournierpijler. We wisten niet of Lagarde Direct al geklommen was maar ook hier licht een spoor zodat we tegen 7 uur onderaan de route staan. 3 steile lengtes (70 tot 85° ) worden afgewisseld door sneeuwcouloirs.

Het moet niet altijd steiler lijken dan het is! Sam start in de cruxlengte, © 2011 Maxime De Groote

De direct ligt perfect, harde firn voor een goed plaatsing van bijlen en voeten met afwisselend een stukje blank ijs waar we een schroef kunnen plaatsen. Het eigenlijke couloir is minder, geen poedersneeuw maar geheel compact is het toch nog niet. Na een lange ploetertocht komen we op de top, snel starten we de afdaling richting Refuge du Couvercle. Of toch niet?

Tom op de topgraat van Les Droites, © 2011 Maxime De Groote

Ik zit namelijk al lang met het idee om als conditietraining mijn dagen extra lang te maken. Maxime en Tom moeten daar geen seconde over nadenken. 17 uur nadat we het liftstation verlieten zijn we terug in Chamonix! Voor dergelijke tochten zijn Spantiks toch echt wel te warm.

Maxime en Tom tijdens de afdaling van Les Droites © 2011 Sam Van Brempt

Climbed Lagarde Direct last saturday (5 february ). We did a fast approach by foot from the Grand Montets Cablecar. The approach and the route was made  few times before us so we could make good progress. The direct part is in perfect firn/ice. In the couloir higher up we had a softer snowpack which took a lot of time. We descended towards the south side an joined the perfect path from everyone who climbed the Ginat lately.

Khan Tengri in Januari

Ondertussen is het reeds enkele jaren geleden, maar onze expeditie naar Khan Tengri zal toch nog lang door men geheugen zwerven. Maar wat was ik blij dat ik er in de zomer was. Geen haar op men hoofd dat er aan zou denken om een poging te wagen in januari. Hartje winter op de meest noordelijke 7000er ter wereld? Vriendelijk bedankt, maar laat maar :-)

Een team van harde Kazachen dacht daar dus duidelijk anders over. Zij maken allen deel uit van het ‘nationale klimteam van Kazachstan’ en zijn in hoofdzaak bezig met de veertien 8000ers te beklimmen. Khan Tengri in de winter was even een tussendoortje om de komende winterspelen wat te promoten. *Kuch*

The stunning north face of Khan Tengri. The Kazakh team made the first January ascent of the face over thirteen days in celebration of the Asian Winter games. [Photo] Vladimir Kopylov

The stunning north face of Khan Tengri. The Kazakh team made the first January ascent of the face over thirteen days in celebration of the Asian Winter games. Photo: Vladimir Kopylov

 

On January 20, three members of the Kazakhstan National Climbing Team completed the first January ascent of Khan Tengri (7010m), in the Northern Tien Shan region of Kazakhstan. Khan Tengri is the northernmost 7000m peak in the world, making it home to some of the harshest winter conditions anywhere on earth. Veteran high altitude climbers Vasili Pivtsov, Alexander Sofrygin and Idor Gabbasov reached the summit via the Solamatov Route (Russian 5b), on the mountain’s north face, in a thirteen-day assault. Their climb is the third winter ascent of the mountain, the two previous taking place under warmer conditions in February (1993 and 2002). Bron: alpinist.com

Dunnetjes

Tags

, , , ,

En het weer blijft maar goed!

Na Late to Say I’m sorry vorig weekend had ik (Sam ) al spijt om met zo’n goede voorspellingen terug huiswaarts te keren. Gelukkig zijn we (Sam, Maxime en Tom Van Mieghem ) nu terug in Chamonix! We krijgen voor de rest van de week nog een zonnetje voorgeschoteld.

Zaterdag trokken we naar Refuge du Plan de l’Aiguille om van daaruit 2 routes te klimmen. Zondag richting Rebuffat-Terray (V5 M, 550M). Zoals we elders al hoorden ligt deze mixte goulotte aan de noordkant van Col des Pelerins er behoorlijk dunnetjes bij, “Mixte Intressant” volgens het OHM. Eens zien of we er door geraken…

Tom in de eerste smalle lengte van Rebuffat-Terray, © 2011 Maxime De Groote

Na een 250m door sneeuwcouloirs en een mooi stukje goulotte te ploeteren starten we de eigenlijke moeilijkheden. Hoewel het niet geheel duidelijk is waar we juist in de route zijn klimmen we de mooiste lijn omhoog. Een enorm smalle goulotte met afwisselend dunne, droge en steile stukken brengt ons langzaam hoger. De derde lengte is al behoorlijk delicaat klimmen maar aan de start van de 4 de lengte is het toch even twijfelen. Het wordt al stilaan laat en hopen morgen nog fris genoeg te zijn. Na een beetje wikken en wegen kruip ik er toch in. Maar helaas, na een 10 tal meters komt er een heel dun stukje ijs. Hoe het verder moet is wel duidelijk maar het zachte tikwerk zien we niet direct zitten. Terug afklimmen tot een klemblok waar we op kunnen rapellen lijkt ons een betere optie. We komen wel terug als de route of ons niveau er iets beters bijligt.

Sam in de 4de Lengte, waar we terugkeerden..., © 2011 Maxime De Groote

Terug in de hut zijn we niet alleen, al snel wordt duidelijk dat we tussen enkele van de betere alpinisten zitten; Zoe Hart, Maxime Turgeon, Martial Dumas en een klant. De laatste 2 plannen net als ons om de volgende dag Le Fil A Plomb (III 4+ 700m ) te klimmen.

Maxime in de cruxlengte van Fil A Plomb, © 2011 Sam Van Brempt

We moeten zien dat we tegen half 5 de laatste “bak” terug naar Chamonix halen, we staan dus omstreeks half 4 op en een uurtje later zijn we weg. Net als Rebuffat-Terray ligt Fil A Plomb er dunnetjes bij, we vorderen gestaag en slagen erin om de Cordée voor ons bij te houden. Halverwege de wand komen we aan de sleutellengte. Wat we eerder te horen kregen wordt bevestigd, de eerste 5 meter zijn slechts enkele cm dik en niet af te zekeren. Maxime klimt deze lengte en allen zijn we opgelucht als hij er zijn eerste vijs in krijgt.

Maxime en Tom in het laatste sneeuwcouloir van Fil a Plomb © 2011 Sam Van Brempt

Het vervolg is een opeenvolging van korte geultjes en sneeuwvelden om dan via een sneeuwcouloir naar de Col te ploeteren. Vanaf de top moeten we ons best nog haasten om de laatste lift niet te missen.

Sam en Tom op de topgraat richting Aiguille Du Midi, © 2011 Maxime De Groote

Deze slideshow vereist JavaScript.

Climbed Le Fil A Plomb and a part of Rebuffat Terray. Both Routes where harder then the given quotations. The Cruxpitch of Fil A Plomb is very thin and the first 10 meters unprotectable. The trail to the route and on the ridge is traced and possible without skis.
Approach to Rebuffat-Terray is also possible by foot. we climbed only 3 pitches of the difficult part.

Martin’s peak

Tags

, , , , ,

op de hoogste top van de Sor Rondane, Antarctica ©Sanne

Vandaag, 31 januari, wordt mijn grootvader 90. Het is ook mijn laatste dag op Antarctica voor dit seizoen en om het plaatje compleet te maken, was het voor de verandering eens prachtig weer. Twee wetenschappers van het meteorieten-team, hadden nog graag wat werk gedaan rond de Ketelersbreen, de perfecte gelegenheid om er nog een laatste keer op uit te kunnen trekken. Vanochtend zette ik hen af op de plaats waar ze wilden werken, maar eerst kon ik, met de hulp van Steven Goderis, mijn skidoo klaarzetten op de plaats waar ik met mijn ski’s zou aankomen na de lange afdaling. Daarna aan de slag, een dikke 1500Hm stijgen naar de hoogste top in de keten van WiderØfjellet, die uiteindelijk 3050m hoog blijkt te zijn.
De afgelopen vier dagen heeft het wat gesneeuwd, waardoor het blauwe ijs wat bedekt is. Tot voor kort was deze beklimming onmogelijk met ski’s, maar door deze uitzonderlijke omstandigheden is het een buitenkansje.

Sporen door de uitzonderlijk goede sneeuw voor Antarctica

Eerder dit seizoen, eind november ergens was ik ook al onderweg naar deze top, met AH. Lees het verslag hier opnieuw. Toen moesten we de beklimming afbreken door de extreem koude wind en bevriezingen. Vandaag vroeg ik me dus af of er al iemand op deze top geweest was. In het boek “Mountaineering in Antarctica” van Damien Gildea uit 2010 staat op pagina 104 letterlijk: “it seems that the highest point of the Sor Rondane mountains, a 2999m peak in the WiderØfjellet, remains unclimbed”

De laatste paar honderd meter moeten de ski's op de rug

Na meer dan 1000m gestegen te hebben over een besneeuwde gletsjer aan de noordzijde, beklim ik de oostgraat. De sneeuw wordt te ijzig om met ski’s verder te gaan en ik doe de stijgijzers aan. Uiteindelijk over wat klauter-passages naar de top. Hier vind ik een kleine steenman (cairn), waardoor ik weet dat AH hier al eerder geweest moet zijn. Ik had de top anders graag Martin’s peak genoemd en wie weet, doe ik dat alsnog. Na wat foto’s, onder andere van het 100km verderop gelegen Nansen Iset, meet ik met de GPS de echte hoogte: 3050m. Maar het is ongelooflijk windstil en zelfs de reep chocolade die ik meeheb, is gesmolten… omgekeerde wereld! Ik daal terug af naar de plaats waar ik kan beginnen skiën en geniet van de erg lange afdaling.

Heerlijk, meer dan 1500m afdalen, met maar enkele steile passages

Eén ding is zeker, ik ben wel bezig met de allereerste ski-afdaling van deze hoogste top! En de sneeuw is goed, alleen op het einde moet ik wat blauw ijs omzeilen, wat niet zo makkelijk blijkt. Op een gegeven moment bevind ik me op een strook sneeuw van 2m breed, tussen blauw ijs in een helling van 40° steil. Spannend!

Het laatste spannende stuk skiën. Morgen Kaapstad ;-)

Zonder verdere problemen kom ik aan bij mijn skidoo. Even later haal ik de wetenschappers op en we rijden de 30km terug naar het station. Ondertussen is het vliegtuig al aangekomen, de piloten blijven op de basis overnachten. Inpakken en morgen in twee vluchten naar Kaapstad, waar het contrast met hier niet groter kan zijn. +30°C, mojitos en terug wennen aan zaken als geld, tijd, GSM’s en files…
Gelukkige verjaardag, Martin!

2 weken “Best of the alps”

Via men werk kreeg ik een lift tot in een duister Noord-Frans stadje vanwaar ik met de trein  kon doorreizen tot in het hart van de Franse Zuidalpen. Voor de 2de maal deze winter was ik te gast bij Rogier en Sandra in Argentière-La-Bessée. Zij zijn ook fervente adepten van het “we -zien-wel-waar-de-condities-ons-heenbrengen” concept en zagen er geen graten in dat ik enkele dagen langskwam. De Zuidalpen hadden helaas wel al een tijdje af te rekenen met een acuut gebrek van verse sneeuw en (te) hoge temperaturen. Gelukkig lagen er nog wel enkele watervallen in conditie en konden we ons de eerste dag opwarmen in “Fracastorus”.

In de laatste lengte van Fracastorus te Freisinières (c) Rogier van Rijn

De temperatuur zakte ineens enorm en we besloten de volgende dag eens op verkenning te gaan. Geen klassieker, maar een waterval die slechts enkele dagen ervoor geopend was. Na lang zoeken langs een beek bleek de waterval uiteindelijk toch minder interessant te zijn dan dat de foto’s lieten uitschijnen. We hielden ons dan maar bezig met ettelijke keren een verticale pilaar van zo’n 15m te klimmen als training, net wat ik nodig had!

Speciaal approcheken... (c) Rogier Van Rijn

In het weekend besloten we een toertje te maken naar de ‘Marcous’ Een duizendtal meter naar boven om een couloirtje te skieen aan de achterkant om dan weer 200 meter te stijgen en af te dalen via het stijgspoor. Sounds like a plan! We vorderden snel op de aangevroren firn en vonden zelf wat poeder in het couloir.

Sandra en ik op de top van de Marcous, boven Ceillac (c) Rogier Van Rijn

Het couloir van de Marcous (c) Rogier Van Rijn

Als cadeautje voor men 28ste verjaardag scheen de zon nog maar eens boven de witte toppen van de Ecrins en dus trokken we er weer op uit met de tourskis. De topo was helaas wat minder duidelijk en na een lange traverse door een bos met wel heel weinig sneeuw besloten we toch terug te keren. Gelukkig had Scratch (de hond) de dag van zijn leven door een lang besneeuwd pad aan een rotvaart af te rennen :-)

Ik had nog een rit van een dikke 900km voor de boeg met Koen VH, die me kwam oppikken. Het plan was om van links onderaan naar rechts bovenaan de Alpen te rijden, dwars door Italië dus. Wie poeder wil moet bereid zijn zich te verplaatsen…

Toch even zien of men knie nu echt genezen is... (c) Koen Van Hiel

De volgende dagen doorkruisten we het Salzburgerland alsof we aan het dromen waren. Dag na dag bleef de sneeuw maar vallen, steeds zonder een zuchtje wind. Van Tauplitz naar Zauchensee en via Sport Gastein naar Krippenstein… Ik heb zelden zo geskiet tussen de bomen. Sneeuw tot aan de knieen die je niet afremde, eerder gewoon ontplofte in je gezicht. Na 2 winters zonder poeder had ik HONGER, en alles waar ik al zo lang naar op zoek was lag op de besneeuwde flanken rond me. Samen met wat vrienden uit Nederland en Belgie krassten we alles vakkundig af.

Mooie foto, iets verder lag ik er helaas... (c) Roel van der Laan

Videobeelden volgen later, maar iets zegt me dat ze de moeite zullen zijn :-)

 

Andere verslagen vazn deze trip vind je hier, hier en hier.

 

When hell freezes over twice

Tags

, , ,

beeld je de windkracht in, nodig om dit soort ice-strugis te maken

In het vorige bericht heb ik geprobeerd om de moeilijke werkomstandigheden hier een beetje te beschrijven. Op foto’s zijn zaken zoals wind en koude niet waarneembaar, maar ik kan jullie verzekeren dat die twee hier erg tastbaar zijn. Het Nansen Ice Field (of Nansen Iset in het Noors) bestaat uit 4 grote ijsvelden. Deze expeditie is meer een verkenning om de mogelijkheden van mens, materiaal en vooral, de aanwezigheid van meteorieten uit te testen. In het beste geval kunnen we één van die vier zones volledig afwerken met een grondige meteorite-search. Dat werd mijn uitdaging, met de beperkte mogelijkheden om zelfs maar gewoon buiten te komen, een volledig ijsveld van 50km2 leeg te vissen.

Nansen Iset, 100km ten zuiden van het Sor Rondane gebergte

We concentreren ons op het noordwestelijke ijsveld en slaan aan de noordzijde ons kamp op. Pas op 2 januari zijn we een eerste keer in staat om uit te rijden. Een goede testcase, om de grenzen van het zoekbereik af te bakenen en we vinden die eerste dag alvast 11 meteorieten. Op het vlak van kledij worden er onmiddellijk harde lessen geleerd, bijna iedereen heeft al na twee uur ernstige bevriezingen in het gezicht. Het handboek van de meteorieten-zoeker zegt dat er pas bij minder wind dan 10m/s (36km/u) gezocht kan worden. Jammer genoeg hebben we die luxe hier nooit en we leggen voor onszelf andere regels vast. Zolang we de ijsheuvels iets ten zuiden van ons kunnen zien liggen, kunnen we er voor gaan. Dat is vaak bij wind van 20m/s (70km/u), ofwel het dubbele van de voorgeschreven veiligheidsrichtlijnen.

waar we het allemaal voor doen

Telkens wanneer we de kans hebben om eens stuk van het ijsveld te doorzoeken, tasten we de grenzen van het ijsveld af. Oriënteren gebeurt enkel op basis van een vage satellietfoto, de gps die een positiebepaling geeft en veel gevoel voor terrein. Maar hoe meer terrein we ontdekken, hoe beter het plaatje zich begint te vormen. Op basis van gevoel maak ik elke avond een zoekpatroon aan in mijn gps voor de volgende dag. Al gauw ontdekken we dat de meteorieten zich vooral in bepaalde zones concentreren en dat andere zones volledig leeg zijn. Maar voor het wetenschappelijke aspect moeten we ook die zones doorzoeken en dat wordt al wel eens vervelend. Maar het eindresultaat is 218 meteorieten en een abstracte satelliet-simulatie van onze tracks en de gevonden meteorieten:

het noordwestelijke ijsveld volledig doorzocht

De aandachtige waarnemer herkent hier het kreeftvormige ijsveld van de hierboven getoonde satellietfoto. Het rode cirkeltje is ons kamp, de groene lijnen zijn onze afgelegde trajecten en de paarse bollekes zijn gevonden meteorieten. In extremis slagen we erin om de uiterste zones ook te doorzoeken. Wanneer we die laatste dag binnen rijden, steekt er een storm op die zal aanhouden tot aan ons vertrek terug naar de basis. Acht dagen onophoudelijke Antarctische storm, het wordt een ware beproeving.

de meteorieten vinden we vooral in de moeilijk toegankelijke zones

Omdat onze Prinoth het definitief begeven heeft in de vorige sneeuwstorm, kunnen we niet zelfstandig naar de basis terugkeren. Een team met onze onvolprezen mechanieker Kristof moet ons komen depanneren, maar dat lukt pas vier dagen na de aanvankelijk geplande datum. Acht dagen blizzard, waarbij we terugvallen op slechts één generator. Maar het wordt pas echt dramatisch als na het bier, ook de whisky opgeraakt ;-) Op 24 januari komt het depannage-team aan en samen met Kristof ga ik aan de slag om ons hier weg te krijgen. De volgende dag rijden we in zwaar weer noordwaarts en na 10 uur rijden komen we terug in het comfortabele  Prinses Elisabeth station.

Het Sor Rondane gebergte en grote sastrugis

Eenvoudige zaken zoals een toilet uit de wind, een warme douche en gewoon in een verwarmde en droge ruimte kunnen zijn, herinneren me er aan dat het station voor veel mensen een vals beeld geeft van het echte Antarctica. Het echte Antarctica is een gevoelloze ijsvlakte, zonder bijzonderheden, door de wind gevormd en waar geen levend wezen te vinden is. En fucking koud. Volgende zondag vlieg ik hier weg, dan zit mijn seizoen van drie maanden er weer op. Via een kort verblijf in Kaapstad, waar de temperatuur 60° zal verschillen met hier, keer ik dan terug naar België op 4 februari. Om dan snel daarna met An naar de Alpen te trekken en te profiteren van onze winter. Het zou jammer zijn om geen gebruik te maken van sneeuw- en ijs om ons eens goed uit te kunnen leven ;-)

Allez nog eentje voor de pinguin-liefhebbers

Sanne

When hell freezes over

Tags

, , ,

extraterrestrial loneliness ©Steven Goderis

Ik zag eens een cartoon, waarin een klimmer in de hel voor klimmers terechtkwam. Een eindeloze, glanzende vlakte, een absoluut gebrek aan verticaliteit. Maar in de cartoon was het warm. Ik bracht net een maand door in zo’n plaats, alleen bedroeg de gemiddelde dagtemperatuur er tussen de -30° en -40°C. In de naam van de wetenschap, bracht ik een maand door op het Nansen Ice Field. Op 3000m hoogte ergens tussen het Sor Rondane gebergte en de zuidpool op Antarctica. Onze ergste vijand is de nooit aflatende stormwind. Soms is de wind zo sterk, dat ademen onmogelijk wordt…

a nice day out in the field

Eind december vertrokken we met een klein konvooi zuidwaarts, over de Gunnestadbreen tussen de bergen door naar het ijsplateau. Nog nooit werd deze route met sneeuwtractoren gereden. Alain Hubert en Dixie Dansercoeur kwamen hier in 1997 door het gebergte, op weg naar de zuidpool. Het is prachtig weer, wanneer we van 1300m naar het ijsplateau klimmen op 3000m hoogte. We moeten enkele reusachtige spalten oversteken en soms verdwijnt één van onze grote sledes bijna in een spleet. Maar na 130km van een uitzonderlijke reis, komen we aan in de hel. Al vanaf het eerste uur hebben we te maken met een stormwind, white-out en een extreme koude.

Op weg door het Sor Rondane gebergte ©Sanne

De eerste avond gaat het al mis. Ergens in de drukte om een kamp op te stellen in een sneeuwstorm, rijdt er een Prinoth over mijn rugzak met al mijn waardevolle zaken. Mijn Iridium satelliettelefoon, GPS, thermos, Oakley-skibril en vooral rampzalig, mijn fototoestel, worden vakkundig vermorzeld door 10ton sneeuwtractor. Meer dan €2000 schade en enkele essentiële zaken om het hier een maand uit te houden naar de zak. Dat wordt een maand voor niks werken in de hel. Een voordeel van aankomen met extreem slecht weer, is dat je het kamp aangepast aan de omstandigheden kan opstellen. Met de Prinoth maken we een beschermende, 3m hoge windwall rondom onze slaap- en keukencontainers. Maar ondanks deze beschermende maatregelen, krijgt het materiaal het hard te verduren.

Onze "windwall" met de vlaggen die het avontuur niet lang overleefd hebben

Kort na nieuwjaar, keert het drop-off team terug naar de basis en blijf ik achter met mijn team van wetenschappers. Ik ben Field Guide voor 2 Belgen en 2 Japanners, verantwoordelijk voor het opsporen en verzamelen van meteorieten in het Nansen Ice Field. Meteorieten zijn stalen van de bouwstenen van ons zonnestelsel, zeldzaam en erg waardevol. In principe kan je ze overal vinden, maar op blauwe ijsvelden in Antarctica is de kans om er een paar te vinden erg groot. Alleen jammer dat het zo’n moeilijke opgave is voor mens en machine. Van de 27 dagen die we hier doorbrengen zijn we slechts 13 dagen in staat om buiten te komen. Vooral zichtbaarheid is een cruciaal gegeven, als je geen meter voor ogen ziet, kan je moeilijk op zoek gaan naar soms erg kleine “steentjes”, die ergens in een zone van 20 op 50 km ijsvlakte verspreid liggen.

Een stukje buitenaardse materie op Antarctica

Gewoon in leven blijven en het kamp draaiende houden wordt hier een hele opgave. We hebben twee generatoren als stroomvoorziening, waarmee we onze kleine keuken-module kunnen verwarmen en onze batterijen kunnen opladen. Al snel vallen deze generatoren uit door verstikking in ijs. Ook onze Prinoth is niet bestand tegen deze extreme omstandigheden. Naast Field Guide, ben ik vooral bezig met het demonteren en ijsvrij maken van machine-onderdelen. Zonder elektriciteit houden we het hier nooit een maand uit. Al snel ontdek ik dat de beste manier om die generatoren draaiende te houden, ze 24 uur op 24 uur aan de gang te houden. Dat betekent om de vier uur tanken, dag en nacht. Om de drie dagen moet ik één van de twee generatoren volledig uitbouwen en in onze keuken-container laten ontdooien. Altijd leuk, met die sterke benzinegeur door je eten…

Op zoek naar meteorieten in dit buitenaardse ijslandschap ©Debaille

We stellen vast dat de wind altijd wat minder wordt in de namiddag en vroege avond. We passen ons dagschema aan en wanneer we voldoende zichtbaarheid hebben, rijden we met z’n vijven uit op skidoos. Ik bepaal het zoekpatroon op basis van satellietfoto’s en GPS. Het moet allemaal wetenschappelijk en dus methodisch gebeuren. Met de woorden van onze Japanse professor, “this is a meteorite-search, not a meteorite-hunt”. In principe rijden we in een pijlformatie over en weer over het ijsveld, waarbij ik de punt van de pijl ben. Telkens iemand een meteoriet vindt, wordt die op een specifieke manier verzameld. Aanraken en ontdooien zijn uit den boze.

Sanne heeft een meteorietje gevonden ©Steven Goderis

Sommige dagen leggen we zo meer dan 60km af en vinden we amper 10 meteorieten, sommige dagen vinden we 30 meteorieten op 10km. Maar na 4 à 6 uur buiten in de wind, heeft praktisch iedereen frostbite in het aangezicht en moeten we terug naar het kamp om te ontdooien. Bijzonder leuk is het dan wanneer de generator het weer eens begeven heeft en de binnentemperatuur
-15°C bedraagt. Maar een kom warme soep kan soms wonderen verrichten.

In pijlformatie over de eindeloze ijsvlakte

Soms zitten we dagenlang geblokkeerd in het kamp, buiten komen is dan een spel op leven en dood. We brengen de tijd door met zo lekker mogelijk eten maken (ik slaag er in om een keer tiramisu te maken ;-)), pokeren en vooral de deuren ijsvrij maken. En het ergst van al is naar de wc moeten… De vier wetenschappers hebben een slaapcontainer met vier bedden, ik slaap in de overlevingscontainer van de Prinoth. Dat is een metalen doos van 1 op 2m, mijn slaapzak is een klomp ijs die ik zo kan breken. De laag ijs aan de binnenkant van die cabine is enkele centimeters dik, enkel en alleen van mijn adem. Soms schijnt de zon en dan begint al dat ijs te ontdooien en wordt alles nat. Maar droog krijg ik het nooit.

de vreemdste ijssculpturen... en crevassen

we ontdekken dat er overal erg diepe crevassen zijn ©Sanne

De dagen in het veld zijn een opgave op gebied van oriëntatie en het gevecht tegen bevriezing. Daarbovenop komt nog eens dat er erg veel ijsspleten zijn. Gelukkig zijn die goed zichtbaar door het dunne laagje ijskristallen dat ze bedekken. Maar vaak rijden we door zones waar elke stap gevaarlijk kan zijn. Het grappigste is dat meteorieten vaak net op de sneeuwbruggen van die crevassen liggen. En wetenschappers hebben niet altijd oog voor gevaar, de eerste paar dagen gaat er al vaak iemand met het been door zo’n dunne sneeuwbrug.

somewhere out there

de wind haalt de gekste dingen uit in het landschap

Maar alles went en verdere ongelukken blijven uit. Het team geraakt op elkaar ingesteld, ondanks de grote culturele verschillen. Het eindresultaat is een aardig aantal meteorieten. Het tweede deel van dit verslag uit de hel volgt binnenkort.

Steven, Tsuyoshi, Vinciane, Hiroshi & Sanne

Late to Say I’m Sorry

Tags

, , ,

Late to say I'm Sorry (V 5+ A2/5c, 1000m ), © 2011 Sam Van Brempt

Desondanks ik (Sam) de beide delen “Neige, Glace et Mixte” al te veel in mijn handen heb gehad, ontgaan me vaak mooie routes. Zo was ik dan ook verbaasd toen ik bijna een jaar geleden foto’s van deze route op Alpine Exposures zag. Zo’n smalle steile goulotte moest geklommen worden, en liefst zo snel mogelijk.

 

De originele topo

Vanop de top van Aiguille du Chardonnet konden we enkele maanden geleden al zien dat de lijn er goed bij lag. Toch moest het tot deze zaterdag wachten eer we erin konden kruipen. Wat ik al eerder te horen kreeg kan ik niet ontkennen… deze hoort bij een van de mooiste routes die ik geklommen heb.

Crampons aandoen bij het Grand Montets Station, © 2011 Sam Van Brempt

Bij ons vertrek op de Grand Montets graad waren de aangekondigde weersvoorspellingen zoals verwacht, mooi weer, de aangegeven temperatuur daar-en-tegen was op 3300 meter -21°, dat beloofde. Samen met Maxime klommen we het onderste deel van Couloir Couterier (Grande Rocheuse is een zij-top van Aiguille Verte ) in het donker. Bij het opgaan van de zon waren we bij de eerste moeilijkheden waar we het touw boven haalden. 3 aangename afwisselende mixt-lengtes later stonden we onderaan de cruxlengte. Een traverse waarna je verder uitklimt in een verijsde hoekversnijding aldus de topo… Ik zie dat Maxime zich redelijk vlot door de traverse werkt (A2) en denk even dat de klus makkelijk geklaard zal zijn. Helaas is er in het vervolg van de lengte nog maar weinig ijs te vinden en moeten we langs het artif gedeelte verder. Even is er een kleine teleurstelling, maar ach, zelfs betere alpinisten klimmen deze M6 barst niet vrij.

Maxime in de A2/M6 traverse

Maxime in de A2/M6 traverse, © 2011 Sam Van Brempt

 

Hierna komen we bij de 3 dunne ijslengtes die van ver zichtbaar zijn. Het ijs is tussen de 15cm en 1 meter breed maar ongelooflijk mooi om te klimmen. Hier zijn de moeilijkheden achter de rug, en rest ons nog 250m sneeuwcouloir tot de top. Helaas hebben we in de artif (dry-tool)lengte veel tijd verspeeld en  voelen we ons niet meer helemaal in orde waardoor we dan maar aan de afdaling beginnen.

De eerste van de 3 dunne lengtes, © 2011 Sam Van Brempt

Hopenlijk komen er dit jaar nog enkele routes van dit formaat aan de beurt…

Ontwerp een vergelijkbare site met WordPress.com
Aan de slag